6.1.beveelt een onderzoek door twee deskundigen ter beantwoording van de vragen hieronder. De eerste vraagstelling zal worden beantwoordt door de verloskundige-deskundige en de tweede vraagstelling zal worden beantwoordt door de gynaecologische-deskundige.
Voorgestelde vraagstelling verloskundige
Inleiding
In deze zaak staat het handelen van zowel de eerstelijns verloskundige(n) als de behandelaars van het Amsterdam UMC ter discussie. Uw onderzoek(s-rapport) heeft als doel dat partijen (en eventueel de rechter) over het handelen van de eerstelijns verloskundige kunnen oordelen. Het handelen van de betrokken hulpverlener wordt door ons juristen getoetst aan een norm die geduld wordt als de norm van het goed hulpverlenerschap. Die norm vereist kennis van de medisch professionele standaard en de manier waarop de betrokken hulpverlener de verloskundige begeleiding heeft verricht. Om die toets te kunnen doen, is het noodzakelijk dat partijen door u als deskundige worden voorgelicht, om zo voorzien te worden van feitelijke informatie over de verloskundige praktijk en het handelen van de betrokken hulpverlener.
U wordt als deskundige niet gevraagd om te oordelen over de aansprakelijkheid. Bij uw beoordeling moet u dan ook uit gaan van objectieve maatstaven. Leeftijd, rang en ervaring van de hulpverlener zijn voor de toets niet van belang. In dit kader worden u onderstaande vragen gesteld. Het zal niet mogelijk zijn om alle vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te geven. Wel wordt gevraagd of u, vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied, de geformuleerde vragen wilt beantwoorden, naar de stand van de wetenschap op het moment waarop de verloskundige begeleiding plaats had, uw antwoorden te motiveren en zo mogelijk te verwijzen naar relevante literatuur. Het begrip ‘medisch professionele standaard’ moet u steeds opvatten als het geheel van regels en normen waaraan de hulpverlener is gehouden, die blijken uit de opleiding(seisen) voor een eerstelijns verloskundige, inzichten en ervaring uit de verloskundige praktijk, wetenschappelijke literatuur, protocollen en gedragsregels.
U wordt uitdrukkelijk gevraagd om de voorliggende kwestie te beoordelen met uitsluiting van de achteraf verkregen kennis. In dit geval gaat het dus alleen om het handelen van [verzoeker 1] in de nacht van 29 augustus 2017 tot en met het moment van overdracht aan het AMC. U wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Vraag 1
Staat het u vrij om deze expertise te verrichten, in die zin dat u niet in een persoonlijke of zakelijke relatie staat tot de betrokken patiënte, de zorgverleners en het ziekenhuis in deze casus?
Vraag 2
Beschikt u over voldoende informatie om de casus te beoordelen? Zo nee, wilt u dan aan partijen laten weten welke informatie u nog wilt ontvangen dan wel deze informatie rechtstreeks opvragen.
Vraag 3
Wat is uw eigen ervaring als verloskundige en als onafhankelijk deskundige?
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
Vraag 4
Kunt u de verschillende stadia van de verloskundige begeleiding in de eerste lijn volgens de medisch professionele standaard anno 2017 beschrijven? Wilt u daarbij in ieder geval ingaan op de volgende aspecten:
- het beluisteren van cortonen in de eerste lijn (hoe vaak, noteren);
- secundaire weeënzwakte (wanneer aan de orde, wat te doen);
- de duur van de uitdrijving (wanneer start deze, hoe gemeten);
- het insturen naar de tweede lijn (wanneer, hoe snel).
Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
Hoe is het in dit geval gegaan?
Vraag 5
Wilt u op basis van het dossier een beschrijving geven van de obstetrische voorgeschiedenis van patiënte?
a. Kunt u op basis van het medisch dossier een feitelijke beschrijving geven van verloskundige begeleiding van [verzoeker 1] ? Kunt u daarbij ingaan op:
- het beluisteren van cortonen in de eerste lijn (hoe vaak, noteren);
- secundaire weeënzwakte (wanneer aan de orde, wat te doen);
- de duur van de uitdrijving (wanneer start deze, hoe gemeten);
- het insturen naar de tweede lijn (wanneer, hoe snel);
- de rol van de verloskundige in het ziekenhuis.
Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?
Kunt u aangeven of naar uw oordeel de betrokken behandelaar bij de behandeling/begeleiding van de bevalling heeft gehandeld volgens de op dat moment voor hem/haar geldende professioneel standaard?
als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten worden gehandeld?
als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven of dat handelen van invloed geweest op de foetale asfyxie?
Zo ja, in welk opzicht?
Was sprake van een fysiologisch verlopend baringsproces?
Zo neen, kunt u beschrijven in welk opzicht en vanaf welk moment de baring niet (meer) fysiologische verliep en een indicatie kwam te bestaan tot consultatie van de tweede lijn?
Vraag 9
Hoe zou u het verloop van de uitdrijving duiden (in de zin van vlot, normaal, traag)?
Was er op enig moment reden om in dit kader actie te ondernemen?
