Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2100

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11841534 \ CV EXPL 25-11211
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtsbijstandverzekeraar onterecht dekking geweigerd wegens te laag financieel belang

Eiser heeft een geschil met handelaar AirSain over de aankoop van een radiator die niet voldeed aan de specificaties. Eiser beriep zich op non-conformiteit en stelde de verkoper in gebreke. AirSain stelde strikte voorwaarden voor retourzending, waaronder onbeschadigde originele verpakking, wat eiser niet kon garanderen.

Eiser vroeg rechtsbijstand aan bij DAS, die het financieel belang van het geschil op circa € 70 stelde, lager dan het minimumbelang van € 175 in de polisvoorwaarden, en daarom de zaak niet in behandeling nam. Eiser vorderde dat DAS werd veroordeeld wegens tekortkoming in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst en een schadevergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat DAS het financieel belang te laag had beoordeeld omdat het belang ook omvatte of eiser het aankoopbedrag van € 229 zou terugkrijgen, gezien de retourvoorwaarden. DAS had de zaak daarom moeten behandelen en eiser verder moeten bijstaan. De vordering tot schadevergoeding werd grotendeels afgewezen, behalve een forfaitaire vergoeding van € 50 voor reis- en verletkosten.

DAS werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de verklaring voor recht dat zij tekortgeschoten is in haar verplichtingen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: DAS is tekortgeschoten door ten onrechte dekking te weigeren wegens te laag financieel belang en wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11841534 \ CV EXPL 25-11211
Vonnis van 17 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: DAS,
gemachtigde: mr. D.R. Oostwouder.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 augustus 2025, met producties
- de conclusie van antwoord, met producties
- het tussenvonnis van 7 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 15 januari 2026. [eiser] is verschenen, met zijn zoon. Namens DAS is verschenen mr. [naam] (jurist), vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, [eiser] aan de hand van spreekaantekeningen, en zij hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is bij DAS verzekerd voor rechtsbijstand. Op deze verzekeringsovereenkomst zijn de ‘Bijzondere polisvoorwaarden 122 (01-2024) DAS voor Particulieren Totaal’ (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing. Hierin staat, voor zover hier van belang, het volgende:
(…)
(…)
2.2.
[eiser] heeft bij AirSain voor € 229,00 een radiator gekocht. [eiser] heeft deze uitgeprobeerd en was niet tevreden over de radiator. Hierover heeft hij per e-mail gecorrespondeerd met AirSain. Op 20 februari 2025 schreef [eiser] aan AirSain:
‘”Wat ik hier ervaar” is dat de 2000 Watt Mill radiator niet overeenkomt met de geadverteerde specificaties.
Als dat, op welke wijze dan ook, niet op korte termijn kan worden opgelost, dan doe ik bij deze beroep op mijn herroepingsrecht en stel ik u hierbij tevens in gebreke.
Ik verzoek u dan z.s.m. een afspraak te maken om de radiator te komen ophalen.’
2.3.
Hierop reageerde AirSain op 26 februari 2026:
‘U mag het product retour sturen naar ons adres.
Let op: retour is enkel mogelijk in de originele onbeschadigde en niet kapot gesneden verpakking(en) in een omdoos, inclusief (onbeschreven en niet gehavende) handleiding en 100% origineel ingepakt. Kortom, retour zoals geleverd en dus ook inclusief alle toebehoren.
(…)
Indien correct retour (retour zoals geleverd), dan volgt er een creditering en bijbehorende terugbetaling.’
2.4.
Daarop antwoordde [eiser] op 27 februari 2025:
‘Dit betreft niet alleen het herroepingsrecht, maar ook het niet leveren van wat werd aangeboden. Ik heb u hierover op 20 februari reeds in gebreke gesteld en verzocht een afspraak te maken om de radiator op te halen.’
2.5.
