Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2115

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
12034806 EA VERZ 25-1542
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 lid 4 sub a BWArt. 7:668a lid 1 onder a en b BWArt. 7:671 lid 1 BWArt. 7:625 lid BWArtikel 21 lid 1 onder a Verordening 1215/2012 EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst en doorbetaling loon

De werknemer sloot vanaf 1 augustus 2022 meerdere arbeidsovereenkomsten met Bellingcat, telkens met een rechtskeuze voor Nederlands recht. Na afloop van de derde overeenkomst op 1 augustus 2025 werd de arbeidsrelatie voortgezet zonder nieuwe overeenkomst, waardoor volgens de kantonrechter een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan onder Nederlands recht.

Bellingcat beëindigde de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025, maar deze opzegging wordt vernietigd omdat de arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd betrof en de opzegging niet rechtsgeldig was. De werknemer vordert loonbetaling vanaf die datum, inclusief vakantiebijslag en wettelijke rente.

De kantonrechter oordeelt dat het loon ongewijzigd blijft op € 4.608,33 bruto, omdat geen nieuwe loonafspraak is bereikt. Tijdens ziekte geldt een loonbetaling van 70%. De gevorderde vergoeding voor visumkosten wordt afgewezen wegens ontbreken van een concrete toezegging. Bellingcat wordt veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het tegenverzoek van Bellingcat tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen wordt deels toegewezen.

Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van het oude loon vanaf 1 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12034806 EA VERZ 25-1542
beschikking van: 27 februari 2026
func.: 8622

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te
eiser
nader te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. R.J. Jutstra
t e g e n

Stichting Bellingcat

gevestigd te Amsterdam
verweerder
nader te noemen: Bellingcat
gemachtigde: mr. B. van der Stelt

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[eiser] heeft op 29 december 2025 een verzoek met bijlagen ingediend dat onder meer strekt tot vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst. Bellingcat heeft vervolgens een verweerschrift met bijlagen ingediend.
Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 13 februari 2026. [eiser] is verschenen, met een tolk Engels en zijn gemachtigde. Voor Bellingcat is de heer [naam] verschenen, met de gemachtigde en diens kantoorgenote mr. G. Hissink. Partijen hebben een nadere toelichting gegeven en vragen van de kantonrechter beantwoord. De gemachtigde van [eiser] heeft spreekaantekeningen overgelegd. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en erkend of niet (voldoende) weersproken, staat in dit geding het volgende vast:
1.1.
[eiser] heeft op 1 augustus 2022 een arbeidsovereenkomst met Bellingcat gesloten voor de duur van 12 maanden. In de arbeidsovereenkomst staat onder meer:
2.4 (…) The Employer shall be entitled, after consultation with the Employee, to change the place of employment, provided the Employer will ensure all necessary support to the Employee in acquiring corresponding legal rights to reside and work in the new place of employment where applicable.(…)11.8 This employment contract is governed by the laws of the Netherlands.
1.2.
De arbeidsovereenkomst is twee keer met een jaar verlengd. Daarbij is een nieuwe overeenkomst opgemaakt en getekend, met dezelfde voorwaarden, waaronder voornoemd rechtskeuzebeding.
1.3.
In november 2024 werd het team waarbinnen [eiser] werkzaam was opgeheven. Na een interne sollicitatie werd [eiser] in mei 2025 geselecteerd voor en benoemd in de functie van Investigator en Trainer in het financiële team van Bellingcat.
1.4.
Op 8 juli 2025 heeft [eiser] een nieuw visum aangevraagd, de totale kosten daarvan bedragen GBP 5.941,00.
1.5.
Na 1 augustus 2025 bleef [eiser] werkzaam voor Bellingcat, hij ontving ook zijn salaris zoals dat gold voorafgaand aan 1 augustus 2025, te weten € 4.608,33 bruto.
1.6.
Op 14 augustus 2025 heeft Bellingcat aan [eiser] een concept toegestuurd van een nieuwe arbeidsovereenkomst
.In dit concept is onder meer een keuze opgenomen voor het recht van Engeland en Wales.
1.7.
In een bericht via Signal liet Bellingcat op 15 augustus 2025 aan [eiser] weten:
Confirming group 4 step 10, you can call yourself senior, we’ll help as much as possible with visa
1.8.
De nieuwe arbeidsovereenkomst is niet door partijen ondertekend, omdat niet over alle voorwaarden overeenstemming werd bereikt.
1.9.
Op 10 september 2025 schreef Bellingcat in een brief aan [eiser] onder meer:
We wanted to express our sadness at your decision not to sign the new contract we offered you and your resulting departure.This letter serves as an annex to your current contract. The annex will extend the current contract until 31 October 2025 so that you have time to wrap up your tasks and responsibilities. 31 October 2025 will also be your last day of employment at Bellingcat.
1.10.
Op 15 september 2025 heeft [eiser] zich ziek gemeld.
1.11.
Op 24 september 2025 heeft Bellingcat in een brief aan [eiser] herhaald dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die eindigt op 31 oktober 2025.
1.12.
Eind oktober 2025 heeft [eiser] 381 documenten gedownload van de server van Bellingcat. Hierover loopt een procedure bij het High Court in Londen.
1.13.
[eiser] heeft eerder een kort geding tegen Bellingcat aanhangig gemaakt. Daarin is op 27 januari 2026 vonnis gewezen. Nadien heeft Bellingcat betalingen aan [eiser] gedaan.

