ECLI:NL:RBAMS:2026:2283

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/13/779741 / JE RK 25-890
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp en uitbreiding omgangsregeling minderjarige

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 januari 2026 het verzoek van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) tot machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten setting bij Pluryn, waar sprake is van onveiligheid en onvoldoende dagbesteding. JBRA verzocht een verlenging van de machtiging voor zes maanden, met het oog op het vinden van een passende WLZ-plek en toekomstperspectief.

De moeder en haar advocaat stelden dat de huidige plaatsing niet passend is en pleitten voor een kortere duur van drie maanden en uitbreiding van de omgang, inclusief overnachtingen bij de moeder. De vader uitte kritiek op de gesloten setting vanwege gebrek aan structuur en afstand tot familie. De minderjarige gaf aan dat hij graag bij zijn moeder wil wonen en dat de huidige situatie hem weinig biedt.

De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor drie maanden, met de verwachting dat JBRA en de William Schrikker Stichting spoedig een passende vervolgplek vinden. De omgang met de moeder wordt uitgebreid met onbegeleide bezoeken binnen een maand en overnachtingen binnen twee maanden, inclusief het vieren van de verjaardag bij de moeder thuis.

De rechtbank houdt het overige verzoek aan en stelt een nieuwe zitting in om de voortgang te beoordelen. De regie over de omgang blijft bij JBRA, die duidelijke afspraken moet maken en de belangen van de minderjarige moet bewaken.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden en omgang met moeder uitgebreid met onbegeleide bezoeken en overnachtingen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
zaakgegevens : C/13/779741 / JE RK 25-890 (machtiging gesloten jeugdhulp)
C/13/756745 / JE RK 24-598 (omgang)
datum uitspraak: 6 januari 2026
beschikking machtiging gesloten jeugdhulp en omgang
in de zaak 13/779741 van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen JBRA, gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten te Almere;
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
de minderjarige [minderjarige] ,
advocaat mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam;
en in de zaak 13/756745 van
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten te Almere
tegen
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen JBRA,
gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

1.1. Het procesverloop

1.1.
De inhoud van de beschikking van 11 april 2025 (kenmerk 756745 / JE RK 24-598) wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
1.2.
De kinderrechter heeft nadien kennisgenomen van de navolgende stukken:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van JBRA, ter zake het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp, ingekomen op 24 november 2025;
- het verweer van de vader tegen het verzoek van JBRA, ingekomen op 24 november 2025;
- beschikking over de bevoegdheid van de rechtbank Gelderland van 4 december 2025;
- de door JBRA overgelegde instemmingsverklaring, ingekomen op 8 december 2025.
1.3.
Op 6 januari 2025 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
- [medewerker jeugdbescherming 1] en [medewerker jeugdbescherming 2] , namens JBRA;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de minderjarige [minderjarige] , die eerst ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.
1.4.
De vader is, hoewel daartoe opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De feiten2.1. Bij beschikking van 20 maart 2014 is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is JBRA benoemd tot voogd over [minderjarige] .

2.2.
Bij beslissing van 10 juli 2025, vastgelegd in de beschikking van 11 juli 2025, is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend ten aanzien van [minderjarige] voor de duur van een week, met aanhouding van het overige verzochte.
2.3.
Bij beschikking van 14 juli 2025 is de beslissing van 10 juli 2025 gehandhaafd tot
14 juli 2025 en is een machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [minderjarige] verleend, met ingang van 14 juli 2025 tot 10 januari 2026.
2.4.
[minderjarige] verblijft bij Pluryn in [plaats 1] .

3.Het verzoek

3.1.
JBRA verzoekt een machtiging te verlenen ten aanzien van [minderjarige] , voor verblijf in een accommodatie van gesloten jeugdhulp, voor de duur van zes maanden. Bij het verzoek heeft JBRA een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper gevoegd.

