ECLI:NL:RBAMS:2026:1814

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
81.020435.25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Sr (oud)Art. 51 SrArt. 57 SrArt. 1a Wet op de economische delictenArt. 2 Wet op de economische delicten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geldboete voor onjuist vermelden van Eural-code op begeleidingsbrieven

De rechtbank Amsterdam heeft op 19 februari 2026 uitspraak gedaan in een economische strafzaak tegen verdachte B.V. wegens het onjuist vermelden van de Europese afvalstoffenlijst (Eural) code op 27 begeleidingsbrieven. Verdachte vermeldde de code 19.12.12, terwijl volgens het Openbaar Ministerie de juiste code 16.01.21* had moeten worden gebruikt. De verdediging stelde dat sprake was van een administratieve vergissing en dat de code 19.12.11* ook passend was.

De rechtbank oordeelde dat verdachte in overleg met een medeverdachte B.V. de onjuiste code had vermeld en dat sprake was van medeplegen. Hoewel zuiver opzet niet bewezen werd geacht, was voorwaardelijk opzet wel aanwezig vanwege het kwetsbare bedrijfsproces zonder controlemechanismen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het verwijt dat alleen code 16.01.21* juist was, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat deze code exclusief van toepassing was.

De rechtbank legde een onvoorwaardelijke geldboete van €13.500 op, aanzienlijk lager dan de eis van het Openbaar Ministerie, omdat geen sprake was van moedwillig handelen. De boete is gelijkgesteld aan de strafbeschikking opgelegd aan de medeverdachte. De rechtbank benadrukte dat de onjuiste code het risico creëerde dat derden onwetend in aanraking konden komen met gevaarlijk afval. Verdachte werd strafbaar verklaard voor overtreding van milieuregelgeving.

Uitkomst: Verdachte B.V. is veroordeeld tot een geldboete van €13.500 wegens het opzettelijk onjuist vermelden van de Eural-code op begeleidingsbrieven.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 81.020435.25
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] B.V.,
gevestigd op het adres [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.A. Bekke, en van wat de vertegenwoordigers van verdachte, [persoon 1] en [persoon 2] , en de raadsman van verdachte, mr. R.A. Kaarls, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd en na wijziging op de zitting van 5 februari 2026 – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan het als medepleger opzettelijk onjuist vermelden van de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst (de Europese afvalstoffenlijst; Eural) op in totaal 27 begeleidingsbrieven.
De volledige tekst van de uiteindelijke tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