Zo ja, welke actie en waarom?
Vraag 10
Is er op enig moment sprake geweest van secundaire weeënzwakte?
Zo ja, op welk moment had dat geconstateerd kunnen worden?
Zou dat aanleiding zijn geweest voor nadere actie?
Zo ja welke actie en met welk doel?
Wat hield de overdracht van [verzoeker 1] in het ziekenhuis in?
Was deze volledig?
Vraag 12
Heeft u nog opmerkingen die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak?
Voorgestelde vraagstelling gynaecologische expertise
Inleiding
In deze zaak staat het handelen van zowel de eerstelijns verloskundige(n) als de behandelaars van het Amsterdam UMC ter discussie. Uw onderzoek(s-rapport) heeft als doel dat partijen (en eventueel de rechter) over het handelen van die behandelaars kunnen oordelen. Het handelen van de betrokken behandelaars wordt door ons juristen getoetst aan een norm die geduid wordt als de norm van het goed hulpverlenerschap. Die norm vereist kennis van de medische professionele standaard en de manier waarop de betrokken behandelaars de medische behandeling hebben verricht. Om die toets te kunnen doen, is het noodzakelijk dat partijen door u als deskundige worden voorgelicht, om zo voorzien te worden van feitelijke informatie over de medische behandeling en het handelen van de betrokken behandelaars.
U wordt als deskundige niet gevraagd om te oordelen over de aansprakelijkheid. Bij uw beoordeling moet u dan ook uit gaan van objectieve maatstaven. Leeftijd, rang en ervaring van de behandelaars zijn voor de toets niet van belang. In dit kader worden u onderstaande vragen gesteld. Het zal niet mogelijk zijn om alle vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te geven. Wel wordt gevraagd of u, vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied, de geformuleerde vragen wilt beantwoorden, naar de stand van de wetenschap op het moment waarop de medische behandeling plaats had, uw antwoorden te motiveren en zo mogelijk te verwijzen naar relevante literatuur. Het begrip ‘medisch professionele standaard’ moet u steeds opvatten als het geheel van regels en normen waaraan de behandelaars zijn gehouden, die blijken uit de opleiding(seisen), inzichten en ervaring uit de betreffende medische praktijk, wetenschappelijke literatuur, protocollen en gedragsregels.
U wordt uitdrukkelijk gevraagd om de voorliggende kwestie te beoordelen met uitsluiting van de achteraf verkregen kennis. In dit geval gaat het dus alleen om het handelen van de behandelaars in de nacht van 29 augustus 2017 vanaf het moment van overdracht aan het AMC. U wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Vraag 1
Staat het u vrij om deze expertise te verrichten, in die zin dat u niet in een persoonlijke of zakelijke relatie staat tot de betrokken patiënte, de zorgverleners en het ziekenhuis in deze casus?
Vraag 2
Beschikt u over voldoende informatie om de casus te beoordelen? Zo nee, wilt u dan aan partijen laten weten welke informatie u nog wilt ontvangen dan wel deze informatie rechtstreeks opvragen.
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
Vraag 3
Kunt u voor de verschillende stadia van de geneeskundige behandeling waar het hier over gaat, een bevalling die vanuit de eerste lijn wordt overgenomen door de tweede lijn, aangeven waaruit deze moet bestaan volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard anno 2017? Wilt u daarbij in ieder geval ingaan op de volgende aspecten:
- informatieoverdracht van eerste op tweede lijn;
- de conditie van de moeder bij binnenkomst in het ziekenhuis;
- onderzoek en CTG-registratie;
- manieren om de bevalling te beëindigen, waaronder het besluit tot een sectio (wie beslist, wanneer, hoe snel).
Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
Hoe is het in dit geval gegaan?
a. Kunt u op basis van het medisch dossier een feitelijke beschrijving geven van het verloop van de bevalling en geboorte van [verweerder 3] en begeleiding in het ziekenhuis? Wilt u daarbij in ieder geval ingaan op de volgende aspecten:
- informatieoverdracht van eerste op tweede lijn;
- de conditie van de moeder bij binnenkomst in het ziekenhuis;
- onderzoek en CTG-registratie;
- het besluit om tot een sectio over te gaan.
Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?
Vraag 5
Kunt u aangeven of naar uw oordeel de betrokken behandelaar bij de behandeling/begeleiding van de bevalling heeft gehandeld volgens de op dat moment voor hem/haar geldende professioneel standaard?
als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten worden gehandeld?
als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven of dat handelen van invloed geweest op de foetale asfyxie?
Zo ja, in welk opzicht?
Is het voor het moment van de geboorte van [verweerder 3] van belang of de beslissing tot sectio is genomen om 07.01 uur, om 07.14 uur of om 07.22 uur?
Zo ja, in welk opzicht?
Vraag 7
Hoe verklaart u de wijzigingen in het dossier zoals in productie 1 bij reactie op verweerschrift Amsterdam UMC (revisiedocumenten) is weergegeven?
Vraag 8
Hebt u nog opmerkingen die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak?