Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
Nog ter bevestiging: we hebben een kandidaat koper voor je kantoorpand. Koopsom bedraagt € 7.850.000,00 kk. Zoals besproken laten ze nu een LOI opstellen door Houthoff notarissen te [locatie 2] . Uitgangspunt is een ‘as is, where is’ transactie zonder voorbehouden met een leveringsdatum in maart 2025. We zullen alle op en aanmerkingen laten verwerken in de LOI en daarna alle stukken tbv de DD aanleveren. Zoals afgesproken zal ons fee € 110.000,00 excl. BTW bedragen, te betalen bij levering.”
3.De verzoeken en het verweer
- de totstandkoming, inhoud en reikwijdte van de vastgoedmanagementovereenkomst tussen partijen,
- de vraag of en hoe een opdracht tot verkoop van het pand is gegeven, welke afspraken daarbij zijn gemaakt, welke werkzaamheden in dat kader zijn verricht en welke betekenis toekomt aan de e-mail van 5 december 2024,
- de totstandkoming en uitvoering van afspraken over de verhuur van de leegstaande ruimte op de tweede verdieping en het verband met de huurovereenkomst van Vinken Vastgoed zelf,
- de afspraken en communicatie over het aanblijven van Vinken Vastgoed als huurder van het pand en het niet beëindigen van haar eigen huurovereenkomst,
- de gehanteerde verkoopstrategie, de rol en werkzaamheden van [makelaar] en de contacten met [verweerder] hierover,
- het protest van Vinken Vastgoed in april en mei 2025 tegen het handelen van [verweerder] en de daaropvolgende communicatie tussen partijen,
- de aard en omvang van de door Vinken Vastgoed voor [verweerder] verrichte werkzaamheden, wie daarbij betrokken waren en wat [verweerder] daarvan wist,
- de uiteindelijke verkoop van het pand door [verweerder] en de communicatie daarover met Vinken Vastgoed.
- de heer [naam 1] , [functie] Vinken Vastgoed, wonende te [woonplaats 2] ;
- de heer [verweerder] , verweerder, wonende te [woonplaats 1] ;
- mevrouw [naam 3] , werkzaam bij Vinken Vastgoed, wonende te [woonplaats 3] ;
- mevrouw [naam 4] , werkzaam bij Vinken Vastgoed, wonende te [woonplaats 4] ;
- de heer [naam 5] , werkzaam bij Vinken Vastgoed, wonende te [woonplaats 5] .
- de aankoopovereenkomst waarmee [verweerder] de eigendom van het pand heeft verworven;
- een taxatierapport van het pand uit 2019;
- het taxatierapport van het pand van maart 2025;
- de verkoopovereenkomst van het pand van medio 2025.
4.De beoordeling
5.De beslissing
5 maart 2026om partijen
in de gelegenheid te stellen de schriftelijke verklaringen bedoeld in 4.8 over te leggenen hun verhinderdata en die van de op te roepen getuigen voor de maanden
april tot en met juni 2026door te geven aan de griffier van deze rechtbank (t.a.v. rekestenadministratie van de Afdeling privaatrecht, team Handelszaken), waarna een datum voor verhoor zal worden bepaald,
,