ECLI:NL:RBAMS:2026:2205

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
11322682 CV EXPL 24-12379
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Verordening 261/2004Art. 7 Verordening 261/2004Art. 8 Verordening 261/2004Art. 9 Verordening 261/2004Art. 6:83b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder veroordeeld tot vergoeding meerkosten ticket wegens schending informatieplicht bij vluchtannulering

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht op 5 en 6 februari 2024, die werd geannuleerd. De vervoerder bood vier alternatieve vluchten aan in dezelfde prijsklasse, met aankomst op de eindbestemming met aanzienlijke vertraging. De passagier koos voor een eerdere vlucht van Air France in een hogere klasse waarvoor extra kosten werden gemaakt.

AirHelp, als cessionaris van de passagier, vorderde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens annulering en schending van de informatieplicht. De vervoerder betwistte de aanspraak op compensatie, onder meer omdat de alternatieve vlucht geen vertraging zou opleveren en omdat de passagier zelf een duurdere vlucht had gekozen.

De rechtbank oordeelde dat de vervoerder de informatieplicht had geschonden door de passagier niet tijdig en adequaat te informeren over de mogelijkheid van een eerdere vlucht in een hogere klasse zonder extra kosten. De forfaitaire compensatie wegens vertraging werd afgewezen omdat de eindbestemming niet significant vertraagd was. Wel werd de vergoeding van de meerkosten van het ticket van € 288,64 toegewezen als passende compensatie. Daarnaast werd de vervoerder veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van de meerkosten van het ticket en proceskosten wegens schending van de informatieplicht bij vluchtannulering.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK [plaats 1]

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11322682 CV EXPL 24-12379
vonnis van: 24 februari 2026
fno.: 569

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn
eiseres
nader te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
t e g e n

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mrs. R.L.S.M. Pessers en G.D. Baboolal

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • dagvaarding van 30 augustus 2024 met producties
  • conclusie van antwoord;
  • conclusie van repliek;
  • conclusie van dupliek;
  • dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1
[naam] – hierna de passagier – heeft met de vervoerder een
vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier 5 en 6
februari 2024 zou vervoeren van [vertrekplaats] naar [plaats 1] en aansluitend van
naar [bestemming] met aankomsttijd op 6 februari 2024 om 11:30 uur.
1.2.
De vlucht [vertrekplaats] naar [plaats 1] is geannuleerd.
1.3
De vervoerder heeft de passagier vier omboekmogelijkheden in dezelfde prijsklasse
aangeboden. Alle vluchten zouden vertrekken op 6 februari 2024. De vlucht met de
minste vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke vlucht zou arriveren op 6 februari
2024 om 22:20 te [bestemming] .
1.4
De passagier heeft de vervoerder gewezen op een vlucht van Airfrance met vertrek op 5
februari 2024. De vervoerder heeft meegedeeld
‘Ik heb het gecontroleerd en helaas heb ik op de vlucht van 23:15 uur geen opties inEconomy class. Het is voor mij niet mogelijk om je ondanks de annulering in eenhogere klasse zoals Premium of Business te plaatsen. Er zijn helaas geen anderevluchten beschikbaar.’1.5 De passagier heeft de vervoerder nogmaals gewezen op de dezelfde vlucht van [vertrekplaats]
- [plaats 2] - [bestemming] met, gepland, vertrek om 23:15 uit [vertrekplaats] die was opgenomen in de
boekings(app) van de vervoerder. De vervoerder heeft vervolgens meegedeeld dat
voor die vlucht € 488,64 bijbetaald diende te worden omdat het een
Premium vlucht is. De passagier heeft dat bedrag, bestaande uit € 200,00
omboekingskosten en € 288,64 aan kosten voor het ticket betaald. De vlucht is volgens
de historische vluchtgegevens 14 uur later vertrokken dan de geplande vertrektijd en 3
minuten eerder aangekomen dan de geplande aankomsttijd van de oorspronkelijke
vlucht.
1.6
De vervoerder heeft de omboekingskosten van € 200,00 gerestitueerd aan de passagier.
1.7
De passagier heeft de vordering ter zake van de vlucht gecedeerd aan AirHelp.
1.8.
AirHelp heeft de vervoerder schriftelijk gesommeerd tot betaling van compensatie
op 13 juni 2024 en heeft daarin een uiterste betaaltermijn van 14 dagen gegeven.
1.9
De vervoerder heeft geweigerd te betalen.

