ECLI:NL:RBAMS:2026:1906

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/13/781724 / FA RK 26/253
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2007 in Eritrea. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar zijn advocaat verklaarde dat betrokkene instemde met de machtiging en het horen niet nodig achtte.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis, mogelijk schizofrenie, schizoaffectieve stoornis of bipolaire-I-stoornis, die leidt tot levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en agressie oproept. Er zijn geen mogelijkheden voor passende vrijwillige zorg, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte verschillende vormen van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder het toedienen van vocht en voeding, medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. De duur van opname werd beperkt tot maximaal drie maanden per keer.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief, zonder minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden, tot uiterlijk 29 januari 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/781724 / FA RK 26/253
kenmerk: ZM/IND/185816
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 29 januari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] (Eritrea),
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank.
1.3.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- mw. [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- mw. [persoon 2] , verpleegkundig specialist.
1.4.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
1.4.1.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene deugdelijk is opgeroepen en via zijn advocaat op de hoogte was van de zitting. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat hij gemachtigd is en dat betrokkene aan hem heeft verteld het eens te zijn met de machtiging en het horen niet nodig is.
1.4.2.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat hij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
1.5.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van gevoeligheid voor manisch-psychotische ontregeling, mogelijk in het kader van schizofrenie, een schizoaffectieve stoornis ofeen bipolaire-I-stoornis.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van vocht en voeding (
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
De raadsman heeft namens betrokkene verzocht de duur van de opname in de accommodatie te beperken tot steeds maximaal drie maanden. De verpleegkundig specialist heeft zich hier niet tegen verzet. De rechtbank bepaalt daarom dat verplichte zorg in de vorm van ‘
opnemen in een accommodatie’, anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt. De rechtbank wijst deze vorm van zorg toe voor de duur van telkens maximaal drie maanden.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] (Eritrea), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 januari 2027.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 29 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. A. van Luijck, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 5 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
De griffier is buiten staat om te tekenen.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.