Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Beschuldiging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Rechtbank Amsterdam
Op 1 oktober 2025 werden in een woning in Amsterdam een pistool, munitie en aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en MDMA aangetroffen. Verdachte, die op de zolderkamer sliep waar de goederen lagen, werd beschuldigd van het voorhanden hebben van deze verboden middelen en wapens.
De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de goederen, onder meer vanwege een factuur op zijn naam in een tas met drugs en een vingerafdruk op het wapen. De verdediging betoogde dat verdachte niets wist van de goederen, regelmatig elders verbleef en dat het bewijs onvoldoende was om wetenschap en macht aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat de wetenschap en feitelijke macht van verdachte niet konden worden bewezen. De factuur was te oud en het dactyloscopisch spoor niet geïndividualiseerd. Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte op de dag van aantreffen aanwezig was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
De in beslag genomen goederen werden onttrokken aan het verkeer. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 30 januari 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over het wapen en de harddrugs.