3.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De verdediging stelt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, omdat het niet opportuun is om administratieve vergissingen en interpretatiediscussies over de te gebruiken Eural-codes strafrechtelijk te handhaven.
De officier van justitie stelt dat het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Vanuit de zaaksvisie van het Openbaar Ministerie rechtvaardigen de omvang van de verdenking en de milieubelangen een strafrechtelijke handhaving.
De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Dat zou slechts anders zijn als het Openbaar Ministerie niet in redelijkheid tot vervolging had kunnen overgaan. Daarvan is in dit geval geen sprake.
De ernst van het verwijt zoals dat is tenlastegelegd en wat het Openbaar Ministerie aan verdachte maakt, brengt mee dat het Openbaar Ministerie op grond van de aan haar toekomende beoordelingsvrijheid tot strafrechtelijke handhaving heeft kunnen overgaan.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte als medepleger onjuiste Eural-codes op de begeleidingsbrieven heeft gezet. In plaats van 19.12.12 (of 19.12.11*) had verdachte de toepasselijke code 16.01.21* moeten vermelden. Naar het oordeel van de officier van justitie is geen sprake van een administratieve fout, maar van calculerend gedrag en dus opzettelijk handelen, omdat verdachte als afvalverzamelaar wel bevoegd was afvalstoffen met Eural-code 19.12.12 of 19.12.11* in te nemen, maar geen afvalstoffen met Eural-code 16.01.21*.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt dat het vermelden van Eural-code 19.12.12 een administratieve fout/vergissing is en dat er geen sprake was van opzettelijk handelen. Het is altijd de bedoeling geweest op de begeleidingsbrieven Eural-code 19.12.11* te vermelden en volgens die code is het afval feitelijk ook verwerkt (dus als gevaarlijk afval). De keuze voor deze Eural-code (19.12.11*) is in de Eural-systematiek niet onbegrijpelijk, hoewel de door de verbalisant gestelde toepasselijke Eural-code 16.01.21* mogelijk ook gekozen had kunnen worden.
4.3.
Beoordeling door de rechtbank
4.3.1.
Onjuiste Eural-code
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
Het dossier bevat 27 begeleidingsbrieven voor transporten van afval(stoffen) naar verdachte in de periode van 15 januari 2024 tot en met 2 februari 2024. Op deze begeleidingsbrieven zijn telkens afvalstroomnummer [nummer] en de Eural-code 19.12.12 vermeld. [2] Voor zover dit in de scans/kopieën in het dossier van de rechtbank niet meer goed leesbaar is, is namens verdachte erkend dat deze Eural-code inderdaad op alle 27 begeleidingsbrieven is vermeld. Namens verdachte is ook erkend dat de Eural-code 19.12.12 niet de juiste code was, omdat die code ziet op niet-gevaarlijk afval, terwijl sprake was van gevaarlijk afval. [3]
De begeleidingsbrieven zijn opgesteld door verdachte of door medeverdachte [medeverdachte] B.V., die zich van het afval ontdeed en het liet verwerken door verdachte. [4] Namens verdachte is verklaard dat bij het bepalen van de Eural-code overleg heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte] B.V. [5] Het dossier bevat ook e-mailverkeer waarbij vanuit verdachte aan [medeverdachte] B.V. het afvalstroomnummer en de Eural-code wordt doorgegeven. In dit bericht wordt de code 19.12.12 vermeld. [6]
Namens verdachte is ter zitting toegelicht dat steeds de onjuiste Eural-code op de begeleidingsbrieven is vermeld, doordat – in dit geval een verkeerde – Eural-code in het systeem is gekoppeld aan het afvalstroomnummer. In de periode van de tenlastelegging werd de informatie (inclusief Eural-code) aangeleverd die nodig was voor het aanmaken van een afvalstroomnummer en dit werd verder verwerkt door iemand van de planning die geen kennis had van de Eural-systematiek. De informatie wordt één keer verwerkt en bij iedere nieuw aangemaakte begeleidingsbrief door het systeem automatisch ingevuld. [7]
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat verdachte in overleg met [medeverdachte] B.V. op de 27 begeleidingsbrieven de onjuiste Eural-code 19.12.12 heeft vermeld.
4.3.2.
De juiste Eural-code?
De tenlastelegging houdt niet alleen als verwijt in dat de vermelde Eural-code 19.12.12 onjuist is, maar ook dat de Eural-code 16.01.21* de (enige) juiste code is, en dus dat de door verdachte beoogde Eural-code 19.12.11* ook niet juist is.
Voor de vraag welke Eural-code juist is, is van belang wat voor soort afval het is en waar het afval vandaan komt. Het gaat in deze zaak om afval vanaf een schip, de [naam schip] , waarop brand is uitgebroken waarbij een groot aantal (elektrische) auto’s is verband.
Het bepalen van een Eural-code gebeurt aan de hand van de stroomschema’s van bijlage 5 bij de handreiking Eural. [8]