Vordering en verweer

2. AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis
veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 600,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum
van de vlucht tot aan de dag van betaling;
b. de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na
betekening van het vonnis;
3. AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004
van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van
gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij
instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van
de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking
hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU).
AirHelp stelt dat de vervoerder haar dient te compenseren conform artikel 7 van Pro de
Verordening. De aangeboden alternatieve vlucht zou met een vertraging van meer dan 4
uur ten opzichte van de oorspronkelijke vlucht aankomen te [bestemming] . Dat is een
afwijking als bedoeld in artikel 5 lid 1 bus Pro c (iii). Voorts heeft de vervoerder de passagier
niet conform artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening geïnformeerd. Niet is gebleken dat
de alternatieve vlucht bij de eerste gelegenheid heeft plaatsgevonden. De stelplicht en
bewijslast rust op de vervoerder (zie het Rusu/Blue Air arrest van het HvjEU 29 juli 2019,
EU:C:2019:637).
4.De vervoerder voert verweer en voert - kort gezegd- aan dat de alternatieve vlucht die is
genomen geen recht geeft op compensatie gelet op de vertrektijd en aankomsttijd, een en
ander conform artikel 5 lid 1 sub c van Pro de Verordening. Het arrest Rusu/Blue Air ziet
voorts op instapweigering en niet op annuleringen. Daarnaast rust op de vervoerder de
verplichting om om te boeken onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. De alternatieve
vlucht die door de passagier zelf is geboekt, via KLM, betrof een hogere prijsklasse,
namelijk businessclass. Tot slot bestaat, zelfs indien er sprake is van een schending
van artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening, geen recht op compensatie op grond van de
Verordening.

Beoordeling

De Verordening
5
. Artikel 5
Annulering
1.
1. In geval van annulering van een vlucht:a) wordt de betrokken passagiers door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoertbijstand geboden als bedoeld in artikel 8;(…)c) hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7 bedoelde Pro compensatie door de
luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij(…)
iii) de annulering hun minder dan zeven dagen voor de geplande vertrektijd wordtmeegedeeld en hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt.
Redelijke maatregelen
6. Indien zich een buitengewone omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro
de Verordening dient er tevens beoordeeld te worden of de vervoerder redelijke
maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. Dat is
in deze zaak het geval gelet op het volgende.

Informatieplicht

Hof van Justitie van de EU
7. De vervoerder heeft de plicht om de passagiers op hun rechten te wijzen op grond van de Verordening, zoals opgenomen in artikel 8 (en 9), zodat zij hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen (zie in die zin arresten van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punten 53 en 54, en 21 december 2021, Azurair e.a., C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270/20, EU:C:2021:1038, punten 99 en 100). Dit recht van de passagiers om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen om een juiste en weloverwogen keuze te kunnen maken, brengt voor hen geen enkele verplichting met zich om zelf actief de informatie in te winnen die deel zou moeten uitmaken van het voorstel van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren (arrest van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punt 55). Tevens dient de luchtvaartmaatschappij de passagiers naar behoren te informeren wanneer een alternatief reisplan niet mogelijk is.
8. De passagiers kunnen op basis van hetgeen in de artikelen 8 en 9 van verordening nr. 261/2004 is bepaald, aanspraak maken op compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren de krachtens deze artikelen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen (HvJ EU 13 oktober 2011, Sousa Rodríguez e.a., C-83/10, EU:C:2011:652).
9. Die compensatie is evenwel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren goed te maken (zie naar analogie HvJ EU, 22 april 2021, Austrian Airlines, C-826/19, EU:C:2021:318, punt 73 en HvJ EU, 08 juni 2023, nr. C-49/22).