Dezelfde dag antwoordde AirSain hierop:
‘Kortom, u heeft alle recht om de verkoop ongedaan te maken, evenals dat wij aan u mogen vragen en van u mogen verwachten dat het artikel dan ordentelijk terug gaat komen. Dat zijn geen intimiderende eisen, maar hele normale omgangsvormen waarbij we juist een discussie achteraf willen voorkomen.’
2.6.
[eiser] antwoordde hierop op 3 maart 2025:
‘Hier is sprake van een non-conformiteit levering.
Als ik het terugstuur dan ben
ikverantwoordelijk voor de retourzending.
De verpakking is redelijkerwijs niet meer in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
De oorspronkelijke fabrieksverpakking, die gelijk om de radiator zit, kan wel los worden toegevoegd.
Ik ben fysiek (80+) niet in staat het terug te zenden.’
2.7.
Op 4 maart 2025 heeft [eiser] een aanvraag gedaan bij DAS voor juridische hulp. Hij heeft de e-mailcorrespondentie met AirSain overgelegd aan DAS.
2.8.
DAS heeft [eiser] geadviseerd dat de verkoper volgens de wet niet verplicht is het product bij hem op te halen en heeft hem gewezen op de mogelijkheid om de radiator tegen betaling door een koeriersdienst bij hem thuis op te laten halen.
2.9.
[eiser] heeft DAS op 19 maart 2025 uitdrukkelijk verzocht om ter zake namens hem een juridische brief te sturen aan AirSain.
2.10.
Op 9 april 2025 heeft DAS [eiser] laten weten dat het conflict betrekking heeft op het ophalen van de radiator. Zij schrijft dat [eiser] heeft aangegeven dat de kosten voor het ophalen en versturen van de radiator circa € 70,00 bedragen. DAS concludeert dat het financieel belang van de zaak daarmee lager ligt dan het minimale financiële belang van € 175,00 dat volgt uit de polisvoorwaarden en dat de zaak daarom niet onder de dekking van de verzekering valt.
2.11.
Op 24 april 2025 heeft DAS aan [eiser] het volgende bericht:
‘Kort wil ik u aangeven dat u de olieradiator kan terugsturen. Pas als AirSain uw retour niet accepteert, komt uw belang boven het minimum belang uit.’
2.12.
[eiser] heeft de radiator niet teruggestuurd.

3.Het geschil

De vorderingen
3.1.
[eiser] vordert:
3.1.1.
te verklaren voor recht dat DAS jegens hem toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de rechtsbijstandverzekering;
3.1.2.
DAS te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 2.500,00, ter compensatie van de door hem gemaakte kosten en inspanningen;
3.1.3.
te bepalen dat dit bedrag volledig zal worden aangewend ten behoeve van het Comité Herdenking Monument Apollolaan in Amsterdam;
3.1.4.
DAS te veroordelen in de kosten van de procedure;
3.1.5.
te bepalen dat het kostenoverzicht, zoals opgenomen in productie 53, deel uitmaakt van het procesdossier en als grondslag dient voor de gevorderde schadevergoeding.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. DAS heeft ten onrechte het financieel belang van het geschil met AirSain bepaald op € 70,00. AirSain liet per e-mail weten dat zij het aankoopbedrag pas terug zou betalen als de radiator in de originele verpakking en onbeschadigd retour kwam. Dit is een eis die een handelaar niet mag stellen, aangezien [eiser] zich op non-conformiteit van de radiator beriep. Omdat [eiser] de originele verpakking niet meer had, zou hij met het retour zenden het risico lopen dat AirSain het aankoopbedrag niet terug zou betalen. Daarmee had DAS het financieel belang niet moeten bepalen op de hoogte van de kosten van terugzending, maar op de hoogte van het aankoopbedrag, te weten € 229,00. Daarmee lag het financieel belang in dit geschil hoger dan het minimale financiële belang zoals bepaald in de polisvoorwaarden en had DAS de zaak in behandeling moeten nemen. Omdat zij dit niet heeft gedaan, is DAS tekortgeschoten in de verplichtingen die volgen uit de verzekeringsovereenkomst.
3.3.
