AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan niet tijdig doen van belastingaangiften
De rechtbank Amsterdam heeft op 5 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet of niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2018, 2020 en 2021 door zijn vennootschap, en het opzettelijk niet tijdig doen van zijn eigen aangifte inkomstenbelasting over 2019.
De rechtbank oordeelde dat de uitnodigingen voor de vennootschapsbelastingaangiften naar het juiste adres waren verzonden en dat verdachte als enig aandeelhouder en bestuurder feitelijk leiding gaf aan het niet tijdig indienen van de aangiften. Ook voor zijn eigen aangifte inkomstenbelasting had verdachte voorwaardelijk opzet, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de aangifte niet tijdig werd ingediend.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan beide feiten en veroordeelde hem tot een taakstraf van 150 uur met een vervangende hechtenis van 75 dagen indien niet uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De straf is passend geacht gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden en het feit dat verdachte inmiddels alsnog aan zijn aangifteverplichtingen heeft voldaan.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van fiscale verplichtingen en de verantwoordelijkheid van bestuurders om hierop toe te zien, ter bescherming van de belastingmoraal en het belastingstelsel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden wegens feitelijk leidinggeven aan het niet tijdig doen van belastingaangiften.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De met DOC aangeduide bewijsmiddelen zijn steeds geschriften. De inhoud van de bewijsmiddelen is steeds zakelijk weergegeven.
2.VD-001-03, p. 0024-0025.
3.DOC-024, p. 1035; DOC-002, p. 0511; DOC-003, p. 0536; DOC-130, p. 1887.
4.DOC-008, p. 0645; DOC-009, p. 0665; DOC-010, p. 0690; DOC-131, p. 1888.
5.DOC-011, p. 0710; DOC-012, p. 0730; DOC-013, p. 0759; DOC-132, p. 1889.
6.DOC-032, p. 1135-1137; DOC-136, p. 1904.
7.DOC-024, p. 1035 (2018); DOC-008, p. 0645 (2020); DOC-011, p. 0710 (2021).
8.AMB-010, p. 0419.
9.De verklaring van verdachte op de zitting van 19 februari 2026.
10.DOC-078, p. 1477.
11.V-002-02, p. 0173.
12.DOC-093, p. 1578-1585.
13.G-001-04, p. 0337.
14.G-001-04, p. 0338.
15.DOC-002, p. 0511 (herinnering); DOC-003, p. 0536 (aanmaning).
16.DOC-009, p. 0665 (herinnering); DOC-010, p. 690 (aanmaning).
17.DOC-012, p. 0730 (herinnering); DOC-013, p. 0759 (aanmaning).
18.VD-001-02, p. 0018-0019.
19.Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam] bij de rechter-commissaris d.d. 3 september 2025, p. 3-4 en 7.
20.V-002-02, p. 15.
21.V-002-02, p. 5.
22.DOC-032, p. 1135.
23.DOC-032, p. 1136.
24.DOC-032, p. 1137.
25.DOC-085, p. 1533.
26.DOC-105; G-004-01, p. 11 en 35-36.