4.De standpunten

4.1.
JBRA voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er sprake is van onveiligheid ten
aanzien van [minderjarige] en anderen. Hoewel een gesloten plaatsing niet hetgeen is dat [minderjarige] in zijn
toekomst nodig zal hebben, biedt dit, in de huidige situatie, de structuur, stabiliteit,
voorspelbaarheid en regelmaat die [minderjarige] op dit moment nodig heeft.
[minderjarige] heeft een goede klik met zijn begeleider. Terugkeer naar de open groep, waar [minderjarige] lang
heeft verbleven, is niet meer mogelijk gezien een eerder geweldsincident. Bovendien kan die
groep [minderjarige] niet bieden wat hij nodig heeft. Pluryn adviseert een verblijf van [minderjarige] in een
WLZ-instelling, zodat [minderjarige] de intensieve zorg en begeleiding krijgt, passend bij zijn lage
mate van leerbaarheid. Een gesloten plaatsing is nodig in afwachting van de WLZ-indicatie.
De expertise ten aanzien van een WLZ-indicatie ligt bij de William Schrikker Stichting
(hierna: WSS). De WSS is ook wegwijs in de WLZ plekken voor jongeren. Deze
instelling zal een contactpersoon aanstellen om JBRA te ondersteunen met de aanvraag en
het vinden van een passende, perspectief biedende plek voor [minderjarige] . [minderjarige] en zijn moeder en
vader zullen worden meegenomen in de keuze van een passende, perspectief biedende, plek.
[minderjarige] heeft omgang met zijn moeder en vader. De omgang tussen [minderjarige] en de moeder is
onlangs uitgebreid, maar de omgang met de vader moet nog stabiliseren.
4.2.
JBRA heeft ter zitting aanvullend naar voren gebracht dat er een lange periode niet
voldoende is gekeken naar de situatie van [minderjarige] en dat het contact met de moeder in de
afgelopen tijd beperkt is geweest, mede omdat er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.
Er hebben wel enkele evaluatiemomenten met de moeder plaatsgevonden. Daaruit komt een
positief beeld van de moeder naar voren. Het is belangrijk dat er nu stappen voorwaarts gezet
gaan worden, in het belang van [minderjarige] . Er kan worden gekeken of [minderjarige] geplaatst kan worden
op een groep van Pluryn in [plaats 2] , zodat hij dichter bij de moeder en de vader
verblijft. De vraag is wel of een dergelijke overplaatsing geen onrust gaat geven. Deze week
wordt de WLZ-aanvraag gedaan voor een woonplek in (de buurt van) [plaats 3] . Omdat
die procedure enige tijd kan duren, zal JBRA intussen kijken of [minderjarige] alvast op een wachtlijst
geplaatst kan worden voor een woonplek. Tevens zal onderzocht worden of en zoja, hoe
toegewerkt kan worden naar een thuisplaatsing, met ondersteuning, van [minderjarige] bij de moeder.
Eventueel zou een optie zijn dat [minderjarige] deels bij moeder thuis woont en deels op een begeleide
woongroep. Dit moet allemaal onderzocht worden. Er is inmiddels een contactpersoon bij de
WSS aangesteld die JBRA zal ondersteunen. Deze persoon gaat echter weg dus er zal
iemand anders komen. Ook bij JBRA moet de zaak door een nieuwe jeugdbeschermer
worden opgepakt wegens vertrek van de huidige tijdelijke jeugdbeschermer.
JBRA staat desgevraagd positief tegenover uitbreiding van de omgang tussen [minderjarige] en de
moeder alsmede omgang op de verjaardag van [minderjarige] . Wel is het belangrijk dat JBRA de regie
blijft voeren over de omgangsmomenten.
4.3.
De moeder brengt ter zitting naar voren dat de huidige plaatsing van [minderjarige] niet
passend is. Dat vindt ook de begeleider van de groep waar [minderjarige] verblijft. [minderjarige] doet niets op
de groep, hij heeft geen enkele dagbesteding. Er is hier in [plaats 3] een netwerk
