ECLI:NL:RBAMS:2026:2282

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11816430 \ CV EXPL 25-10097
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • M.F. van Schendel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaand factuurbedrag voor geleverde werktekeningen toegewezen

EN Vastgoed vordert betaling van het openstaande factuurbedrag van €5.747,50 voor geleverde werktekeningen aan Green Building Construction. Green Building Construction voert verweer dat de levering te laat was en de tekeningen niet voldeden, waardoor slechts de helft betaald zou hoeven worden.

De rechtbank stelt vast dat partijen geen harde leveringsdatum zijn overeengekomen en dat EN Vastgoed een inspanningsverplichting had om de werktekeningen zo spoedig mogelijk te leveren. Green Building Construction heeft onvoldoende concreet onderbouwd waarom de tekeningen niet voldeden, terwijl EN Vastgoed heeft aangetoond dat de tekeningen gedetailleerder waren dan eerdere vergunningstekening.

De rechtbank oordeelt dat EN Vastgoed niet tekort is geschoten in de nakoming en veroordeelt Green Building Construction tot betaling van het openstaande bedrag, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Green Building Construction wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande factuurbedrag, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11816430 \ CV EXPL 25-10097
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EN VASTGOED B.V.,
te Wormerveer,
eisende partij,
hierna te noemen: EN Vastgoed,
gemachtigde: Koning en de Raadt Incassobureau (mr. F. Kassies),
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GREEN BUILDING CONSTRUCTION B.V.,
te Amstelveen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Green Building Construction,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. (mr. P.H. Huth)

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 oktober 2025 waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden;
- de akte aanvullende producties van EN Vastgoed van 7 januari 2026;
- een aanvullende productie van Green Building Construction van 16 januari 2026;
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
EN Vastgoed is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met bouwkundig tekenwerk. Green Building Construction heeft EN Vastgoed eind 2024 benaderd voor het maken van werktekeningen voor de bouw van een project in Zaandam.
2.2.
Op 7 januari 2025 heeft EN Vastgoed een offerte aan Green Building Construction gestuurd. Op de offerte van EN Vastgoed staat vermeld dat de opdracht aan EN Vastgoed zou bestaan uit het aanleveren van “
Werktekeningen” en “
Werk detailtekeningen max 10 st.” voor de prijs van € 9.500 exclusief btw. Over de planning vermeldt de offerte: “(…)
Op het moment dat alle benodigde bescheiden in ons bezit zijn streven wij er naar om de uitvoeringstekeningen binnen 4/8 weken gereed te hebben.
2.3.
Na het versturen van de offerte door EN Vastgoed is er op 7 januari 2025 contact geweest tussen dhr. [naam] van Green Building Construction en EN Vastgoed. [naam] schreef in zijn eerste reactie op de offerte: “
Ik vertrouw op een levering eind januari dan wel uiterlijk vrijdag 7 februari. Als het jou lukt eind januari aan te leveren ga ik akkoord met jouw offerte a 9.500,-: ga je deze uitdaging aan?
2.4.
De reactie van EN Vastgoed op dat bericht was: “(…)
Dit wat je hieronder omschrijft is niet onze manier van werken?? We kunnen de werkzaamheden uitvoeren voor de genoemde 9500 ex btw en voeren dat zsm uit. Op zijn vroegst lukt het om eind 1ste week feb af te hebben.
2.5.
[naam] heeft daarna namens Green Building Construction akkoord gegeven op de offerte van EN Vastgoed.
2.6.
Op 13 februari 2025 heeft EN Vastgoed een factuur gestuurd aan Green Building Construction voor de werkzaamheden conform de offerte à € 9.500 exclusief btw, met als vervaldatum 1 maart 2025.
2.7.
Op 15 april 2025 heeft [naam] telefonisch geklaagd over het door EN Vastgoed geleverde werk. Op 16 april 2025 heeft [naam] ook per e-mail geklaagd over het door EN Vastgoed geleverde werk. [naam] bood vanwege die klachten aan om de helft van de factuur te voldoen. EN Vastgoed heeft dat aanbod niet geaccepteerd en een alternatief voorstel gedaan.
2.8.
Green Building Construction heeft vervolgens de helft van het factuurbedrag (€ 5747,50 inclusief btw) voldaan.

