Vergunninghouder vroeg op 12 december 2023 een omgevingsvergunning aan voor het aanbrengen van damwanden en sloop in een beschermd stadsgezicht. Het college verleende de vergunning op 6 juni 2024, ondanks strijd met het bestemmingsplan, door toepassing van de kruimelgevallenregeling. Eiseressen maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit.
De rechtbank behandelde de beroepen gezamenlijk en oordeelde dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. De rechtbank verwierp de formele bezwaren over de behandeling van de bezwaren en de samenstelling van de bezwaarschriftencommissie. Ook was er geen wettelijke plicht tot coördinatie met het Waterschap.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat het bouwplan aannemelijk voldoet aan het Bouwbesluit 2012, mede op basis van recente adviezen en onderbouwingen. De damwanden zijn niet primair waterkerend en voldoen aan veiligheidsklasse RC1. De toetsing aan welstand en cultuurhistorische waarden leverde geen strijd op. De kruimelafwijking is terecht toegepast, waarbij oppervlakte en hoogte binnen de wettelijke grenzen blijven.
De rechtbank vond geen motiveringsgebrek en geen schending van de zorgplicht. Het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en het besluit is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. De beroepen zijn ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.