beschikbaar om met [minderjarige] activiteiten te ondernemen, maar daar wordt geen gebruik van
gemaakt. [minderjarige] is wanhopig en hij wil bij haar zijn. Zij wil ook dat [minderjarige] zo snel mogelijk weer
bij haar komt wonen. Zij heeft al contact gehad met de gemeente en wanneer [minderjarige] weer bij
haar komt wonen zal er vanuit de gemeente een gezinsbegeleider worden aangesteld en
ingezet.
De omgangsmomenten verlopen goed. Laatst waren ze een uur buiten naar een kasteel toe
geweest. Ook is [minderjarige] met een begeleider een hele middag bij moeder thuis geweest.
4.4.
De advocaat van de moeder voert ter zitting aan dat de huidige plaatsing niet passend
is voor [minderjarige] . Er wordt nog te veel gevaren op het verleden. Het is belangrijk dat [minderjarige] dichter
bij de moeder wordt geplaatst. De moeder heeft de afgelopen periode stappen voorwaarts
gezet en hulp om zich heen verzameld. Er moet nu wat gaan gebeuren, mede gezien de
leeftijd van [minderjarige] .
Hij verzoekt om de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken tot drie maanden,
waarbij het overige verzochte wordt aangehouden.
De omgang tussen [minderjarige] en de moeder dient te worden uitgebreid, waarbij de omgang ook
binnen een maand bij de moeder thuis plaatsvindt, met een overnachting. De regie over de
omgang kan bij JBRA blijven, maar het is belangrijk dat er kaders worden gegeven. [minderjarige] en
de moeder verdienen een kans om te laten zien dat het goed kan gaan in de thuissituatie.
4.5.
[minderjarige] heeft verteld dat het prima met hem gaat. De huidige plek biedt hem alleen te
weinig. Hij heeft geen dagbesteding en hij ligt dagelijks tot ongeveer 12.00 uur in zijn bed.
Hij heeft het gevoel dat hij de dupe is en elders moet verblijven alleen omdat zijn moeder en
vader ruzie hebben. Hij wil weer bij zijn moeder wonen. Als hij weer bij zijn moeder thuis is,
is alles opgelost. Hij heeft geen behoefte aan iemand die hem bijstaat of om mee te praten.
Hij heeft begeleide en onbegeleide omgang met zijn moeder. Afgelopen week hij heeft hij bij
zijn opa verbleven, met overnachting, waar ook zijn vader bij aanwezig was. Dat was ook
fijn. Met zijn zus heeft hij wekelijks belmomenten.
4.6.
De advocaat van [minderjarige] voert ter zitting aan dat er nog geen plan voor de toekomst
bekend is. Er moet nu wel wat gaan gebeuren omdat [minderjarige] stil staat. De vragen die voorliggen
zijn wie de vaste jeugdbeschermer wordt, of de WLZ-aanvraag wordt doorgezet en hoe de
omgang tussen [minderjarige] en de moeder gaat verlopen. Dit moet allemaal snel opgepakt worden.
Hij sluit zich aan bij hetgeen de advocaat van de moeder naar voren heeft gebracht en hij
verzoekt ook om de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken tot drie
maanden, waarbij het overige verzochte wordt aangehouden.
De omgang tussen [minderjarige] en de moeder dient te worden uitgebreid, waarbij de omgang bij de
moeder thuis plaatsvindt.
4.7.
De vader heeft in zijn e-mail gesteld dat [minderjarige] geen structuur en regelmaat heeft in de
gesloten setting. [minderjarige] gaan niet naar school en heeft geen enkele vorm van dagbesteding.
Door [minderjarige] maandenlang te onthouden van dagbesteding wordt hem zijn recht op
ontwikkeling ontnomen. Hij wil dat [minderjarige] in de buurt van zijn familie wordt geplaatst.
De afstand en het beleid van Pluryn maken frequent contact met [minderjarige] onmogelijk.
JBRA en Pluryn zorgen voor verwijdering en ontnemen [minderjarige] goed contact met zijn familie.
Hij verzoekt om afwijzing van het verzoek van JBRA.

