ECLI:NL:RBAMS:2026:2135

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
25/3501
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 ParticipatiewetArt. 44a ParticipatiewetArt. 7 ParticipatiewetArt. 30b Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling passendheid re-integratieverplichting in Plan van aanpak Participatiewet

Eiseres, een 35-jarige vrouw die gevlucht is uit Iran en een bijstandsuitkering ontvangt, betwist het Plan van aanpak dat haar re-integratieverplichting regelt op grond van artikel 44a van de Participatiewet. Zij stelt dat het plan niet passend is vanwege haar medische en veiligheidsbeperkingen en dat zij onterecht wordt verplicht tot het zoeken van betaald werk.

De rechtbank heeft het belastbaarheidsonderzoek van Argonaut en de gesprekken tussen eiseres en de gemeente betrokken in haar beoordeling. Het plan is opgesteld met inachtneming van de beperkingen van eiseres, waarbij thuiswerk of studie als meest passende eerste stap wordt gezien. De voorgestelde opleidingen van eiseres worden niet vergoed omdat er geen baangarantie is en geen personeelstekort in die sectoren.

Eiseres heeft geen ontheffing van de re-integratieverplichting gekregen omdat de wet dit niet toestaat voor de verplichting tot re-integratie. De rechtbank concludeert dat het plan zorgvuldig en passend is opgesteld, dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het Plan van aanpak re-integratieverplichting wordt ongegrond verklaard en het plan is passend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.M. Vaalburg),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen, verweerder

(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de re-integratieverplichting die aan eiseres is opgelegd in een Plan van aanpak op grond van artikel 44a van de Participatiewet (Pw). Eiseres vindt dit plan niet passend en zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat er geen reden is om de re-integratieverplichting als niet passend te beoordelen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 30 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het besluit van 31 december 2024 – het Plan van aanpak gericht op het zoeken van een betaalde baan – gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, N. Vakili, tolk in de taal Farsi, en de gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is 35 jaar oud. Zij is gevlucht uit Iran. Vanaf 2 juni 2021 ontvangt eiseres een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Op zitting is besproken dat zij nog steeds woonachtig is in Amstelveen. De woning van eiseres zou worden gesloopt, maar dat laat langer op zich wachten dan verwacht. Eiseres heeft een (medische) woon-urgentie aangevraagd. Hier komt zij waarschijnlijk voor in aanmerking. Een verhuizing is op dit moment echter nog niet aan de orde, gelet op de operatie(s) die eiseres heeft ondergaan en nog moet ondergaan. Eiseres is op medische redenen vrijgesteld van arbeidsverplichtingen.
4. Voorafgaand aan de aanmelding bij Matchez [1] heeft op verzoek van verweerder een belastbaarheidsonderzoek plaatsgevonden door Argonaut . Een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van Argonaut hebben hun bevindingen vastgelegd in een rapport van 23 september 2024 (het advies).
5. Naar aanleiding van dit advies heeft verweerder eiseres uitgenodigd voor gesprekken op kantoor. Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2024. Het tweede gesprek vond plaats op 12 november 2024 in aanwezigheid van de begeleider van eiseres, mevrouw [naam] van Roads/Arkin . De bevindingen van het gesprek zijn vastgelegd in een rapport met als kenmerk Mutatie in verband met BBO uitkomst wp 2709610. Bij dit rapport is ook de lijst met opleidingen zoals verstuurd door de begeleider van eiseres op 20 december 2024 aangehecht.
6. Met het besluit van 31 december 2024 heeft verweerder op grond van artikel 44a van de Pw een Plan van aanpak opgesteld. De door eiseres voorgestelde opleidingen ( Modeopleiding Nancy van Vliet , Edelsmeden II, Sieradenontwerp en Academy Vogue ) zullen niet worden vergoed. Eiseres heeft niet kunnen aantonen dat na het afronden van de opleidingen een baangarantie bestaat. De opleidingen vallen daarnaast niet in een beroepsgroep waar een tekort aan personeel is. Uit de beschikking van 23 november 2023 is gebleken dat voor de gewenste opleidingen van eiseres geen mogelijkheid is tot financiering vanuit het Levenlanglerenkrediet. Een opleiding bij het ROC is als een optie aangeboden. Eiseres heeft hiervan geen gebruik gemaakt omdat dit niet passend zou zijn. Naar aanleiding van het gesprek op 12 november 2024 is daarom een Plan van aanpak opgesteld voor de periode vanaf 13 januari 2025 tot en met 31 juli 2025. Als eerste stap staat daarin vermeld dat eiseres op zoek moet gaan naar een betaalde baan. Volgens verweerder past dit het beste bij de situatie van eiseres en de mogelijkheden binnen haar veiligheidsbeperkingen. Eiseres is in dit kader aangemeld voor een traject bij Matchez . In het Plan van aanpak is verder vermeld wat van eiseres wordt verwacht, wat zij van de gemeente kan verwachten en wat er gebeurt als zij niet meewerkt aan het plan. Ook is zij gewezen op de verplichting om informatie aan verweerder door te geven die van belang is voor haar recht op een uitkering.
7. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het Plan van aanpak ongegrond verklaard. Verweerder heeft dit gebaseerd op het advies van de bezwaarschriftencommissie van 30 april 2025. Verweerder stelt zich op het standpunt dat iedere belanghebbende op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Pw, alles in het werk moet stellen om niet bijstandsafhankelijk te zijn. Wanneer het nog niet mogelijk is om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te accepteren, geldt de re-integratieplicht op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Pw. Van de re-integratieplicht kan geen tijdelijke ontheffing worden verleend. Verweerder moet verder maatwerk leveren bij de beoordeling welke re-integratievoorziening voor een belanghebbende geschikt is. De voorziening moet het resultaat zijn van een zorgvuldige op de persoon toegesneden afweging. In het kader van de mogelijkheden van regulier werk of deelname aan re-integratie activiteiten is een belastbaarheidsonderzoek opgevraagd bij Argonaut . Hieruit volgt dat er medisch objectiveerbare klachten zijn en dat eiseres in relatie tot arbeid beperkt belastbaar is. Er is in formele zin geen sprake van een medische urenbeperking. In combinatie met het veiligheidsaspect, lijkt thuiswerk of studie de meest passende eerste stap. In het verleden is eiseres diverse malen de gelegenheid geboden om met een voorstel te komen voor het volgen van een opleiding die voldoet aan de uitgangspunten van het re-integratiebeleid van de Pw. Volgens verweerder is bij de aanmelding bij Matchez rekening gehouden met de bevindingen uit het advies van Argonaut en verweerder citeert uit de aanmelding:
"er zijn veel zaken om rekening mee te houden en dat bezwaarde begeleid dient te worden door een senior begeleider"en verder
"dat de belastbaarheid fors is beperkt, dit in combinatie met het veiligheidsaspect lijkt thuiswerk of studie de meest passende eerste stap".Verweerder overweegt verder dat het Plan van aanpak op de juiste gronden tot stand is gekomen. Van het herroepen van het besluit kan daarom geen sprake zijn. Rekening houdend met de beperkingen van eiseres, waaronder de veiligheidsaspecten, moet de vorm en de wijze waarop de re-integratie zal plaatshebben nog nader worden bepaald. Dit neemt niet weg dat de re-integratieverplichting onverkort van toepassing is en blijft zolang er een beroep wordt gedaan op de Pw.
Het standpunt van eiseres
8. Eiseres voert aan dat het Plan van aanpak niet passend is bij haar wensen en mogelijkheden. Eiseres is bang dat onvoldoende acht zal worden geslagen op haar gezondheids- en veiligheidsbeperkingen. Dit is contraproductief en leidt tot verergering van haar klachten. Dit is ook bevestigd door haar behandelaren en zij verwijst naar een brief van 4 april 2025 van het Sinai centrum. Eiseres heeft ingestemd met het onderzoek door Argonaut ervan uitgaande dat dit zou worden ingezet ter ondersteuning van een verdergaand gesprek over een passende opleiding. Volgens eiseres is dit aan haar toegezegd en zij mocht erop vertrouwen dat zou worden gezocht naar een passende scholing, niet om alsnog reguliere arbeid op te leggen waarvoor zij aantoonbaar niet geschikt is. Het Plan van aanpak is verder op korte termijn niet uitvoerbaar, omdat eiseres meerdere intensieve medische behandelingen moet ondergaan. Volgens eiseres is het niet realistisch om van haar te verlangen dat zij zich actief inzet voor het vinden van een betaalde baan. Het Plan van aanpak is feitelijk niet uitvoerbaar en verweerder heeft ten onrechte niet ingestemd met het verzoek om het plan voor twaalf maanden op te schorten. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en mist een deugdelijke motivering.
Het oordeel van de rechtbank
9. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat zij wil worden ontheven van de re-integratieverplichting die aan haar is opgelegd, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat dit niet mogelijk is op grond van de Participatiewet. De rechtbank wijst in dit verband op hetgeen is bepaald in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Pw. [2] Op grond van het tweede lid, kan het college, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. Hieruit volgt dat er geen ontheffing kan worden gegeven van hetgeen staat vermeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, de re-integratieverplichting.
10. Op zitting is besproken dat eiseres en haar begeleider zelf contact hebben opgenomen met verweerder om haar re-integratiemogelijkheden te onderzoeken. Daarom kan niet worden gesteld dat de re-integratieverplichting te vroeg aan eiseres is opgelegd. Op zitting is ook besproken dat het advies van Argonaut zorgvuldig tot stand is gekomen en dat eiseres de inhoud daarvan niet bestrijdt. Eiseres heeft toegelicht dat het Plan van aanpak volgens haar onvoldoende concreet is en dat zij bang is om onder druk te worden gezet en in een (opleidings-)richting wordt geduwd waar haar interesses niet liggen. Ter onderbouwing van haar betoog, heeft eiseres op zitting een e-mail van Matchez voorgelezen waarin staat dat Matchez eiseres wil helpen bij het zoeken naar een baan.
11. De rechtbank volgt het betoog van eiseres niet. Zoals op zitting is besproken, betekent deze e-mail niet dat eiseres op dit moment betaald werk moet gaan verrichten. Het gaat om een doelstelling en van de arbeidsverplichting is zij op dit moment vrijgesteld. In het bestreden besluit is voldoende gemotiveerd dat rekening zal worden gehouden met de fysieke, de mentale en de veiligheidsbeperkingen van eiseres. Daarnaast heeft verweerder toegelicht dat bij de aanmelding bij Matchez is aangegeven dat er veel zaken zijn om rekening mee te houden. Het doel van de aanmelding is om een start te maken zonder op voorhand enige re-integratie activiteit uit te sluiten. Dat het Plan van aanpak niet passend is, kan dan ook niet worden gevolgd.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.E. Berghout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Artikel 9, eerste en tweede lid, van de Pw
Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Pw is de belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:
a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen, deze te aanvaarden en te behouden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a;
c. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Pw kan het college, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 44a van de Pw
Op grond van het eerste lid, van artikel 44 a, van de Pw bevat het plan van aanpak:
a. indien van toepassing de uitwerking van de ondersteuning;
b. de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling en de gevolgen van het niet naleven van die verplichtingen.
Op grond van het tweede lid, van artikel 44a, van de Pw, begeleidt het college een persoon die recht heeft op algemene bijstand bij de uitvoering van het plan van aanpak en evalueert, in samenspraak met die persoon, periodiek het plan van aanpak en stelt dit zonodig bij.

Voetnoten

1.Matchez is een re-integratiebureau en onder andere werkzaam voor de gemeente Amstelveen.
2.De tekst van dit artikel is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.