ECLI:NL:RBAMS:2026:1773

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
AMS 25/3772
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:19 WajongArt. 6:22 AwbArt. 25 Universele Verklaring van de Rechten van de MensArt. 1 Europees Sociaal HandvestArt. 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Wajong-uitkering bij bereiken pensioengerechtigde leeftijd rechtmatig

Eiser, die in de jaren tachtig vanuit Nederland naar Marokko verhuisde, kreeg per 1 juli 2025 zijn Wajong-uitkering beëindigd omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Hij stelde dat vanwege medische redenen en persoonlijke omstandigheden maatwerk toegepast moest worden en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel en internationaal recht.

De rechtbank oordeelde dat artikel 3:19, eerste lid, onder a, van de Wajong dwingend recht is en geen ruimte laat voor afwijkingen of maatwerk. Hoewel verweerder in het bestreden besluit een onjuiste wettelijke grondslag gebruikte, passeerde de rechtbank dit motiveringsgebrek omdat de inhoud gelijk zou zijn gebleven.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan die een voortzetting van de uitkering na de pensioengerechtigde leeftijd rechtvaardigen. Ook het betoog dat het stopzetten in strijd is met internationaal recht werd verworpen, omdat eiser niet aannemelijk maakte onder het sociaal minimum te leven of dat internationale bepalingen rechtstreeks van toepassing zijn.

De rechtbank concludeerde dat de Wajong-uitkering terecht is beëindigd en wees het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Wajong-uitkering terecht is stopgezet per 1 juli 2025 vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3772

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] (in Marokko), eiser

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Met het besluit van 17 maart 2025 heeft verweerder de Wajong [1] -uitkering van eiser per 1 juli 2025 beëindigd. Met het besluit op het bezwaar van eiser van 13 mei 2025 (het bestreden besluit) is verweerder bij dat besluit gebleven.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Zitting

3. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser is zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser bij aangetekende brief, verzonden op 28 oktober 2025 naar zijn adres in Marokko, is uitgenodigd voor de zitting. Uit de verzendgegevens van PostNL volgt dat deze brief in Marokko is aangekomen, eenmaal zonder succes op het adres van eiser is aangeboden en vervolgens op een sorteercentrum is beland. Daarnaast heeft de rechtbank eiser bij per gewone post verstuurde brief van 5 november 2025 op de hoogte gesteld van een wijziging van de behandelend rechter en (nogmaals) van de zittingsdatum.
5. Voorafgaand aan de uitnodiging voor de zitting heeft eiser op 23 september 2025 per e-mail zijn verhinderdata doorgegeven, naar aanleiding van de per gewone post verstuurde brief van 20 augustus 2025 van de rechtbank. Daarnaast heeft eiser – hoewel zich namens hem geen gemachtigde heeft gesteld – op 9 november 2025 een ingevuld proceskostenformulier per e-mail aan de rechtbank toegezonden vanaf hetzelfde e-mailadres.
6. Gelet op deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat in ieder geval de per gewone post verzonden brieven – waaronder de brief van 5 november 2025 met de zittingsdatum – eiser hebben bereikt. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat eiser van de zitting op de hoogte was. Op basis daarvan had eiser zo nodig nadere stappen kunnen nemen om de exacte tijd van de zitting te achterhalen. Dat de aangetekende uitnodiging na een vergeefse aanbiedingspoging niet is uitgereikt en nog in Marokko in een sorteercentrum ligt, doet hieraan niet af. De uitnodiging van de zitting heeft dan ook op juiste wijze plaatsgevonden, zodat de zitting buiten aanwezigheid van eiser kon worden behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de Wajong-uitkering van eiser per 1 juli 2025. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
8. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Verweerder heeft de Wajong-uitkering van eiser terecht per 1 juli 2025 beëindigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
9. Eiser is in de jaren tachtig vanuit Nederland naar Marokko verhuisd met behoud van zijn Nederlandse Wajong-uitkering.
10. In het besluit van 17 maart 2025 heeft verweerder eiser laten weten dat de Wajong-uitkering per 1 juli 2025 stopt omdat eiser op dat moment de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. In het bestreden besluit heeft verweerder dit besluit gehandhaafd.
Standpunt eiser
11. Eiser is het niet eens met de beëindiging van zijn Wajong-uitkering. Hoewel hij niet betwist dat hij op 1 juli 2025 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, stelt hij dat onder bijzondere omstandigheden van dwingend recht moet worden afgeweken en maatwerk moet worden toegepast. Volgens eiser is dat in zijn situatie aan de orde, omdat hij in de jaren tachtig vanwege medische redenen van Nederland naar Marokko is verhuisd. Eiser doet ook een beroep op het vertrouwensbeginsel. Daarnaast stelt hij dat zijn bestaanszekerheid zonder Wajong-uitkering onvoldoende is gewaarborgd. Dat is volgens hem in strijd met internationaal recht.
Wettelijk kader en grondslag bestreden besluit
12. In artikel 3:19, eerste lid, onder a, van de Wajong is bepaald dat het recht op een Wajong-uitkering eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Deze bepaling is van dwingend recht.
13. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op bepalingen uit hoofdstuk 1a van de Wajong, terwijl voor eiser, die vóór 2010 in de Wajong is ingestroomd, hoofdstuk 3 van toepassing is. Daarmee is in het bestreden besluit uitgegaan van een onjuiste wettelijke grondslag en is het besluit op dit punt gebrekkig gemotiveerd. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat eiser hierdoor niet is benadeeld. De bepalingen uit hoofdstuk 1a en hoofdstuk 3 van de Wajong zijn namelijk vrijwel gelijk. Als verweerder wel de juiste wettelijke grondslag had gebruikt, zou het besluit dus dezelfde inhoud hebben gehad.
Persoonlijke omstandigheden en maatwerk
14. Over eisers verzoek om maatwerk oordeelt de rechtbank als volgt. De Wajong is van dwingend recht. Dit betekent dat de wet geen ruimte laat om rekening te houden met persoonlijke omstandigheden of om maatwerk toe te passen. De rechtbank begrijpt dat eiser, door zijn vertrek naar Marokko, mogelijk minder sociale zekerheids- en pensioenrechten (zoals AOW), heeft opgebouwd. De rechtbank begrijpt ook dat het vertrek uit Nederland mogelijk niet geheel vrijwillig is geweest en (mede) verband hield met medische omstandigheden. De Wajong bevat echter geen regeling om verlies aan sociale zekerheids- of pensioenrechten door verblijf in het buitenland te compenseren, bijvoorbeeld door voortzetting van de uitkering na de pensioengerechtigde leeftijd. De wet schrijft immers dwingend voor dat de Wajong stopt als de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Uit de door eiser aangehaalde rechtspraak volgt ook niet dat in vergelijkbare situaties anders wordt geoordeeld.
15. De rechtbank merkt op dat eiser zich kan wenden tot de Sociale Verzekeringsbank in Nederland of tot de bevoegde instantie in Marokko om te informeren naar eventuele aanspraken op aanvullende pensioen- of andere uitkeringen. Mogelijk kan daarmee een gedeeltelijke voorziening worden getroffen voor het inkomensverlies van eiser.
Vertrouwensbeginsel
16. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Uit de Wajong volgt duidelijk dat de uitkering eindigt als de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt. Dit staat volgens verweerder ook in verschillende brieven over de Wajong-uitkering die naar eiser zijn verstuurd. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat verweerder toezeggingen heeft gedaan of zich anderszins heeft gedragen dat eiser redelijkerwijs mocht verwachten dat zijn Wajong-uitkering na de pensioengerechtigde leeftijd wel zou worden voortgezet. Dat eiser jarenlang een Wajong-uitkering heeft ontvangen, zonder dat hij eerder geïnformeerd zou zijn dat deze op den duur zou eindigen, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel onvoldoende.
Schending internationaal recht
17. Ook het betoog dat het stopzetten van de Wajong-uitkering in strijd is met internationaal recht, [2] omdat daarmee zijn bestaanszekerheid onvoldoende is gewaarborgd, slaagt niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij – naar Marokkaanse maatstaven – onder het sociaal minimum komt. Hij heeft geen inzicht gegeven in zijn inkomsten, uitgaven of andere voorzieningen. Daarnaast heeft eiser niet onderbouwd dat de door hem genoemde internationale bepalingen in zijn situatie rechtsreeks van toepassing zijn.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en zijn Wajong-uitkering terecht op 1 juli 2025 is stopgezet. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. Soylu, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
de griffier is buiten
staat te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
2.Artikel 25 van Pro het Universeel Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), artikel 1 van Pro het Europees Sociaal Handvest (ESH) en artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (HGEU).