ECLI:NL:RBAMS:2026:2104

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/13/783349 / KG ZA 26-112
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging

Sherpa Miniloaders B.V. vordert opheffing van conservatoir beslag dat Cratos Equipment, Inc. heeft gelegd wegens een geschil over een exclusieve dealerovereenkomst voor miniloaders in de VS. Cratos stelt dat de overeenkomst uit 2017 nog steeds geldt en dat Sherpa exclusiviteit heeft geschonden door een nieuwe distributeur aan te stellen. Sherpa betwist dit en voert aan dat Cratos niet aan de contractuele targets heeft voldaan, waardoor exclusiviteit is komen te vervallen.

De rechtbank overweegt dat het recht op exclusiviteit voorwaardelijk was aan het halen van een minimale afname van 50 machines per jaar, wat Cratos sinds 2023 niet heeft gehaald. Ook is geen sprake van leveringsweigering door Sherpa, aangezien zij bestellingen wilde leveren via de nieuwe distributeur Brokk. De omvang van de schadevergoedingsvordering van Cratos is onvoldoende onderbouwd en lijkt aan de hoge kant. Bovendien weegt het belang van Sherpa bij opheffing van het beslag zwaarder dan het belang van Cratos bij handhaving.

De rechtbank beveelt opheffing van het beslag en legt Cratos op bij een nieuw beslagverzoek te verwijzen naar dit vonnis, met een dwangsom van €100.000 bij niet-naleving. Verder worden de proceskosten aan Cratos opgelegd. Het gevorderde verbod op hernieuwd beslag wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven en Cratos wordt veroordeeld tot naleving van voorwaarden bij nieuw beslagverzoek en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/783349 / KG ZA 26-112 MK/EB
Vonnis in kort geding van 25 februari 2026
in de zaak van
SHERPA MINILOADERS B.V.,
te Nistelrode,
eisende partij bij dagvaarding op verkorte termijn van 16 februari 2026,
hierna te noemen: Sherpa,
advocaat: mr. A.M.K. Veckeneer,
tegen
TRIPLE E EQUIPMENT, INC.,
te Pompano Beach, Florida, Verenigde Staten van Amerika (VS),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Cratos,
advocaat: mr. A.H. de Haas van Dorsser.

