Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. S.A. van Veen, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K.A. Kieft, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
NN1 haalt met zijn rechterarm uit in de richting van het gezicht van het slachtoffer. NN1 raakt de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer.NN2 komt tussen beide partijen, tussen NN1 en het slachtoffer.
NN2 duwt het slachtoffer weg in de richting van de hal.Ook is te zien dat de pet van het slachtoffer van zijn hoofd valt. Deze ligt op de grond in de hal van de betaalautomaten. Hieruit kan de conclusie worden gemaakt dat er behoorlijk wat kracht in de klap zat.
Ten tijde van het aanrennen haalt NN3 zijn rechterarm naar achteren(de rechtbank ziet deze beweging van de rechterarm pas als NN3 stilstaat voor het slachtoffer)en beweegt deze voort in de richting van het gezicht van het slachtoffer. NN3 raakt met kracht de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer.
De rechtbank ziet dat NN1 een trappende beweging maakt in de richting van het slachtoffer, die op dat moment uit beeld verdwijnt. Niet te zien is of deze trap het slachtoffer raakt.De confrontatie verplaatst
zich naarhet trottoir nabij de [straat] .
NN3 springt het slachtoffer om zijn nek / rug. Op de foto is te zien dat NN3 bijna loskomt van de grond. Het lijkt of NN3 met zijn volle gewicht om de nek / rug van het slachtoffer hangt.
NN2 trapt tegen het lichaam van het slachtoffer.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[de verdachte], daarvoor strafbaar.
120 (honderdtwintig) dagen.
104 (honderdvier) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
1 (één) jaarvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
80 (tachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
40 (veertig) dagen.
[de verdachte]is ten laste gelegd dat: