ECLI:NL:RBAMS:2026:205

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/13/779965 / KG RK 25-1991
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot aanwijzing persoon ter vervanging van bestuur volgens artikel 2:15 lid 4 BW

De Stichting Administratiekantoor ter Continuering Huizenmaatschappij heeft op 8 december 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 2:15 lid 4 BW Pro om te bepalen dat geen persoon wordt aangewezen die in de plaats van het bestuur treedt. Dit verzoek volgde op een procedure waarin een bestuurder in eigen naam een vordering had ingesteld, waarna eisers stelden dat iemand als bedoeld in artikel 2:15 lid 4 BW Pro aangewezen moest worden.

De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 2:15 lid 4 BW Pro beoogt te voorzien in de situatie waarin een bestuurder in eigen naam een vordering instelt, en dat de rechtspersoon dan een persoon kan laten aanwijzen die de belangen van de rechtspersoon behartigt. Een verzoek om juist geen persoon aan te wijzen is niet voorzien in de wet en kan daarom niet worden toegewezen.

Daarnaast is het subsidiaire verzoek om een specifieke persoon aan te wijzen overbodig omdat het primaire verzoek juist is dat geen persoon wordt aangewezen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat in de lopende bodemprocedure zo nodig kan worden beslist of een aanwijzing nodig is.

Ten slotte merkt de voorzieningenrechter op dat er meerdere procedures lopen tussen partijen, wat een onevenredige belasting van de rechterlijke macht vormt. Partijen worden opgeroepen hun geschil binnen de lopende procedures of op alternatieve wijze op te lossen.

Uitkomst: Het verzoek om geen persoon aan te wijzen die in de plaats van het bestuur treedt wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rekestnummer: C/13/779965 / KG RK 25-1991 MK/RS
Beschikking van 16 januari 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING HUIZENMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. G.C. Endedijk te Amsterdam.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 8 december 2025 een verzoekschrift met producties als bedoeld in artikel 2:15 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend.
[naam 1] heeft namens [naam 2] (hierna: [naam 2] ) verzocht om verweer te mogen voeren. Nadat de voorzieningenrechter verzoekster de mogelijk heeft gegeven het verzoek in te trekken omdat hij voornemens is het verzoek af te wijzen, heeft verzoekster meegedeeld een beschikking te wensen. De beschikking is bepaald op heden.

2.Gronden van het verzoek

2.1.
Verzoekster is op 12 september 2025 door onder meer [naam 2] , één van de bestuurders van verzoekster, bij deze rechtbank gedagvaard. Nadat verzoekster een conclusie van antwoord heeft ingediend hebben eisers in die procedure zich op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 2:15 lid 4 BW Pro iemand aangewezen had moeten worden die in de plaats van het bestuur van verzoekster treedt. Een daartoe strekkende incidentele conclusie is door de rolrechter geweigerd. Volgens verzoekster is het aanwijzen van iemand in de zin van artikel 2:15 lid 4 BW Pro (ook) niet nodig in de voorliggende casus.
2.2.
Met het verzoekschrift wenst verzoekster een – ex parte – beslissing dat
geenpersoon wordt aangewezen die in de plaats van het bestuur treedt zoals bedoeld in voormeld artikel. Subsidiair wordt gevraagd om [naam 3] aan te wijzen. Ook wordt verzocht om geen anderen, waaronder [naam 2] , als belanghebbenden aan te wijzen en op te roepen.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 2:15 lid 4 BW Pro luidt:
“Indien een bestuurder in eigen naam de vordering instelt, verzoekt de rechtspersoon de voorzieningenrechter van de rechtbank iemand aan te wijzen, die terzake van het geding in de plaats van het bestuur treedt.
3.2.
De strekking van dit artikel is om erin te voorzien dat bij eenhoofdige bestuurders, of bij samenspanning van meerdere bestuurders, iemand aan te wijzen die de belangen van de rechtspersoon behartigt in een geding waar vernietiging van een besluit voorligt (Kamerstukken II 1982-1983, nrs. 1-3).
3.3.
Met het primaire verzoek wordt een beslissing gevraagd dat g
eenpersoon als bedoeld in artikel 2:15 lid 4 BW Pro wordt aangewezen. Voor een dergelijke, negatief geformuleerde beslissing biedt artikel 2:15 lid 4 BW Pro geen grondslag.
3.4.
Uit het primair verzochte volgt dat ook geen belang bestaat bij het subsidiair verzochte. Immers, het eerste dat verzoekster wil is juist geen persoon aan te wijzen.
3.5.
Verder geldt dat in de lopende bodemprocedure zo nodig beslist kan worden of het nodig is dat in dat geding een persoon als bedoeld in artikel 2:15 lid 4 BW Pro wordt aangewezen.
3.6.
Ten overvloede. Dit is niet de eerste procedure die partijen voeren. Voor zover bekend loopt er een procedure bij de Ondernemingskamer waarbij een onderzoek is gelast, loopt er een procedure in hoger beroep bij het hof in Amsterdam (met voorlopige voorziening), heeft een kort geding gespeeld bij deze rechtbank en loopt inmiddels een volgende procedure bij deze rechtbank (zie 2.1). Daarmee leggen partijen een onevenredig beslag op de capaciteit van de rechtelijke macht, die naar zijn aard niet onbeperkt is. Alle betrokken partijen en hun advocaten worden opgeroepen in plaats van het opstarten van nieuwe procedures hun geschil binnen een van de lopende procedures, of op alternatieve wijze, op te lossen.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door R.J.J. Stoops, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
16 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.type: RS