1.De procedure

Op de zitting van 19 februari 2026 heeft Sherpa de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Cratos heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties ingediend en Sherpa tevens een pleitnota. Op de zitting waren aan de zijde van Sherpa aanwezig [naam 1] (indirect) statutair bestuurder, [naam 2] (Research & Development en Parts), [naam 3] (verantwoordelijk voor commerciële activiteiten van Sherpa), mr. Veckeneer en mr. F.L.M. van Beek. Aan de zijde van Cratos waren aanwezig [naam 4] (CEO) en T. Comprés (de Amerikaanse advocaat van Cratos), beiden via videoverbinding en bijgestaan door J. Barnett Hoft (tolk Engels), mr. De Haas van Dorsser en mr. M. Lammers. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De onderneming van Sherpa legt zich toe op de ontwikkeling en productie van ‘miniloaders’. Dit zijn relatief kleine, rijdende machines waaraan verschillende hulpstukken kunnen worden gekoppeld. Omdat Sherpa over een breed assortiment aan miniloaders en hulpstukken beschikt met verschillende functionaliteiten bedient zij verschillende sectoren, waaronder de bouw- en wegenbouw, de agrarische sector, hoveniers- en groenvoorziening en de sloopsector. Sherpa verhandelt haar miniloaders wereldwijd via een netwerk van dealers. Met ingang van 1 december 2013 was Cratos haar exclusieve dealer van de verschillende ‘Sherpa 100’ miniloaders in de VS.
2.2.
Medio 2017 hebben partijen een nieuwe overeenkomst gesloten die geldt vanaf 1 januari 2017. In die overeenkomst is Cratos exclusiviteit verleend, onder de voorwaarde dat zij jaarlijks de minimale target van 50 machines haalt (artikel 1, lid 3). De overeenkomst, gesloten voor onbepaalde tijd, is opzegbaar met een termijn van 12 maanden en kan met onmiddellijke ingang worden beëindigd in het geval – voor zover hier van belang – Cratos niet aan haar contractuele verplichtingen voldoet en haar gedrag niet corrigeert binnen tien dagen na daartoe te zijn gesommeerd (artikel 13). Partijen hebben in de overeenkomst gekozen voor Nederlands recht (artikel 16 lid Pro 3).
2.3.
Aanvankelijk liep de verkoop van miniloaders via Cratos in de VS heel goed, maar ongeveer vanaf 2022 is het aantal in de VS verkochte miniloaders scherp gedaald. In die tijd heeft Sherpa bij Cratos aan de bel getrokken over de (contractueel verplichte) prognoses van Cratos die niet klopten, waardoor Sherpa voor logistieke uitdagingen en extra kosten werd gesteld. Cratos kon eerder al een forse bestelling niet afnemen. Sherpa heeft toen de voor Cratos geproduceerde miniloaders opgeslagen, waarna een deel alsnog mondjesmaat aan Cratos is geleverd en een deel aan derden is verkocht.
2.4.
Rond 2022 heeft Cratos een eigen trackloader ontworpen die volgens Sherpa grotendeels is gebaseerd op het ontwerp van haar miniloaders.
2.5.
Vanaf 2023 hebben partijen overleg gevoerd over aanpassing van de overeenkomst. Cratos wilde exclusiviteit voor alle (ook toekomstige) machines van Sherpa en een nauwer partnerschap. De terugval in verkoop van de Sherpa miniloaders was volgens Cratos een gevolg van omstandigheden op de Amerikaanse markt, en een wijziging van de verkoopstrategie van Cratos. Sherpa vond dat geen afdoende verklaring voor de scherpe terugval van de miniloaders. Een van de veranderingen die Sherpa wilde doorvoeren is dat Cratos 100% vooruit zou betalen. Exclusiviteit bij zulke lage inkoopvolumes vond Sherpa geen goed idee.
2.6.
Op 31 juli 2024 hebben partijen elkaar online gesproken. In vervolg op die bespreking heeft Sherpa op 2 augustus 2024 een e-mail aan Cratos gestuurd waarin zij verwijst naar het overleg en een voorstel doet:
“(…) The old contract of july 2017 is terminated because it is no longer appropriate. (…) I have made a final downward adjustment to the minimum volume (6 containers per year), thus adhering to the volume you indicated in the penultimate conversation. With a lower volume it doesn't make much sense to work with contracts either, then an reseller contract or OEM agreement with only modest obligations back and forth what is the only other appropriate solution. (…)
2.7.
Na een eerste korte reactie, op 5 augustus 2024, dat zij het voorstel binnen een week zou bekijken, heeft Cratos op 13 augustus 2024 uitgebreid gereageerd op het voorstel. In die e-mail schrijft Cratos dat zij in het voorstel geen veranderingen ziet die gebaseerd zijn op het kort daarvoor gevoerde gesprek, dat het van het grootste belang is dat partijen hun partnerschap verstevigen maar dat de overeenkomst wel realistisch moet zijn. Cratos heeft meteen een tegenvoorstel gedaan.
2.8.
Op 22 november 2024 heeft Sherpa een uitgebreide e-mail aan Cratos gestuurd. Daarin staat onder meer het volgende:
“(…) We have taken plenty time to try to find a joint solution, but unfortunately we have not reached it. In the meantime, there has been no recovery in the business, so that SHERPA has decided to explore cooperation with multiple partners after the contract has ended.
Exclusivity is therefore no longer an option.(…)”
2.9.
Cratos heeft op 2 december 2024 als volgt gereageerd:
“(…) While I’m disappointed that exclusivity is no longer an option, I understand your need to diversify and ensure Sherpa's long-term stability. Cratos remains committed to supporting Sherpa’s success in North America, and I’m hopeful we can work together to rebuild trust, improve operations, and refocus on delivering the high-quality solutions our customers expect. (…)”
2.10.
Bij e-mail van 19 december 2024 heeft Cratos Sherpa meegedeeld dat zij van een klant had vernomen dat Sherpa in de VS een nieuwe distributeur (Brokk) had aangesteld, en daartegen bezwaar gemaakt omdat Cratos haars inziens nog steeds het exclusieve recht heeft om de miniloaders van Sherpa te distribueren in de VS.
2.11.
Op 15 januari 2025 heeft Cratos Brokk gesommeerd om geen (toekomstige) klanten van Cratos te benaderen en om geen Sherpa producten te verhandelen of daarvoor reclame te maken.
2.12.
Op 16 januari 2025 heeft Sherpa Cratos geschreven dat zij erachter is gekomen dat Cratos alle merktekens van Sherpa op de miniloaders heeft vervangen door merktekens van Cratos, wat niet was toegestaan op grond van de overeenkomst uit 2017. Zij heeft Cratos gesommeerd om dat onmiddellijk ongedaan te maken.
2.13.
In een e-mail van 21 januari 2025 heeft Cratos aan Sherpa geschreven dat de overeenkomst nog steeds van kracht is omdat die niet rechtsgeldig is opgezegd.
2.14.
Bij e-mail van 23 januari 2025 heeft Sherpa de overeenkomst beëindigd met onmiddellijke ingang. In augustus 2024 was er al voldoende grond voor beëindiging met onmiddellijke ingang, maar door de recente ontwikkelingen gaat zij daartoe nu ook echt over, aldus Sherpa in deze e-mail.
2.15.
In maart 2025 heeft Cratos bij Sherpa geïnformeerd (langs een andere route dan tussen hen gebruikelijk was) naar prijzen en leveringstijden van een aantal producten voor de Sherpa miniloaders.
2.16.
Op 24 en 31 maart 2025 heeft Sherpa Cratos doorverwezen naar Brokk. In de e-mail van 24 maart 2025 staat de volgende passage:
“(…) As you know, the contract between our parties has been terminated.
(…)
We hope that this solution provides you the space to continue managing your ongoing business, but we want to clearly state that Sherpa has made the decision to move forward and further develop in the market. Despite this decision, we remain open to maintaining a positive collaboration. Should you have any questions or need further support, please don't hesitate to contact us.
2.17.
Op 18 en 22 april 2025 heeft Sherpa op verzoek van Cratos offertes uitgebracht voor de door haar gewenste goederen. Toen Cratos na een paar dagen informeerde of er nog ontwikkelingen waren, heeft Sherpa op 24 april 2025 geantwoord:
“On March 24, we sent an email to [naam 4] , vzr) in which we confirmed that we are, of course, willing to continue supplying spare parts. However, we made it clear that the handling and processing must take place through Brokk Inc.
(…)
As a gesture of goodwill and in light of our long-standing relationship, we have attached a quotation to this email that includes the prices and current stock availability. If you agree with the offer, we will coordinate with Brokk, and take care of the delivery and invoicing. (…). We believe this provides a suitable solution, and we look forward to hearing your response.”
2.18.
Cratos heeft daar niet meer op gereageerd.
2.19.
Cratos is in de VS een gerechtelijke procedure tegen Sherpa gestart. De dagvaarding is aan Sherpa betekend in oktober 2025. Sherpa heeft een beroep gedaan op onbevoegdheid van de rechtbank in Florida. Daarover is nog geen beslissing genomen.
2.20.
Op 7 oktober 2025 heeft Cratos aan de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof gevraagd voor het leggen van repeterend conservatoir beslag ten laste van Sherpa. In de kern stelt Cratos daarin, samengevat weergegeven, dat zij nog steeds de exclusieve dealer van Sherpa in de VS is omdat de overeenkomst van 2017 nog steeds geldt, en dat Sherpa dat recht van exclusiviteit heeft geschonden door Brokk eveneens als distributeur aan te stellen. Daarnaast stelt Cratos dat Sherpa heeft geweigerd de door Cratos op 21 maart 2025 bestelde producten te leveren. Cratos stelt dat zij door deze schendingen van de overeenkomst schade heeft geleden. Zij begroot die schade voorlopig op USD 4,4 miljoen.
2.21.
De voorzieningenrechter heeft een nadere onderbouwing gevraagd van de schadeposten, wat heeft geleid tot tweemaal een aanpassing van het rekest. Op 16 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter verlof verleend om gedurende een periode van dertig dagen vanaf de eerste beslaglegging repeterend beslag te leggen onder de in het verzoekschrift vermelde banken, telkens met een maximum van drie keer. De vordering waarvoor het verlof is verleend, is door de voorzieningenrechter begroot op € 1.248.000 inclusief rente en kosten. Alleen de vordering voor de gederfde winst is summierlijk deugdelijk geacht.
2.22.
Cratos heeft beslag laten leggen onder de in het rekest genoemde banken op 20 en 28 januari 2026. Alleen het beslag onder Rabobank heeft doel getroffen. Daar is in totaal een kleine € 1,5 miljoen geraakt.
2.23.
Op 19 februari 2026, de dag van de mondelinge behandeling, heeft Cratos voor de derde keer conservatoir beslag laten leggen onder Rabobank.

