Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
incidentelefout blijkt uit het feit dat in het WOZ-waardeloket intussen wel een gelijke (en juiste) gebruiksoppervlakte (van 207 m2) bij de woning op nummer [adres 5] is vermeld.
matig’ (in plaats van ‘
gemiddeld’) heeft. Dit verklaart de lagere WOZ-waarde volgens hem. Eiseres heeft ter zitting, met verwijzing naar foto’s van de gevels van de woningen, aangevoerd dat de kwaliteitsaanduiding hoger moet zijn vanwege een recente renovatie bij [adres 6] . De heffingsambtenaar heeft hierop aangegeven niet bekend te zijn met een renovatie en de kwaliteitsaanduiding te hebben gebaseerd op inventarisaties (waarvoor bijvoorbeeld verkoopgegevens worden gebruikt). Ongeacht de vraag of de door de heffingsambtenaar gebruikte kwaliteitsaanduiding juist is of niet, is niet (voldoende) gesteld of gebleken dat sprake is van een bewuste voorkeur of begunstigend beleid door de heffingsambtenaar. Een verschil in kwaliteitsaanduiding, ook als dit onjuist zou zijn, vormt op zichzelf geen aanwijzing voor een
bewusteafwijking van de juiste rechtstoepassing om een andere belanghebbende te bevoordelen. Dat is voor het aannemen van begunstigend beleid echter wel vereist (zie overweging 12.1).