Verzoek en verweer

2. [eiser] verzoekt kort gezegd vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst en doorbetaling van zijn loon van € 5.110,33 bruto per maand, met vakantiebijslag en emolumenten en vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging, alles vanaf 1 november 2026 totdat het dienstverband is geëindigd. Daarnaast verzoekt [eiser] vergoeding van kosten van een visumaanvraag, met wettelijke rente en betaling van achterstallig loon met wettelijke rente, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Tenslotte verzoekt [eiser] Bellingcat in de proceskosten te veroordelen.
3. Aan de verzoeken legt [eiser] ten grondslag dat Nederlands recht op de arbeidsovereenkomsten van toepassing is verklaard. Op grond daarvan is vanaf
1 augustus 2025 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan, zodat de beëindiging door Bellingcat geen stand houdt. Uit de arbeidsovereenkomst volgt verder dat Bellingcat de visakosten van [eiser] moet dragen. Voor zover dat niet wordt gevolgd heeft Bellingcat een toezegging gedaan, op basis waarvan zij in ieder geval € 4.000,00 moet vergoeden. Daarnaast is vanaf augustus 2025 te weinig loon betaald.
4. Bellingcat voert verweer. Daarop wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. Voor zover in deze bodemprocedure minder wordt toegewezen dan in het eerdere kort geding, verzoekt Bellingcat bij tegenverzoek veroordeling van [eiser] tot terugbetaling van het teveel betaalde.

