Uitspraak
gevestigd te Amsterdam ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. M.R.P. Hoppenbrouwers te Amsterdam.
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen LdH.
1.Het procesverloop
- [medewerker LdH] , namens LdH;
- de advocaat van de moeder.
2.De feiten
5 februari 2026 en is een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] verleend tot 5 februari 2026, voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
3.Het verzoek
Tevens wordt verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] te verlenen voor de duur van een jaar.
4.De standpunten
[minderjarige] verbleef vaak alleen op de boot doordat de moeder en zijn halfbroer aan het werk waren. Om de verveling tegen te gaan zat hij op zijn telefoon en ging hij buiten op zoek naar internet. [minderjarige] is meer dan een jaar niet naar school gegaan. Hij heeft geen contact met leeftijdsgenoten en spreekt geen Nederlands. Veilig Thuis had eerder in vrijwillig kader een mogelijkheid gevonden voor [minderjarige] om naar school te gaan, maar de moeder heeft dit afgewezen. De moeder wil pas over school praten als zij een woning aangeboden heeft gekregen.
[minderjarige] is tevens regelmatig blootgesteld aan schreeuw- en vechtpartijen tussen zijn moeder en haar (ex)partner. Daarnaast is [minderjarige] blootgesteld geweest aan seksueel grensoverschrijdend gedrag van de man bij wie hij met zijn moeder woonde. De moeder probeerde dit te stoppen, maar dat lukte haar onvoldoende.
Het ontbreekt [minderjarige] aan een opvoeder die hem voldoende beschermt. [minderjarige] maakt zich zorgen maken over de veiligheid van zijn moeder en zijn eigen veiligheid. Dit is stressvol en is bedreigend voor zijn ontwikkeling.
[minderjarige] wil niet terug naar Roemenië omdat hij daar geen kansen ziet voor zichzelf en geen contact met familie heeft. Hij voelt zich nu veilig hier in de opvang.
De moeder is op dit moment onvoldoende bereid en in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren doordat
zij kampt met persoonlijke problemen, afhankelijk is van anderen, geen steunend netwerk heeft en geen geld heeft.
De verwachting is vooralsnog dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kan dragen. Hiertoe zal ingezet moeten gaan worden op het krijgen van contact met de moeder, zodat zij kan worden betrokken bij de te nemen stappen.
Een ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien [minderjarige] is noodzakelijk.
[minderjarige] nog steeds bestaan. Sinds [minderjarige] in de opvang woont gaat hij naar school. Wanneer [minderjarige] weer terugkeert naar huis, zal de schoolgang weer onzeker worden. Op dit moment is nog niet duidelijk wat [minderjarige] zijn toekomstperspectief is. Het is belangrijk dat [minderjarige] hierover niet te lang in onzekerheid blijft. Het LdH heeft nog geen standpunt ingenomen over het perspectief. Wel is het duidelijk dat er op dit moment geen mogelijkheden worden gezien voor terugkeer naar de moeder. De verwachting is niet dat de moeder op korte termijn voor [minderjarige] kan zorgen. Ook in Roemenië is geen netwerk dus het ligt niet voor de hand dat hij daarheen teruggaat nu. Uit de brief van de Roemeense overheid is duidelijk geworden dat de vader fysiek niet in staat is om voor [minderjarige] te zorgen. Hij verblijft in een verzorgingstehuis voor ouderen in Roemenië. De Roemeense overheid geeft echter wel aan dat zij verantwoordelijkheid willen nemen voor het opgroeiperspectief van [minderjarige] .
4.3. De Raad heeft ter zitting nog aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat er zal moeten worden bekeken wat de mogelijkheden voor [minderjarige] zijn in Nederland. Het is belangrijk dat [minderjarige] rust krijgt en dat hij aan zijn eigen ontwikkeling kan toekomen.
Hulpverlening vanuit het vrijwillig kader zal niet werken omdat er met de moeder niet tot samenwerking is te komen.
