Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Bydgoszcz, III penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Inowrocław, van 12 september 2023 met kenmerk II K 630/23 en een arrest van 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 van
the District Court in Bydgoszczdat het verzamelvonnis in hoger beroep heeft bekrachtigd.
- vonnis van
- vonnis van
- vonnis van
- vonnis van
- vonnis van
- vonnis van
- vonnis van
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Zdzsiaszek-arrest dient de procedure in hoger beroep te worden onderworpen aan de toets van artikel 12 OLW Pro. [4] Volgens de raadsman is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing, omdat onvoldoende is onderbouwd hoe de oproeping voor de procedure in hoger beroep is verlopen. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet zelf een advocaat heeft gemachtigd om namens hem op zitting de verdediging te voeren, maar dat deze is aangesteld door de staat. Deze advocaat heeft vervolgens zelf hoger beroep ingesteld. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten.
ex officio). De opgeëiste persoon is ook daadwerkelijk door deze advocaat verdedigd tijdens de zitting op 12 september 2023. Daarnaast wordt vermeld dat de advocaat hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van
the District Court in Inowrocławmet kenmerk II K 630/23. Bij arrest van 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 heeft
the District Court in Bydgoszczhet verzamelvonnis bevestigd.
the District Court in Bydgoszczvan 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 zal toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
ex officoaangesteld.
ex officioadvocaat die niet door de opgeëiste persoon zelf was gemachtigd om namens hem de verdediging in hoger beroep te voeren. Gelet op het vorenstaande kan niet worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure in hoger beroep. Evenmin kan daarom sprake zijn van de situatie dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces in hoger beroep aanwezig te zijn, ofwel in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest. De rechtbank kan niet vaststellen of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten in die procedure heeft kunnen uitoefenen. Omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit ruimschoots de mogelijkheid heeft gehad om hier duidelijkheid over te verschaffen en de beslistermijn geen ruimte biedt voor het stellen van nadere vragen, zal de overlevering worden geweigerd.
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Bydgoszcz, III penal Division, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.