Het Openbaar Ministerie stelt dat het afval bestaat uit verbrandingsresten en onverbrande (onder)delen van auto’s, mogelijk vermengd met verbrandingsresten van kabels en leidingen van het schip. Het residu werd verzameld bij de schoonmaak van de dekken van het schip, nadat de autowrakken waren verwijderd. De eerste vraag in het stroomschema (Is de bron van de afvalstof te plaatsen in hoofdstukken 01 t/m 12 of 17 t/m 20?) en de tweede vraag (Is de bron van de afvalstof te plaatsen in hoofdstukken 13, 14 of 15?) moeten met ‘nee’ worden beantwoord, waarna vervolgens in hoofdstuk 16 (Niet elders in de lijst genoemd afval), subhoofdstuk 01 (Afgedankte voertuigen van verschillende soorten vervoer (met inbegrip van niet voor de weg bestemde machines) en afval van de sloop van afgedankte voertuigen en het onderhoud van voertuigen (exclusief 13, 14, 16 06 en 16 08)), de restcategorie gevaarlijke onderdelen 16 01 21* moet worden gekozen. Zij baseert zich daarbij op de bevindingen van [verbalisant] , brigadier van Eenheid Landelijke Expertise Team Transport en Milieucontrole.
De verdediging stelt dat sprake is van residuen van de (niet door verdachte uitgevoerde) handmatige en mechanische verwerking van het afval op het schip de [naam schip] en dat de brandresiduen afkomstig zijn van de verbrande resten van de lading die door het schip vervoerd is, zoals bijvoorbeeld de asresten van verbrande auto’s en machines. Zij stelt zich op het standpunt dat daarom hoofdstuk 19 (Afval van installaties voor afvalbeheer, off-site waterzuiveringsinstallaties en de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water en water voor industrieel gebruik) van toepassing is. Binnen dit hoofdstuk moet dan gekozen worden voor subhoofdstuk 19 12 (afval van niet elders genoemde mechanische afvalverwerking (bv. sorteren, breken, verdichten, palletiseren)) en dan de Eural-code voor overig afval (inclusief mengsels van materialen van mechanische afvalverwerking dat gevaarlijke stoffen bevat (19 12 11*). Voor die categorie heeft verdachte ook een ontheffing gevraagd – en verkregen – op het stortverbod.
In de Europese afvalstoffenlijst EURAL handleiding [9] wordt bij afvalbeheer vermeld: “
het indelen van afvalstoffen onder EURAL-hoofdstuk 19 impliceert niet automatisch dat het over een afvalverwerkingsinrichting gaat. Ook bedrijven die sorteren met het oog op betere afvoer van hun afvalstoffen, kunnen onder dit EURAL-hoofdstuk bepaalde afvalstoffen indelen. Het moet hier dan echter wel duidelijk over een sorteer- of scheidingsactiviteit gaan.
In de handleiding wordt over subhoofdstuk 19 12 aangegeven: “
Het gaat hier bijvoorbeeld over activiteiten zoals sorteren, breken en verdichten van afval en afval van PST-installaties (post shredder technologie). Dergelijke activiteiten kunnen bij elk productiebedrijf voorkomen.
De rechtbank kan op basis van de informatie in het dossier niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat Eural-code 16 01 21* als enige code op de door verdachte getransporteerde afvalstroom van toepassing is. Weliswaar heeft verbalisant [verbalisant] in een aanvullend proces-verbaal vermeld dat van code 16 01 21* moet worden uitgegaan, maar die conclusie lijkt te zijn gebaseerd op (deels) andersoortig afval dan waarvan verdachte uitgaat terwijl in dit proces-verbaal noch elders in het dossier is gerelateerd hoe de verbalisant tot die vaststelling is gekomen. Evenmin lijkt in die bevindingen te zijn meegewogen de stelling van verdachte dat sprake is van 19 12 11*-afval, omdat het residu betreft nadat het afval aan boord van het schip (mechanisch) is gesorteerd. Uit het dossier blijkt niet dat daar onderzoek naar is gedaan. Omdat in de Eural-systematiek pas bij een hoofdstuk 16-code kan worden uitgekomen als de codes uit de andere hoofdstukken, waaronder 19 12 11*, niet van toepassing zijn, laat de informatie in het dossier ruimte voor de juistheid van de stelling van de verdediging.
Gelet op dit alles zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat inhoudt dat 16.01.21* de juiste Eural-code is.
4.3.3.
Opzet
Bij deze stand van zaken komt de rechtbank niet tot de conclusie dat verdachte moedwillig (calculerend) een onjuiste Eural-code heeft gehanteerd. ‘Zuiver’ opzet is daarom niet bewezen. Wel is voorwaardelijk opzet bewezen. Daarvoor is in het bijzonder van belang dat het bedrijfsproces kennelijk zo was ingericht dat als éénmaal een verkeerde Eural-code aan de planning wordt doorgegeven, dan wel dat de doorgegeven Eural-code door de planning verkeerd wordt overgenomen, en aan een afvalstroomnummer wordt gekoppeld, alle begeleidingsbrieven zonder nadere controle die verkeerde Eural-code bevatten. Door het ontbreken van minimale controlemechanismen in het bedrijfsproces van verdachte, is sprake van een zodanig kwetsbaar systeem dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het onjuist vermelden van de toepasselijke Eural-code.
4.3.4.
Medeplegen
Uit de bewijsmiddelen (onder meer de verklaring van [persoon 1] namens verdachte [10] en de verklaring van [persoon 3] namens [medeverdachte] B.V. [11] ) volgt dat verdachte bij het bepalen en vervolgens vermelden van de Eural-code nauw en bewust heeft samengewerkt met [medeverdachte] B.V. Gelet op de samenwerking is daarom sprake van medeplegen tussen verdachte en [medeverdachte] B.V.
4.3.5.
Conclusie
Bewezen is dat verdachte in samenwerking met een ander een onjuiste Eural-code op de begeleidingsbrieven heeft gezet.