De schade die [eiser] heeft geleden, bestaat uit de tijd die hij kwijt is geweest aan het samenstellen van het dossier en aan juridisch uitzoekwerk, uit softwarekosten, de kosten voor het verzenden van een aangetekende e-mail en de griffierechten en deurwaarderskosten. Dit komt neer op een bedrag van € 2.500,00.
Het verweer
3.4.
DAS voert verweer. DAS concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Zij voert aan dat het geschil ziet op de kosten voor terugzending via een koeriersdienst die het pakket ophaalt bij [eiser] thuis, te weten ongeveer € 70,00. Gelet op artikel 8.2 sub e en het dekkingsoverzicht bleven de kosten daarmee ruim onder het minimumbelang en kon [eiser] geen aanspraak maken op verzekeringsdekking.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
4.1.
De overeenkomst die is gesloten tussen [eiser] en DAS is aan te merken als een consumentenovereenkomst. Dit betekent dat de bedingen (de artikelen) waarop een beroep wordt of kan worden gedaan, getoetst moeten worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). Het artikel waarover het in deze procedure gaat, is artikel 8.2 sub e van de polisvoorwaarden. Dit artikel omschrijft de verbintenis van de verzekeraar en bakent deze af. Een dergelijk beding, dat ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, wordt in beginsel niet ambtshalve getoetst omdat de verzekerde geacht moet worden daar bewust mee te hebben ingestemd. Dit is alleen anders als het beding niet duidelijk en niet begrijpelijk is, waardoor de verzekerde alsnog niet wist waar hij mee instemde.
4.2.
In de voorafgaande aan de prolongatie toegezonden polisvoorwaarden is in artikel 8.2 sub e, in combinatie met het bijbehorende dekkingsoverzicht, duidelijk beschreven dat het minimum belang in geschillen rondom goederen en diensten € 175,00 is en dat als het belang bij een conflict lager is dan het minimumbelang, de verzekerde geen hulp krijgt. De kantonrechter beoordeelt dit beding dan ook als transparant, zodat verdere toetsing van dit beding op oneerlijkheid niet aan de orde is.
De vorderingen van [eiser]
4.3.
Waar het in deze procedure op neerkomt, is of DAS terecht heeft geoordeeld dat het geschil tussen [eiser] en AirSain een te laag financieel belang had, waardoor deze niet onder de dekking van de rechtsbijstandverzekering viel. De kantonrechter oordeelt dat, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, DAS ten onrechte heeft beslist dat het geschil niet onder de dekking van de verzekering viel. Daarvoor is het volgende van belang.
4.4.
Uit de door [eiser] overgelegde e-mailcorrespondentie valt niet op te maken dat AirSain niet vasthield aan de uitdrukkelijke voorwaarden waarover zij [eiser] op 26 februari 2025 had geïnformeerd, namelijk dat het aankoopbedrag pas gecrediteerd en terugbetaald zou worden als de radiator ‘
in de originele onbeschadigde verpakking’ en ‘
100% origineel ingepakt’ teruggezonden zou worden. [eiser] heeft aan AirSain bericht dit
‘intimiderende eisen’te vinden, waarop AirSain op 27 februari 2025 geantwoord heeft dat de voorwaarden niet intimiderend bedoeld zijn en AirSain daarmee discussie achteraf wil voorkomen. [eiser] heeft aan DAS kenbaar gemaakt dat hij aan de door AirSain gestelde voorwaarden niet kon voldoen en derhalve liep hij het risico het aankoopbedrag niet terug te krijgen als hij toch overging tot terugzenden. Met [eiser] is de kantonrechter het dan ook eens dat, mede gelet op de door [eiser] met AirSain hierover gevoerde correspondentie, het belang van het geschil tussen [eiser] en AirSain in dit specifieke geval tevens het al dan niet terugontvangen van het aankoopbedrag omvat, en niet (alleen) de kosten voor retour zenden via een ophaaldienst. Dat, zoals DAS heeft aangevoerd, AirSain met het gebruik van de term ‘