Richtsnoeren voor de interpretatie van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad

10. Onder punt 4.2. Recht op terugbetaling, herroutering of herboeking bij instapweigering of annulering, is opgenomen
‘ Wanneer aan passagiers de keuze wordt aangeboden tussen voortzetting van de reis ofherroutering, moet dit „onder vergelijkbare vervoersomstandigheden” gebeuren. Of devervoersomstandigheden al dan niet vergelijkbaar zijn, wordt bepaald door diversefactoren en moet geval per geval worden beoordeeld. Afhankelijk van deomstandigheden verdienen de volgende goede praktijken aanbeveling:
- herroutering moet worden aangeboden zonder extra kosten voor de passagier, zelfswanneer de passagiers worden geherrouteerd met een andere luchtvaartmaatschappij ofeen andere vervoerswijze of in een hogere klasse of tegen een tarief dat hoger is danhetgeen voor de oorspronkelijke dienst is betaald;’

Toepassing op het onderhavige geval

11. De vervoerder heeft jegens de passagier de informatieplicht als opgenomen in artikel 8 lid 1 onder Pro b van de Verordening geschonden door de passagier het door hem bedoelde keuze derhalve niet op het moment van annuleren van de vlucht geboden. Het Hof van Justitie heeft bepaald (zie HvJ EU 11 juni 2020, nr. C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460 (
Transportes Aéros Portugueses) dat de luchtvaartmaatschappij er zo nodig voor dient te zorgen dat de passagier wordt omgeboekt naar een vlucht van een andere luchtvaartmaatschappij indien die vlucht minder laat aankomt dan de eerstvolgende eigen vlucht van de luchtvaartmaatschappij. De alternatieve vlucht is daarnaast opgenomen in de eigen boekingsapp en uitgevoerd door Air France, onderdeel van hetzelfde concern. De passagier is toegang tot die vlucht onthouden tenzij er bijbetaald zou worden. De vervoerder had dat niet van de passagier mogen verlangen.
11. Anders dan de vervoerder aanvoert kan de passagier wel degelijk bij schending van artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening een beroep doen op compensatie. Echter zelfs indien er sprake is van een schending dan dient de compensatie noodzakelijk, passend en redelijk te zijn. AirHelp vordert € 600,00 aan hoofdsom. Dat bedrag ziet op de forfaitaire compensatie voor zover die betrekking heeft op het geleden tijdverlies wegens een, langdurige, vertraging op de eindbestemming. Daarvan is geen sprake. De kantonrechter kan uiteraard minder toewijzen dan gevorderd. Op grond van het voorgaande is toewijsbaar € 288,64, de meerkosten voor het ticket, hetgeen gelet op het voorgaande een noodzakelijke, passende en redelijke compensatie is. De boekingskosten waren reeds door de vervoerder gerestitueerd. Deze kosten waren anders ook toegewezen.
11. AirHelp heeft wettelijke rente gevorderd vanaf de datum vlucht. Dat is niet correct ter zake van deze vorm van schade nu die niet valt onder artikel 6:83 b BW. De wettelijke rente is, gelet op de sommatie als opgenomen onder 1.8, toewijsbaar vanaf 28 juni 2024 omdat de vervoerder op dat moment in verzuim was.
Proceskosten
14. Bij deze uitkomst wordt De vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. Gelet op de hoogte van het toe te wijzen bedrag is het griffierecht toewijsbaar als hierna te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 288,64 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op:
-griffierecht: € 130,00
-exploot: € 135,97
-salaris: € 174,00
--------------
totaal: € 395,97
inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover tot de algehele voldoening indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover tot de algehele voldoening indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.