5.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
in de periode van 15 januari 2024 tot en met 2 februari 2024 in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander,
als afvalstoffeninzamelaar onder [nummer] was vermeld op de NIWO-lijst van afvalstoffeninzamelaars, zijnde een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a van de Wet milieubeheer die krachtens artikel 10.45 van de Wet milieubeheer bevoegd was de betrokken afvalstoffen in te zamelen,
opzettelijk,
meermalen in strijd met krachtens artikel 10.41 van de Wet milieubeheer gestelde regels, te weten artikel 10, tweede lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen,
de onjuiste van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst heeft vermeld,
immers heeft zij, verdachte, op de (27) begeleidingsbrieven met nummer [nummer] in rubriek 6 Euralcode 19.12.12 aangegeven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6.De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 125.000,-, waarvan € 50.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.
De officier van justitie is bij het formuleren van zijn strafeis ervan uitgegaan dat als verdachte het afval juist had beoordeeld (en Eural-code 16 01 21* had toegekend), zij het afval op grond van haar vergunning niet had mogen innemen.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, subsidiair om een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank wijkt substantieel van de eis van de officier van justitie. Daarvoor is in het bijzonder van belang dat de rechtbank anders dan de officier van justitie niet kan vaststellen dat verdachte calculerend heeft gehandeld en moedwillig een verkeerde Eural-code heeft vermeld om te verhullen dat zij de afvalstroom eigenlijk niet had mogen innemen.
De rechtbank legt aan verdachte een onvoorwaardelijke geldboete op van € 13.500,-.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk onjuist vermelden van de toepasselijke Eural-code op begeleidingsbrieven. Hierbij is in het bijzonder van belang dat de vermelde code impliceert dat geen sprake was van gevaarlijk afval, terwijl daarvan in de praktijk wel sprake was. Daarmee heeft verdachte een situatie gecreëerd dat een medewerker of een derde, waaronder bijvoorbeeld een controlerend ambtenaar, nietsvermoedend in aanraking komt met gevaarlijk afval omdat diegene dat niet uit de begeleidingsbrieven kan afleiden met alle mogelijke gevolgen van dien.
Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete houdt de rechtbank er ook rekening mee dat namens verdachte is toegelicht dat de partijen het afval in feite als gevaarlijk afval hebben behandeld en dat zij net zo hebben gehandeld als wanneer Eural-code 19.12.11* op de begeleidingsbrieven zou zijn vermeld. Op basis van het dossier en de behandeling op zitting heeft de rechtbank ook geen aanwijzingen gekregen dat het afval anders behandeld had moeten worden.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande aanleiding om bij de hoogte van de op te leggen geldboete aansluiting te zoeken bij de aan [medeverdachte] B.V. onherroepelijk opgelegde strafbeschikking, te weten een geldboete van € 13.500,-.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23 (oud), 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.41 van de Wet milieubeheer en artikel 10 van Pro het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 10.41, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte] B.V., daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van
€ 13.500,-(dertienduizend vijfhonderd euro).
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.M.R. Vastenburg, voorzitter,
mrs. M. Smit en M. Nieuwenhuijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 februari 2026.
[...]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste digitale paginanummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Begeleidingsbrieven, pag. 11-39 (geschriften).
3.Verklaring ter terechtzitting van de [getuige] .
4.Begeleidingsbrieven, pag. 11-39 (geschriften).
5.Verklaring ter terechtzitting van de [getuige] .
6.E-mailbericht 20 december 2023, pag. 87 (een geschrift).
7.Verklaring ter terechtzitting van de [getuige] .
10.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 1] , pag. 153-158.
11.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] , pag. 51-54.