5.De beoordeling5.1. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat[minderjarige] in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Er zijn ernstige zorgen over de opvoedomgeving van [minderjarige] bij de moeder. De moeder lijkt belast met persoonlijke en psychische problematiek. [minderjarige] kan niet rekenen op de steun van zijn moeder, hij is blootgesteld aan ruzies met geweld tussen de moeder en haar (ex) partner en werd belast met de persoonlijke en psychische problematiek van de moeder. Het gevolg hiervan is dat [minderjarige] vaak voor zichzelf moet zorgen en constant in angst en achterdocht leeft. [minderjarige] maakt zich zorgen om zijn moeder. Door de situatie waarin [minderjarige] bij de moeder verkeert, komt hij niet toe aan zijn eigen ontwikkeling. De huidige woonsituatie van de moeder op de boot vormt een ongezond leefklimaat voor [minderjarige] . De moeder biedt [minderjarige] onvoldoende stabiliteit en structuur en geeft hem onvoldoende aandacht. Ook stimuleert de moeder [minderjarige] onvoldoende. De moeder wijst telkens naar anderen die de problemen dienen op te lossen. Het is voor [minderjarige] belangrijk dat hij een opvoeder heeft die hem stabiliteit, voorspelbaarheid en veiligheid kan bieden en die (emotioneel) voor hem beschikbaar is. Daar is thans onvoldoende sprake van in de situatie bij de moeder. Het ontbreekt de moeder ook aan een steunend netwerk.De komende tijd dient zicht te komen op de opvoedsituatie bij de moeder en het moet duidelijk worden of de moeder in staat is om gezagsbeslissingen ten aanzien van[minderjarige] te nemen.Het is positief dat [minderjarige] thans (met plezier) naar school gaat. Wel is het belangrijk dat [minderjarige] daarnaast een passende vrijetijdsbesteding heeft. Hij wil graag kickboksen.Met de inzet van LdH kan er passende hulpverlening voor [minderjarige] worden ingezet en kan er worden bekeken wat hij eventueel nog meer nodig heeft aan steun. Ook is het belangrijk hoe [minderjarige] contact kan hebben met zijn vader en familie in Roemenië, indien hij daar behoefte aan heeft.Er is onvoldoende vertrouwen dat de moeder in het vrijwillig kader zal meewerken met de hulpverlening, terwijl die hulp noodzakelijk is voor [minderjarige] . Er is strakke regievoering is nodig, waarbij in het kader van de ondertoezichtstelling afspraken gemaakt worden.
- [minderjarige] heeft een stabiele woonplek waar de basisvoorzieningen beschikbaar zijn, zoals stromend water, sanitaire voorzieningen en een eigen bed;
- [minderjarige] heeft een opvoeder tot zijn beschikking die hem structuur, aandacht en stimulering biedt;
- er komt zicht op de opvoedsituatie bij de moeder en het wordt duidelijk of de moeder in staat is om gezag beslissingen ten aanzien van [minderjarige] te nemen. Indien nodig volgt er een onderzoek voor een voogdij perspectiefplan;
- [minderjarige] gaat naar school en heeft een passende vrijetijdsbesteding;
- [minderjarige] weet waar hij opgroeit en wie hem opvoedt;
- [minderjarige] heeft veilig contact met zijn moeder. [minderjarige] wordt niet belast met de problematiek van de moeder en hij wordt niet blootgesteld aan, en betrokken bij schreeuwpartijen en gevechten tussen zijn moeder en de mensen met wie de moeder omgaat;
- [minderjarige] heeft contact met zijn halfbroer [persoon] en, voor zover dit in zijn belang is, ook met zijn familie in Roemenië, waaronder zijn vader;
[minderjarige] krijgt bij FoorNu Zorg de rust, stabiliteit, voorspelbaarheid, structuur en veiligheid die hij nodig heeft en gaat hij structureel naar school.
[minderjarige] en dat zij niet zal meewerken aan gezagsbeslissingen aangaande
[minderjarige] . [minderjarige] lijkt het nu geen probleem te vinden dat hij geen contact met zijn moeder heeft, maar gezien de situatie zou het ook kunnen zijn dat hij niet goed zijn stem durft te laten horen, omdat hij bang is dat hij de stabiliteit die hij nu ervaart, weer verliest. De kinderrechter gunt hem een advocaat met wie hij kan bespreken hoe hij zijn stem kan laten horen, zonder dat hij zijn eigen belangen zou schaden. De rechtbank zal de advocaat als bijzondere curator benoemen. Deze benoeming wordt opgenomen in een aparte beschikking.
6.De beslissing
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te [vestigingsplaats] , met ingang van 4 februari 2026 tot
4 november 2026;
4 november 2026;
- bepaalt dat voor de volgende zitting worden opgeroepen: de Raad, LdH, de moeder (met mr. Hoppenbrouwers) en de bijzondere curator, waarbij de Raad een tolk Roemeens voor de moeder reserveert;
- bepaalt dat [minderjarige] samen met de bijzondere curator voor een gesprek met de kinderrechter wordt uitgenodigd, voorafgaand aan de volgende zitting;
Amsterdam.