Uitspraak
[gedaagde 1], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam 1],
2.
[gedaagde 2], in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam 1],
3.
[gedaagde 1],
4.
[gedaagde 4],
1.De procedure
2.De feiten
6.2. De woning moet worden gebruikt als woonruimte voor huurder en degene(n) met wie hij een huishouden heeft. De huurder is verplicht de woning zelf te bewonen en tot zijn hoofdverblijf te maken en te houden. (…) een hoofdverblijf elders is niet toegestaan (…).