Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
, hebben wij het volgende voorstel gedaan aangaande onze winkel,[franchisevestiging] & O’Tacos gevestigd aan de [adres]:1. Koopsom goodwill/inventaris € 69.500,- excl. btw (…) op basis van oplevering in huidige staat. Een inventarislijst wordt opgemaakt als onderdeel van het proces van opmaak van conceptcontracten, als er over de hoofdlijnen in deze mail overeenstemming is bereikt.
zorgdragen voor alle stukken en documenten die nodig zijn om de overname ordentelijk te laten verlopen.”
“De inventaris is vermeld op een door beide partijen getekende, aan deze akte gehechte inventarislijst”.In artikel 13 staat Pro dat de koopovereenkomst kan worden ontbonden in het geval dat (i) [gedaagde] uiterlijk op 25 juli 2025 geen huurcontract of indeplaatsstelling voor de bedrijfsruimte aangeboden heeft gekregen en (ii) [gedaagde] uiterlijk op 25 juli 2025 geen nieuwe franchiseovereenkomst van de franchisegever aangeboden heeft gekregen. Artikel 15 bepaalt Pro dat elf personeelsleden worden overgedragen, overeenkomstig de als bijlagen aan de koopovereenkomst gehechte arbeidsovereenkomsten, loonstroken en het personeelsoverzicht. Artikel 23 bepaalt Pro dat de bijlagen, waaronder de inventarislijst, de huurovereenkomst, de arbeidsovereenkomsten en de franchiseovereenkomst, onlosmakelijk aan de koopovereenkomst zijn verbonden.
3.Het geschil
– ondanks ingebrekestelling – niet tijdig te voldoen, waarna [naam VOF] de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. [naam VOF] vordert vergoeding van de schade die zij daardoor heeft geleden en begroot deze vooralsnog op € 16.448,48.
4.De beoordeling
Als we elkaar hierin kunnen vinden, ben ik bereid het traject serieus en voortvarend met jullie op te pakken”
.Nadat [naam VOF] vervolgens op 28 mei 2025 een aangepast voorstel aan [gedaagde] had gedaan, heeft hij daarop per e-mail van 30 mei 2025 gereageerd met een ‘slotvoorstel’, waarbij hij opnieuw heeft gezegd “
Als we hier overeenstemming over bereiken, ben ik klaar om het traject serieus en voortvarend met jullie af te ronden”. Uit deze (herhaalde) opmerking van [gedaagde] blijkt dat hij op 30 mei 2025 (nog) niet de wil had om een aanbod te doen waarmee, met de aanvaarding daarvan, al een overeenkomst over de overname van de onderneming tot stand zou komen. Hij gaf immers duidelijk aan dat hij op basis van wat er op dat moment voorlag, bereid was nader met [naam VOF] te
onderhandelenover de overname van de onderneming. Hierbij is van belang dat het gehele onderhandelingstraject, gerekend vanaf de bijeenkomst op 24 mei 2025 tot aan de gestelde overeenstemming op 3 juni 2025, slechts twaalf dagen heeft geduurd en alleen [naam VOF] zich daarbij heeft laten bijstaan door een makelaar. Ook in het licht daarvan heeft [naam VOF] aan het voorstel van [gedaagde] van 30 mei 2025 redelijkerwijs niet de betekenis mogen toekennen die zij daaraan heeft toegekend.
“Een inventarislijst”zou worden opgemaakt
“als onderdeel van het proces van opmaak van conceptcontracten, als er over de hoofdlijnen in deze mail overeenstemming is bereikt”. Nadat [naam VOF] het ‘slotvoorstel’ van [gedaagde] op 3 juni 2025 had geaccepteerd, heeft de makelaar van [naam VOF] op 12 juni 2025 een concept koopovereenkomst met link naar een dataroom met bijlagen naar partijen verstuurd. [gedaagde] heeft op zitting verklaard dat hij toen pas toegang heeft gekregen tot belangrijke documenten over de onderneming zoals de huurovereenkomst en de contracten over de bezorgfietsen. Deze zaken raken de essentie van de activa/passiva-transactie waarover partijen hebben onderhandeld, zodat op 30 mei 2025 nog geen sprake kan zijn geweest van wilsovereenstemming over de essentialia daarvan. Dat [gedaagde] in zijn e-mail van 30 mei 2025 de woorden ‘definitief voorstel’ en ‘slotvoorstel’ heeft gebruikt, maakt het voorgaande niet anders.