Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
Het gehuurde, bestemming
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiser, een verhuurder die woonruimte in het kader van zijn bedrijfsactiviteit verhuurt, en gedaagden, consumenten die de woonruimte voor eigen bewoning huurden. De overeenkomst betrof zelfstandige woonruimte, maar werd onjuist gepresenteerd als onzelfstandige woonruimte met gedeelde voorzieningen, wat misleidend was.
De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst aan het consumentenrecht en de Europese richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Daarbij is vastgesteld dat de verhuurder onjuiste informatie heeft verstrekt en oneerlijke bedingen heeft gebruikt, waaronder onduidelijke huurprijsbepalingen, onredelijke aansprakelijkheids- en incassokostenbedingen en een onredelijk verrekeningsverbod met de waarborgsom.
De huurovereenkomst is daarom vernietigd. De vorderingen van de verhuurder tot betaling van huurachterstand en schadevergoeding zijn afgewezen, omdat de schade onvoldoende is onderbouwd en het wettelijke vermoeden geldt dat de woonruimte is opgeleverd zoals ontvangen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde 2.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ambtshalve vernietigd wegens oneerlijke handelspraktijk en de vorderingen tot huurachterstand en schadevergoeding worden afgewezen.