5.De beoordeling

5.1.
Gesloten jeugdhulp
5.1.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient de uithuisplaatsing noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken en er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.1.2. De kinderrechter is op grond van de inhoud van de stukken, waaronder de instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper, en de toelichting ter zitting van JBRA, van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor toewijzing van het verzoek.
Hieruit blijkt namelijk dat de opgroei- en opvoedproblemen van [minderjarige] op dit moment nog steeds spelen en dat deze het verblijf in een gesloten setting noodzakelijk maken.
Ook zijn er op dit moment geen minder ingrijpende methoden beschikbaar om de opgroei- en opvoedproblemen te behandelen en die ervoor zorgen dat [minderjarige] zich niet aan de hulp onttrekt. Het is positief dat er in de gesloten setting geen sprake is van agressie-incidenten en een snelle spanningsopbouw, wat eerder wel speelde. [minderjarige] wordt in een gesloten setting ook minder overvraagd en heeft meer rust en structuur. Een overplaatsing naar een open groep zal [minderjarige] veel onrust en spanningen geven en ligt nu niet in de rede. Bij een verblijf in een open setting zal de veiligheid van [minderjarige] en die van anderen onvoldoende zijn gewaarborgd.
5.1.3.
Het voorgaande neemt niet weg dat de kinderrechter verwacht dat JBRA alles in het werk zal stellen om deze plaatsing zo kort mogelijk te laten voortduren. [minderjarige] heeft geen zinvolle dagbesteding en zit ver weg van zijn familie. Over ruim een jaar is hij meerderjarig en komt er hoe dan ook een einde aan deze plaatsing. Hier moet [minderjarige] op worden voorbereid en samen met [minderjarige] moet naar zijn toekomst worden gekeken. Op dit moment ligt er nog geen enkel (concreet) plan en heeft [minderjarige] geen perspectief. Dat is niet goed voor een kind. JBRA zal dan ook samen met de WSS werk moeten maken van het vinden van een vervolgplek voor [minderjarige] , zo mogelijk op grond van een WLZ-indicatie. De kinderrechter vindt het positief dat de ter zitting aanwezige jeugdbeschermer dit ook voor ogen heeft en zij aan de slag gaat voor [minderjarige] . Het baart echter zorgen dat zij over enkele weken van baan verandert en dat de contactpersoon van de WSS kennelijk ook vertrekt. De kinderrechter gaat er vanuit dat dit er niet aan in de weg zal staan dat er voortvarend gehandeld wordt en er een vaste jeugdbeschermer zal worden aangesteld die dit gaat oppakken en ook met [minderjarige] en zijn moeder in gesprek gaat. Ook vader (en opa) moeten worden betrokken, zodat duidelijk is wat het netwerk in de nabije toekomst kan betekenen voor [minderjarige] .
5.1.4.
De kinderrechter ziet aanleiding om de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een periode van drie maanden, met ingang van heden, en het overige verzochte aan te houden.
5.1.5.
Het is belangrijk dat er de komende periode stappen voorwaarts gezet gaan worden, in het belang van [minderjarige] . Er dient een plek te worden gevonden die passend is voor [minderjarige] .
Er zal aandacht dienen te zijn voor het toekomstperspectief van [minderjarige] . JBRA heeft ter zitting aangegeven dat deze week de WLZ-aanvraag zal worden gedaan, waarbij ook wordt geprobeerd om [minderjarige] alvast op een wachtlijst te plaatsen. Over drie maanden kan worden bekeken welke stappen er zijn gezet en of een gesloten plaatsing nog langer nodig is voor [minderjarige] .
5.2.
Omgang
5.2.1.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de omgang met de moeder wordt uitgebreid. De uitbreiding verloopt in de ogen van de kinderrechter nu te traag en dat lijkt voort te vloeien uit de geringe betrokkenheid van JBRA. De moeder heeft echter de afgelopen periode stappen voorwaarts gezet, de evaluaties zijn positief en [minderjarige] heeft behoefte aan meer contact met zijn moeder. De moeder is, net als zijn vader, belangrijk voor [minderjarige] . De moeder staat ook open voor hulpverlening.
De kinderrechter is weliswaar van oordeel dat omgang nog steeds dient plaats te vinden onder regie van JBRA omdat JBRA het beste zicht kan houden op het verloop van de omgangsmomenten en kan beoordelen welke frequentie, vorm en duur, tussen [minderjarige] en de moeder het meest in het belang van [minderjarige] is.
5.2.2.
Wel vindt de kinderrechter het noodzakelijk te bepalen dat er binnen een maand een onbegeleid omgangsmoment overdag tussen [minderjarige] en de moeder plaatsvindt bij de moeder thuis en dat er binnen twee maanden een onbegeleid omgangsmoment tussen [minderjarige] en de moeder zal dienen plaats te vinden bij de moeder thuis, waarbij [minderjarige] ook overnacht bij de moeder. JBRA zal hiertoe duidelijke afspraken met [minderjarige] en zijn moeder dienen te maken. Als deze omgangsmomenten goed verlopen, dienen deze hierna te worden gecontinueerd en te worden uitgebreid.
5.2.3.
Ook zal de kinderrechter bepalen dat [minderjarige] zijn verjaardag, op [geboortedag] 2026, bij de moeder thuis kan vieren. Daarbij dient JBRA zich in te spannen om te kijken of het dan al mogelijk is dat [minderjarige] alsdan de dag ervoor al naar de moeder kan gaan of dat hij op de dag van zijn verjaardag bij de moeder kan overnachten.
5.2.4.
Voor het overige zal ook het verzoek van de moeder betreffende de omgang worden aangehouden voor een termijn van drie maanden, waarna kan worden bekeken hoe de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de moeder zijn verlopen. Ook zal de kinderrechter dan beoordelen of JBRA voldoende regie voert op de omgang, bij gebreke waarvan de kinderrechter zelf alsdan een nadere regeling zal bepalen in het belang van [minderjarige] .

