AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor opzettelijk niet tijdig doen van aangifte vennootschapsbelasting over meerdere jaren
De rechtbank Amsterdam heeft op 5 maart 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een rechtspersoon die zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk niet of niet tijdig doen van aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 2018, 2020 en 2021. De uitnodigingen tot het doen van aangifte waren steeds naar het juiste postadres gestuurd, dat door de Belastingdienst was geregistreerd en niet door de verdachte was gewijzigd.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte onvoldoende actie heeft ondernomen om de achterstallige aangiften alsnog in te dienen, ondanks herinneringen en aanmaningen. De overstap van het accountantskantoor BDO naar PwC vond pas plaats nadat duidelijk werd dat niet aan de aangifteverplichtingen was voldaan, maar PwC werd pas laat betrokken bij de achterstanden.
De rechtbank concludeerde dat sprake was van voorwaardelijk opzet, omdat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de aangiften niet of niet tijdig zouden worden ingediend. De rechtbank legde een geldboete van €25.000 op, rekening houdend met de ernst van het feit, de periode van drie jaar waarin de verplichtingen niet werden nagekomen, en het feit dat de aanslagen uiteindelijk zijn opgelegd en deels betaald.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen en verklaarde het bewezen geachte strafbaar. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige belastingaangifte en de negatieve gevolgen van het niet naleven daarvan voor de belastingmoraal en de belastingheffing in Nederland.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €25.000 wegens opzettelijk niet tijdig doen van aangifte vennootschapsbelasting over 2018, 2020 en 2021.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De met DOC aangeduide bewijsmiddelen zijn steeds geschriften. De inhoud van de bewijsmiddelen is steeds zakelijk weergegeven.
2.VD-001-03, p. 0024-0025.
3.DOC-024, p. 1035; DOC-002, p. 0511; DOC-003, p. 0536; DOC-130, p. 1887.
4.DOC-008, p. 0645; DOC-009, p. 0665; DOC-010, p. 0690; DOC-131, p. 1888.
5.DOC-011, p. 0710; DOC-012, p. 0730; DOC-013, p. 0759; DOC-132, p. 1889.
6.DOC-024, p. 1035 (2018); DOC-008, p. 0645 (2020); DOC-011, p. 0710 (2021).
7.AMB-010, p. 0419.
8.De verklaring van verdachte op de zitting van 19 februari 2026.
9.DOC-078, p. 1477.
10.V-002-02, p. 0173.
11.DOC-093, p. 1578-1585.
12.G-001-04, p. 0337.
13.G-001-04, p. 0338.
14.DOC-002, p. 0511 (herinnering); DOC-003, p. 0536 (aanmaning).
15.DOC-009, p. 0665 (herinnering); DOC-010, p. 690 (aanmaning).
16.DOC-012, p. 0730 (herinnering); DOC-013, p. 0759 (aanmaning).