3.Het geschil

3.1.
Sherpa vordert, kort gezegd:
primair
1. de beslagen op te heffen;
subsidiair
2. de vordering waarvoor het beslag is gelegd te herbegroten op € 10.000 (het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van Sherpa in de overeenkomst is beperkt) dan wel € 134.085,29 (wat de gederfde winst volgens Sherpa hooguit zou kunnen zijn, afgaande op de bestellingen in het verleden), steeds te vermeerderen met de gebruikelijke kosten opslag;
3. Cratos te veroordelen om de beslagen op het meerdere van het bedrag van de herbegrote vordering op te heffen, op straffe van een dwangsom;
in alle gevallen
4. Cratos te verbieden opnieuw conservatoir beslag te leggen, uit hoofde van het verkregen beslagverlof of uit hoofde van een nieuw te verkrijgen verlof, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist over het bestaan en de hoogte van de door Cratos gestelde vordering,
5. Cratos te gebieden om, indien zij opnieuw een verzoek indient om ten laste van Sherpa conservatoir beslag te mogen leggen, in het rekest te verwijzen naar de processtukken van dit kort geding, en kopieën daarvan bij het rekest te voegen, op straffe van een dwangsom;
6. Cratos te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Sherpa legt aan de vordering ten grondslag, kort gezegd, dat (i) Cratos in het beslagrekest de waarheidsplicht heeft geschonden, (ii) de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd summierlijk ondeugdelijk is, (iii) een belangenafweging in haar voordeel uitvalt, (iv) de beslagen onnodig en vexatoir zijn en (v) Cratos met de beslagen misbruik van recht maakt.
3.3.
Cratos voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna (nader) ingegaan, voor zover van belang.