6.6. De beslissing

De kinderrechter:
Gesloten jeugdhulp- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [minderjarige] , met ingang van
6 januari 2026 tot 6 april 2026;
-
verklaart deze beslissing, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat het verzoek van JBRA voor het overige wordt aangehouden tot de zitting van
[afspraak] [1] , waarvoor JBRA, de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de moeder, de advocaat van de moeder, de vader, [minderjarige] en de advocaat van [minderjarige] , afzonderlijk zullen worden opgeroepen;
- houdt iedere verdere beslissing aan;
Omgang
- bepaalt in het kader van een omgangsregeling dat [minderjarige] en de moeder voorlopig omgang hebben op geleide van JBRA, waarbij er in elk geval binnen een maand na 6 januari 2026 een onbegeleid omgangsmoment tussen [minderjarige] en de moeder zal plaatsvinden bij de moeder thuis en binnen twee maanden na 6 januari 2026 een onbegeleid omgangsmoment tussen [minderjarige] en de moeder zal plaatsvinden bij de moeder thuis, waarbij [minderjarige] ook overnacht bij de moeder;
- bepaalt dat [minderjarige] zijn verjaardag, op [geboortedag] 2026, bij de moeder thuis zal vieren, waarbij JBRA zich dient in te spannen om mogelijk te maken dat [minderjarige] alsdan de dag ervoor al naar de moeder kan gaan of dat hij op de dag van zijn verjaardag bij de moeder kan overnachten en dit tijdig aan [minderjarige] en zijn moeder communiceert;
- verklaart deze beslissing, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat het verzoek van de moeder voor het overige wordt aangehouden tot de zitting van [afspraak] , waarvoor JBRA, de (contactpersoon van de) WSS, de moeder, de advocaat van de moeder, [minderjarige] en de advocaat van [minderjarige] , afzonderlijk zullen worden opgeroepen;
- houdt iedere verdere beslissing aan
Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Luijck, kinderrechter, in tegenwoordigheid
van P.A.W. van Schaick, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 en op schrift gesteld op 16 januari 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam.

Voetnoten

1.Deze nieuwe zittingsdatum is met de advocaten van partijen afgestemd na afloop van de zitting.