Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Public Prosecutor of the Republic of Catania, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Toestemming Verenigde Staten voor doorlevering
Department of Justice) verstrekte gegevens aan het Nederlandse Ministerie van Justitie en Veiligheid. Uit artikel 16 van Pro het Uitleveringsverdrag volgt expliciet dat het specialiteitsbeginsel niet van toepassing is bij een vereenvoudigde uitleveringsprocedure, waarvan in deze zaak sprake is. De rechtbank is daarom van oordeel dat geen aanvullende toestemming van de Verenigde Staten vereist is voor doorlevering aan Italië. Het gevolg is dat de beslistermijn is aangevangen op het moment van de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon, te weten op 18 november 2025. De (verlengde) beslistermijn verloopt op 15 februari 2026. De rechtbank wijst het verzoek van de officier van justitie om de zaak aan te houden dan ook af.
4.Grondslag en inhoud van het EAB
the Court of Appeal of Cataniavan 24 september 2007 met een onderliggend vonnis van 22 juni 2005 van
the Catania Court(onherroepelijk geworden op 14 december 2007).
the Court of Appeal of Cataniavan 24 september 2007:
the Court of Appeal of Cataniais verdedigd door Maria Concetta Consoli. De rechtbank heeft de officier van justitie gevraagd bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan waarom er twee verschillende advocaten genoemd worden, alsook welke advocaat door de opgeëiste persoon is gemachtigd om namens hem het hoger beroep in te stellen en namens hem de verdediging te voeren in de procedure die heeft geleid tot het arrest van
the Court of Appeal of Cataniavan 24 september 2007.
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Public Prosecutor of the Republic of Catania, Italië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.