4.De beoordeling

4.1.
De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.
4.2.
Kern van de stelling van Cratos is dat zij een omvangrijke schadevergoedings-vordering heeft op Sherpa omdat Sherpa ten onechte de overeenkomst uit 2017 heeft beëindigd. De Dealer Act staat in de weg aan een beëindiging door Sherpa. Deze regeling is van openbare orde in de staat Florida (VS) en dus van toepassing op de relatie, ondanks de rechtskeuze in de overeenkomst voor Nederlands recht. Voor deze schadevergoedings-vordering heeft Cratos terecht beslag gelegd, aldus Cratos.
4.3.
De vraag of de overeenkomst van 2017 nog geldt, is echter niet van doorslaggevend belang. Ook onder die overeenkomst geldt namelijk dat het recht van exclusiviteit dat volgens Cratos is geschonden, voorwaardelijk is. Om dat recht van exclusiviteit te behouden moet Cratos een target van 50 Sherpa machines per jaar halen. Volgens Sherpa heeft Cratos die target vanaf 2023 niet meer gehaald. Zij verwijst naar onderstaand overzicht van bestellingen en leveringen:
Cratos bestrijdt dat zij niet aan de target zou hebben voldaan. Volgens haar geldt onderstaand overzicht:
4.4.
Gevraagd naar het verschil is ter zitting gebleken dat Cratos in haar overzicht heeft vermeld hoeveel miniloaders zij heeft afgezet in de VS. Zij stelt dat de met Sherpa overeengekomen target de afzet in de VS betrof. Dat is geen logische uitleg van deze afspraak. Gebruikelijk is dat in relaties als deze een target betrekking heeft op de inkoop bij de producent, niet op de afzet van de distributeur. Bovendien gaat Cratos in dit overzicht uit van het aantal verkochte machines
en bijbehorende onderdelen, terwijl de target alleen geldt voor machines. Dat het behalen van de target een probleem voor Cratos was, vindt ook steun in de overgelegde correspondentie: zie 2.5 t/m 2.9. Voorshands is aannemelijk dat Cratos al sinds 2023 niet meer voldoet aan de voorwaarde voor exclusiviteit. Daarvan uitgaande, is van de schending van exclusiviteit dus geen sprake. En dat brengt ook mee dat Sherpa Brokk kon aanwijzen als distributeur.
4.5.
Cratos baseert haar schadevergoedingsvordering verder op de stelling dat Sherpa heeft geweigerd door Cratos in maart en april 2025 geplaatste bestellingen te leveren. Van een weigering is echter geen sprake. Sherpa heeft in verschillende e-mails bevestigd de gewenste producten te willen leveren, maar aangedrongen op het plaatsen van de bestelling via Brokk. Cratos wilde dat niet, omdat een concurrent dan aan haar zou verdienen. Dat is echter haar eigen afweging geweest, geen weigering.
4.6.
Als de overeenkomst nog niet formeel tot een einde was gekomen bij het plaatsen van deze bestellingen, had Sherpa Cratos niet mogen doorverwijzen naar Brokk. Maar ook in dat geval was Cratos verplicht om haar schade te beperken door haar bestelling (bijvoorbeeld onder protest) via Brokk te plaatsen. Dat heeft zij nagelaten.
4.7.
Ten slotte geldt dat, als het wel of niet beëindigd zijn van de overeenkomst uit 2017 wél van doorslaggevend belang zou zijn, voorshands geldt dat een beëindiging medio 2024 voor de hand ligt. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen en de toelichting ter zitting volgt namelijk het beeld dat beide partijen, als gevolg van teruglopende afname door Cratos, zich realiseerden dat het anders moest en overlegd hebben over hoe verder en daartoe verschillende voorstellen hebben gedaan. Daarbij heeft Sherpa op 2 augustus 2024 per e-mail bevestigd dat de bestaande overeenkomst is beëindigd en daar heeft Cratos, ondanks meerdere reacties, niet kenbaar tegen geprotesteerd. Dat zij begin 2025 met hoofdzakelijk formele bezwaren is gekomen maakt dit niet anders (zie 2.13). Ook de verwijzing naar de mogelijk van toepassing zijnde Dealer Act maakt dit niet anders.
4.8.
Ten aanzien van de omvang van de schadevergoedingsvordering geldt nog het volgende. In het beslagrekest heeft Cratos haar misgelopen winst als volgt berekend. Zij stelt dat zij in 2025 (de twaalf maanden opzegtermijn die Sherpa in acht had moeten nemen) USD 740.880 aan Sherpa miniloaders, USD 90.720 aan Sherpa hulpstukken en USD 332.640 aan Sherpa onderdelen zou kunnen hebben verkopen en voor USD 18.900 aan onderhoudsdiensten zou hebben kunnen verricht. Deze bedragen lijken voorshands aan de hoge kant, wanneer die worden afgezet tegen het aantal bestellingen dat Cratos de laatste jaren bij Sherpa heeft geplaatst. Daarbij komt dat voorshands aannemelijk is dat de eventuele schade van Cratos veel lager zou zijn uitgevallen als zij zou hebben voldaan aan haar schadebeperkingsplicht. Wat de eventuele schade dan wel zou zijn, is in dit kort geding zelfs niet bij benadering vast te stellen.
4.9.
Het belang van Sherpa bij opheffing van het beslag weegt tot slot zwaarder dan het belang van Cratos bij handhaving van het beslag. Voorshands is aannemelijk dat het beslag de bedrijfsvoering van Sherpa bemoeilijkt, terwijl er bovendien geen reden is om aan te nemen dat Sherpa geen verhaal zal bieden tegen de tijd – als die er komt – dat het bestaan van een vordering van Cratos op Sherpa en de omvang daarvan in rechte zijn vastgesteld.
4.10.
Het vorenstaande betekent dat de beslagen zullen worden opgeheven. Zo er al een beperkte, summierlijk deugdelijke vordering bestaat is deze niet, ook niet bij benadering te begroten en maakt de belangenafweging dat het belang van Sherpa bij opheffing zwaarder weegt.
4.11.
Bij deze uitkomst hoeft niet meer te worden ingegaan op hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd over de gestelde schending van artikel 21 Rv Pro en de vragen of de beslagen onnodig zijn of misbruik van recht opleveren.
4.12.
Een verbod om opnieuw gebruik te maken van het op 16 januari 2026 verleende beslagverlof is niet nodig, omdat de derde beslagronde onder Rabobank inmiddels al is uitgevoerd en het verlof daarmee is uitgewerkt. Het gevorderde verbod om dat verlof nogmaals te gebruiken, zal dan ook bij gebrek aan belang worden afgewezen.
4.13.
Een verbod om nieuwe conservatoire beslagen te leggen zal worden afgewezen omdat niet vooruitgelopen kan worden op wat zich in de toekomst kan voordoen. Als Cratos opnieuw beslag wil leggen, zal zij in haar rekest moeten verwijzen naar dit vonnis en dat als bijlage toevoegen aan het rekest. Die vordering van Sherpa zal worden toegewezen. Aan de veroordeling zal een dwangsom worden verbonden van € 100.000 ineens. Met deze veroordeling wordt voldoende recht gedaan aan de belangen van Sherpa. Het is niet nodig om daarnaast ook alle andere processtukken mee te laten sturen.
4.14.
Al het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.
4.15.
Cratos heeft gemotiveerd verzocht een eventueel toewijzend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat verzoek wordt afgewezen. Hetgeen hiervoor is overwogen betekent dat Sherpa belang heeft bij het direct opheffen van de gelegde beslagen. Het laten liggen totdat in een eventueel hoger beroep is beslist staat daaraan in de weg.
4.16.
Cratos is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sherpa worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.226,57

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
heft op de door Cratos ten laste van Sherpa gelegde beslagen op basis van het op 16 januari 2026 verstrekte verlof,
5.2.
gebiedt Cratos om bij een nieuw verzoek om ten laste van Sherpa conservatoir beslag te mogen leggen, in het rekest naar dit vonnis te verwijzen en daarvan een kopie bij te voegen,
5.3.
veroordeelt Cratos om, indien zij in strijd handelt met hetgeen onder 5.2 is bepaald, aan Sherpa een dwangsom te betalen van € 100.000 ineens,
5.4.
veroordeelt Cratos in de proceskosten van € 2.226,57, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Cratos niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: BB