Eiser vordert betaling van €799,00 voor juridische diensten verleend aan gedaagde in het kader van een verzoek tot voornaamswijziging. Gedaagde is in gebreke gebleven en verstek is verleend. De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of eiser heeft voldaan aan de informatieplichten uit afdeling 2b van titel 5 van boek 6 BW en of de bedingen in de overeenkomst, waaronder algemene voorwaarden, oneerlijk zijn volgens Richtlijn 93/13 EG.
De wijze van totstandkoming van de overeenkomst is onduidelijk, waardoor niet kan worden vastgesteld of aan de informatieplichten is voldaan. De prijsafspraak betreft een fixed fee van €799,00 inclusief btw en griffierechten, maar eiser heeft niet aangetoond dat gedaagde vooraf adequaat is geïnformeerd over de totale kosten en werkzaamheden. Dit leidt tot de conclusie dat het prijsbeding niet transparant is en daarom getoetst moet worden op oneerlijkheid.
De kantonrechter oordeelt dat het beding oneerlijk is omdat gedaagde niet in staat werd gesteld de financiële verplichtingen vooraf in te schatten, waardoor zij niet gebonden is aan het kostenbeding en de overeenkomst niet kan voortbestaan. Daarnaast zijn de bedingen over buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden oneerlijk en binden deze gedaagde niet.
Eiser krijgt de gelegenheid zich uit te laten over de oneerlijkheid, de gevolgen daarvan en de totstandkoming van de overeenkomst. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rolzitting voor nadere behandeling.