3.Het geschil

3.1.
EN Vastgoed vordert - samengevat - veroordeling van Green Building Construction tot betaling van € 6.624,08 (bestaande uit de hoofdsom van € 5747,50, rente en buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente vanaf datum vonnis over de hoofdsom en kosten, uitvoerbaar bij voorraad. De gevorderde hoofdsom staat gelijk aan het nog openstaande bedrag uit de factuur van 13 februari 2025.
3.2.
Green Building Construction voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van EN Vastgoed, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van EN Vastgoed, met veroordeling van EN Vastgoed in de kosten van deze procedure, uitvoerbaar bij voorraad. Green Building Construction wil niet betalen omdat zij niet tevreden is over het door EN Vastgoed geleverde werk.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat EN Vastgoed de met Green Building Construction overeengekomen werkzaamheden zou uitvoeren en dat EN Vastgoed daarvoor € 9.500 exclusief btw zou betalen.
4.2.
Green Building Construction wil dat bedrag niet betalen omdat EN Vastgoed niet volgens afspraak zou hebben geleverd. Green Building Construction noemt daar twee redenen voor: de werktekeningen zouden te laat geleverd zijn (op 6 maart 2025, in plaats van de eerste week van februari 2025) en de werktekeningen zouden niet voldoen. Green Building Construction stelt dat daarom sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door EN Vastgoed, die zou rechtvaardigen dat Green Building Construction slechts de helft van de factuur hoeft te voldoen. Dit verweer slaagt niet. De kantonrechter licht dat hieronder toe.
De termijn voor het aanleveren van de werktekeningen
4.3.
Partijen hebben geen uiterlijke termijn afgesproken voor levering van de werktekeningen in de eerste week van februari 2025. De offerte vermeldt geen uiterlijke termijn met die datum, maar slechts een
streeftijdvan 4 tot 8 weken na ontvangst van de benodigde bescheiden. Partijen hebben geen andere of aanvullende afspraak gemaakt. Uit het bericht van 7 januari 2025 in reactie op de offerte blijkt weliswaar dat Green Building Construction levering wenste in de eerste week van februari 2025, maar EN Vastgoed heeft niet met die termijn ingestemd. EN Vastgoed heeft duidelijk gemaakt dat zij haar best zou doen om de werktekeningen zo snel mogelijk aan te leveren, maar dat zij op zijn vroegst (en niet uiterlijk) de werktekeningen eind eerste week februari af zou kunnen hebben. Het bleef dus bij de in de offerte beschreven inspanningsverplichting. Green Building Construction heeft daarna akkoord gegeven op de offerte en daarmee ook op deze werkwijze.
De kwaliteit van de werktekeningen
4.4.
Green Building Construction is er daarnaast niet in geslaagd voldoende concreet aan te geven waarom de werktekeningen niet voldeden. Nu het Green Building Construction is die zich beroept op een tekortkoming in de nakoming door EN Vastgoed draagt Green Building Construction daarvan de stelplicht en de bewijslast. Dat betekent dat Green Building Construction voldoende concreet moet stellen en bij betwisting moet bewijzen dat en waarom de werktekeningen niet voldeden. Green Building Construction heeft hierover slechts verklaard dat de werktekeningen niet gedetailleerd genoeg waren voor de aannemer en dat de geleverde werktekeningen in feite dezelfde waren als die al eerder waren gebruikt in een vergunningstraject in 2022, maar dit verder nauwelijks onderbouwd. EN Vastgoed heeft ook op zitting onder verwijzing naar de tekeningen gemotiveerd aangegeven dat de aangeleverde tekeningen veel meer details bevatten dan de tekeningen die zijn gebruikt in het vergunningstraject in 2022 en dat aannemers met dit soort tekeningen uit de voeten kunnen. Gelet op die betwisting had het op de weg van Green Building Construction gelegen om haar stellingen nader toe te lichten en te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan.
Toewijzing hoofdsom
4.5.
Slotsom is dat EN Vastgoed niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Het gevolg is dat Green Building Construction het nog openstaande bedrag van € 5.747,50 aan EN Vastgoed dient te betalen. De kantonrechter zal dat bedrag als hoofdsom toewijzen.
Rente
EN Vastgoed heeft de wettelijke handelsrente gevorderd over de te betalen hoofdsom, voor de periode vanaf vervaldatum factuur tot aan datum dagvaarding en vanaf datum vonnis tot aan algehele voldoening. Nu sprake is van een handelsovereenkomst zal die rente worden toegewezen. Voor de periode vanaf vervaldatum factuur (1 maart 2025) tot aan datum dagvaarding (8 juli 2025) bedraagt de verschuldigde rente over de toegewezen hoofdsom € 214,20. Dat bedrag zal worden toegewezen. De rente wordt verder toegewezen vanaf de datum van dit vonnis.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
EN Vastgoed vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 662,38 worden toegewezen.
Proceskosten
4.7.
Green Building Construction is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van EN Vastgoed worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.529,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Green Building Construction om aan EN Vastgoed te betalen een bedrag van € 5.961,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 5.747,50, met ingang vanaf de datum van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Green Building Construction om aan EN Vastgoed te betalen een bedrag van € 662,38 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt Green Building Construction in de proceskosten van € 1.529,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Green Building Construction niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. van Schendel en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.