ECLI:NL:RBAMS:2026:192
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bewonersvergunning parkeren wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersvergunning parkeren, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, dat wil zeggen wanneer onomkeerbare gevolgen dreigen. Omdat verweerder een tijdelijke bewonersvergunning heeft toegekend die geldig is tot aan de uitspraak in de bodemprocedure, is er geen sprake van spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en dat de beroepsgronden nader onderzoek vereisen. Verzoekster kan met de tijdelijke vergunning de uitspraak in de bodemprocedure afwachten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang; verzoekster krijgt een tijdelijke bewonersvergunning tot aan de bodemprocedure.