Beoordeling

5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat hij bevoegd is van dit geschil kennis te nemen, nu Bellingcat in Nederland gevestigd is (artikel 21 lid 1 onder Pro a Verordening 1215/2012 EU, Brussel I).
6. Naar het oordeel van de kantonrechter is op de arbeidsovereenkomst tussen partijen Nederlands recht van toepassing. In de eerste drie arbeidsovereenkomsten is een expliciete keuze voor Nederlands recht opgenomen. Dat is een geldige rechtskeuze, zo volgt uit artikel 8 lid 1 jo Pro artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). Bellingcat heeft dat ook niet weersproken.
7. Voornoemde rechtskeuze was nog geldend op het moment dat de derde arbeidsovereenkomst afliep. Vervolgens hebben partijen vanaf 1 augustus 2025 de arbeidsrelatie – in ieder geval aanvankelijk – zonder overleg voortgezet. Op dat moment lag er nog geen voorstel voor een nieuwe arbeidsovereenkomst en evenmin waren daarover gesprekken gaande. Nu Bellingcat evenmin het einde van de derde arbeidsovereenkomst had aangezegd, volgt uit artikel 7:668 lid 4 sub a Burgerlijk Pro Wetboek in samenhang met artikel 7:668a lid 1 onder a en b BW dat op dat moment een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, op de oude voorwaarden. Niet valt in te zien waarom de rechtskeuze op 1 augustus 2025 zou zijn uitgewerkt, zoals Bellingcat heeft bepleit. Er liep een arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is en dat recht moet dan ook worden toegepast op een voortzetting van de arbeidsrelatie. Dit zou slechts anders zijn als partijen een andere afspraak hadden gemaakt, maar dat is niet het geval.
8. Dat vervolgens tussen partijen alsnog een gesprek op gang is gekomen over een nieuw vast te leggen arbeidsovereenkomst leidt niet tot een ander oordeel. Dit gesprek heeft immers niet tot overeenstemming geleid. Niet valt dan in te zien hoe een andere rechtskeuze, die Bellingcat had voorgesteld, onderdeel is geworden van de afspraken tussen partijen.
9. Nu vanaf 1 augustus 2025 sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, kon Bellingcat deze niet met ingang van 1 november 2025 beëindigen, zoals zij bij brieven van 10 en 24 september 2025 heeft gedaan (zie artikel 7:671 lid 1 BW Pro). Het verzoek van [eiser] tot vernietiging van deze als opzegging te beschouwen rechtshandeling van Bellingcat zal dan ook worden toegewezen.
10. Nu de arbeidsovereenkomst voortduurt moet worden vastgesteld welke consequenties dat heeft.
11. Bellingcat zal het loon moeten betalen, maar partijen twisten over de hoogte daarvan. Naar het oordeel van de kantonrechter is nooit een nieuw loon overeengekomen, het loon was onderdeel van de onderhandelingen die niet tot overeenstemming hebben geleid. Berichten die Bellingcat daarover in augustus 2025 heeft gestuurd moeten ook in de sleutel van die onderhandelingen worden gezien. Het klopt dus wel dat Bellingcat een hoger(e) salaris(schaal) heeft genoemd, maar dit was geen afzonderlijke toezegging aan [eiser] . Nu uiteindelijk geen overeenstemming over een nieuwe arbeidsovereenkomst is bereikt, is het oude loon van € 4.608,33 bruto blijven gelden.
12. [eiser] is ziek vanaf 15 september 2025. Partijen zijn het er over eens dat tijdens ziekte de eerste week 100% van het overeengekomen loon moet worden betaald en daarna 70%. [eiser] heeft niet of onvoldoende onderbouwd dat hij voorafgaand aan 1 november 2025 te weinig loon heeft ontvangen. Nu de loonvordering voor het overige ziet op de periode vanaf 1 november 2025, is 70% van het overeengekomen loon toewijsbaar, zolang [eiser] ziek is.
13. De wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon is toewijsbaar, evenals de wettelijke rente. De kantonrechter ziet geen aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. Ook de buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar.
14. De door [eiser] gevraagde vergoeding voor het aanvragen van een nieuw visum wordt afgewezen. Uit de contractuele afspraak volgt weliswaar dat Bellingcat [eiser] zou ondersteunen, maar niet dat zij de kosten zou dragen van iedere visumaanvraag. Een concrete toezegging van vergoeding van (een deel van) de kosten van het nieuwe visum is ook niet af te leiden uit correspondentie via Signal in augustus 2025 waar [eiser] naar verwijst. Die correspondentie ziet op de onderhandelingen voor een nieuwe arbeidsovereenkomst, zo komt ook het salaris daarin aan de orde. Het is [eiser] zelf die in deze correspondentie de vergoeding voor het visum koppelt aan de hoogte van het salaris. Nu geen overeenstemming is bereikt kan [eiser] Bellingcat ook niet op één onderdeel houden aan een voorstel dat in de onderhandelingen is gedaan.
14. Nu in dit vonnis minder wordt toegewezen dan in het eerdere kort geding, zal [eiser] worden veroordeeld tot terugbetaling van het verschil, met de wettelijke rente zoals gevorderd.
14. Partijen hebben uitgebreid aandacht besteed aan de documenten die [eiser] heeft gedownload en de procedure die daarover loopt in Engeland. Aan de feitelijke standpunten die partijen over dit onderwerp hebben ingenomen, hebben zij in onderhavige procedure echter geen juridische gevolgen verbonden. Dit onderwerp zal hier dan ook verder onbesproken blijven.
14. Bellingcat wordt in het verzoek als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Gezien de grote mate van samenhang met het verzoek zullen voor het tegenverzoek behoudens nakosten geen proceskosten worden toegekend.

BESLISSING

De kantonrechter:
Op het verzoek:
vernietigt de opzegging door Bellingcat van de arbeidsovereenkomst met [eiser] tegen 1 november 2025;
veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] vanaf 1 november 2025 van het overeengekomen loon van € 4.608,33 bruto, althans 70% daarvan zolang hij ziek is, te vermeerderen met overeenkomstig artikel 7:625 lid Pro BW maximaal 50% wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot aan de dag der voldoening;
veroordeelt Bellingcat tot betaling aan [eiser] van € 1.114,57 inclusief BTW aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 december 2025 tot de dag van betaling;
veroordeelt Bellingcat in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
salaris € 865,00
griffierecht € 257,00
-----------------
totaal € 1.122,00
voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt Bellingcat in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op
€ 72,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Op het tegenverzoek:
veroordeelt [eiser] tot terugbetaling van wat Bellingcat ter uitvoering van het kort geding vonnis van 27 januari 2026 onverschuldigd aan hem heeft betaald, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder I – III is toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2026 tot de dag van betaling;
veroordeelt [eiser] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op
€ 72,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.