ordentelijk’ op 27 februari 2025 de in haar e-mail van 26 februari 2025 uitdrukkelijk gestelde voorwaarden heeft laten vallen is door DAS niet aannemelijk gemaakt. De e-mail van 27 februari 2025 kan ook zo gelezen worden dat AirSain daarmee juist wil benadrukken dat zij met de op 26 februari 2025 gestelde voorwaarden in haar recht staat. [eiser] liep bij terugzending derhalve het risico dat hij de radiator niet meer zou bezitten en AirSain het aankoopbedrag niet – of niet volledig – zou crediteren en terugbetalen. Dit betekent dat DAS het financieel belang te laag heeft beoordeeld en daarmee ten onrechte heeft besloten dat het geschil niet onder de dekking van de verzekering valt. De stelling van DAS dat [eiser] de radiator eerst terug moet sturen en DAS pas in actie hoeft te komen als de aankoopprijs niet gecrediteerd wordt, doet geen recht aan het feitencomplex in deze specifieke zaak. Dat AirSain, indien [eiser] de – onbeschadigde – radiator zonder omdoos in de beschadigde originele verpakking had teruggezonden, mogelijk het aankoopbedrag wel had gecrediteerd en terugbetaald doet voor het vaststellen van het belang van de zaak niet ter zake. DAS heeft [eiser] weliswaar initieel geadviseerd, maar had de zaak in behandeling moeten nemen en [eiser] verder moeten adviseren en bijstaan. Omdat DAS dit niet heeft gedaan, is zij in dat opzicht tekortgeschoten in de verplichting die zij had op grond van de verzekeringsovereenkomst.
4.5.
De gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen in die zin, dat DAS toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om [eiser] rechtsbijstand te verlenen, doordat zij ten onrechte heeft geoordeeld dat het geschil niet onder de dekking van de verzekering valt vanwege een te laag financieel belang.
4.6.
Ten aanzien van de gevorderde schade oordeelt de kantonrechter als volgt. De kosten die [eiser] opvoert, zijn niet aan te merken als schadeposten. Dat [eiser] tijd heeft moeten besteden aan het samenstellen van het dossier, betekent nog niet dat deze tijd is aan te merken als schade. Dit kan anders zijn als [eiser] onderbouwd had gesteld dat hij daadwerkelijk schade had geleden doordat hij tijd moest besteden aan de zaak, bijvoorbeeld in de vorm van gederfde inkomsten of het vrij moeten nemen van werk. Daarvan is echter niet gebleken. Ten aanzien van de kosten van het softwarepakket en de aangetekende e-mail is onvoldoende onderbouwd dat deze kosten noodzakelijk waren, nog daargelaten dat DAS terecht heeft aangevoerd dat [eiser] het softwarepakket ook voor latere toepassingen kan gebruiken. Ook deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Wel zal de kantonrechter aan [eiser] een forfaitair bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten toekennen. De gevorderde griffierechten en deurwaarderskosten zullen hierna, onder de proceskostenveroordeling, beoordeeld worden.
4.7.
Aangezien er geen bedrag wordt toegewezen, heeft [eiser] geen belang meer bij zijn vordering onder 3.1.3. Overigens kan de kantonrechter niet bepalen waartoe een toegewezen bedrag moet worden aangewend, zodat voor deze vordering ook geen grondslag bestond. Voor zover al een grondslag bestaat voor hetgeen [eiser] heeft gevorderd onder 3.1.5., heeft hij daarbij geen belang meer, omdat onder 1.1. al is opgenomen dat de dagvaarding inclusief producties deel uitmaakt van het procesdossier. Ook die vordering zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.8.
DAS is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
257,00
- verletkosten
50,00
Totaal
452,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat DAS toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om [eiser] rechtsbijstand te verlenen, doordat zij ten onrechte heeft geoordeeld dat het geschil niet onder de dekking van de verzekering valt vanwege een te laag financieel belang,
5.2.
veroordeelt DAS in de proceskosten van € 452,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als DAS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327