ECLI:NL:RBAMS:2026:1666

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
769295
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 BWArt. 6:87 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens gebrekkige vervanging ramen en kozijnen in woning

Eiser heeft gedaagde ingeschakeld voor het vervangen van ramen en kozijnen in zijn woning, maar was ontevreden over de uitvoering. Na meerdere verzoeken om herstel en een deskundigenrapport met diverse gebreken, reageerde gedaagde niet adequaat. Eiser vorderde ruim €206.000 aan schadevergoeding, terwijl gedaagde tegenvorderingen had voor openstaande facturen.

De rechtbank oordeelde dat gedaagde in verzuim was omdat zij niet reageerde op een ingebrekestelling van 6 maart 2025. Het deskundigenrapport toonde voldoende gebreken aan, behalve voor de plaatsing van de espagnoletten op de openslaande deuren, waarvoor een afwijkende afspraak bestond.

De rechtbank wees een schadevergoeding toe van €101.579,50 aan eiser, na correcties op het deskundigenrapport. Daarnaast werden kosten voor de deskundige en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Gedaagde kreeg een betaling van €18.556,12 toegewezen voor openstaande facturen, maar de factuur voor het traphek van €5.761 werd afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld tot betaling van proceskosten in conventie en reconventie.

Uitkomst: Gedaagde moet €101.579,50 schadevergoeding betalen aan eiser, die op zijn beurt €18.556,12 aan gedaagde moet voldoen voor openstaande facturen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/769295 / HA ZA 25-1057
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. H.M. Kabir,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. J.W.J. Hijnen.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] heeft [gedaagde] ingeschakeld voor het vervangen van onder meer ramen en kozijnen in zijn woning. Dit is niet naar tevredenheid van [eiser] gebeurd. [eiser] heeft [gedaagde] gevraagd om gebreken in het werk te herstellen en hiervoor een plan aan aanpak aan te leveren. Partijen zijn daar niet uitgekomen. [eiser] heeft toen een deskundige naar de gebreken laten kijken en [gedaagde] opnieuw gevraagd deze te herstellen. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd.
1.2.
[eiser] wil de gebreken nu door een ander laten herstellen. Hij vordert in deze zaak daarom, onder meer, betaling van € 206.171,90 aan schadevergoeding. [gedaagde] heeft tegenvorderingen ingediend, hij wil dat [eiser] € 24.869,68 aan openstaande facturen betaalt.
1.3.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] € 101.579,50 aan schadevergoeding moet betalen. [eiser] moet op zijn beurt nog € 18.556,12 aan [gedaagde] betalen voor de openstaande facturen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 mei 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het tussenvonnis van 17 september 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de producties 12 t/m 29 van [gedaagde] ,
- de akte overlegging producties 17 t/m 21 van [eiser] ,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 december 2025, waarvan de zittingsaantekeningen van de griffier zich in het dossier bevinden.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 30 augustus 2022 heeft [eiser] met [gedaagde] een aannemingsovereenkomst gesloten, onder meer voor het vervangen van kozijnen en ramen in zijn woning aan de [adres] te [plaats] . Hierna is de aannemingsovereenkomst nog twee keer aangevuld, onder andere met het maken en plaatsen van een traphek.
3.2.
[gedaagde] is in juli 2023 met de werkzaamheden begonnen. Tussen 18 juli 2023 en
8 maart 2024 heeft [eiser] aan [gedaagde] zijn klachten over de uitvoering van de werkzaamheden laten weten.
3.3.
Op 29 januari 2024 heeft [gedaagde] voor het traphek € 5.761,00 bij [eiser] in rekening gebracht.
3.4.
Op 25 maart 2024 heeft [eiser] aan [gedaagde] bericht welke gebreken er volgens hem zijn en gevraagd die te herstellen. Daarbij heeft [eiser] laten weten dat hij de factuur voor het traphek niet zal betalen.
3.5.
Op 9 april 2024 heeft [gedaagde] gereageerd. Zij heeft [eiser] bericht niet alle gebreken te erkennen en andere gebreken te willen herstellen. In latere correspondentie tussen partijen heeft [gedaagde] voor de gebreken die zij wel wil herstellen in een plan van aanpak de te verwachten tijdsbesteding gegeven.
3.6.
Op 14 juni 2024 heeft Beijaard Bouwbegeleiding & Vormgeving (hierna: de deskundige) in opdracht van [eiser] de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden geïnspecteerd. De deskundige heeft in zijn rapport van 22 september 2024 (hierna: het deskundigenrapport) diverse gebreken gerapporteerd en de herstelkosten begroot op
€ 206.171,90. In het deskundigenrapport staan de volgende bevindingen, voorzien van foto’s:
“(…) Achtergevelkozijnen beletage, Kozijnmerk F
- “
Stolpstel gaat erg zwaar open. Bufferrubber linker raam gescheurd en platgedrukt. (vervangen)
- “
Kozijn staat 43 mm achterover t.o.v. de loodlijn. Dit lijkt ook de gelijk te zijn met
buitengevel.
- “
Stolpstel sleept over de onderdorpel. De schuinte van de sponning van de onderdorpel
loopt 5 mm af naar buiten. Volgens de KVT is dit te weinig. Hier had door de scheefstand
van het kozijn rekening mee gehouden moeten worden. Door deze vlakheid van de
onderdorpel blijft er langer water op staan en is er ook meer geluidsoverlast van druppelt
water (als een slagwerk). De schuinte van de dorpel had aangepast moeten zijn i.v.m.
het achterover naar binnen staan van het kozijn.
- “
Stolpramen sluiten zwaar en gaan dus moeilijk open en dicht.
- “
De onderdorpel heeft geen borst waardoor het vallende water van de weldorpel naar
buiten wordt gedwongen. Het gootje zou alleen bij erg veel wint het opgestuwde water
moeten afvoeren. De Franse balkondeur heeft een valdorpe4 maar die functioneert niet. Dit is geen KVT (Kwaliteit van houten gevelelementen) buitendeur afsluitingsdetail, want de aanslagrubbers van de stijlen sluiten niet aan op de valdorpel waardoor er dus wind en regenwater langs kan komen. Hierdoor ontstaat er tocht. Dit is geen KVT detail. Dat het kozijn in schuinstand (achterover naar binnen) van de metselwerkgevel mee te laten lopen volgt dat de deur naar binnen open draait.
- “
Het is een rommelige aansluiting. Op de foto is het lood bewust opgetild.
- “
De afwerking en uitvoering van de staande schroten op de ronde afwateringslat met
lood ziet er erg rommelig uiten verlopen ook. De punten van de schrootjes lopen ook niet
gelijk t.o.v. de waterdorpel.
- “
De keukenkozijn staat 22 mm naar rechts uit het lood.
- “
De onderdorpel boven de verwarming zit ook niet waterpas en heeft op dit eerste
gedeelte een verschil van 8 mm. De schuinte van de dorpel had aangepast moeten zijn
i.v.m. het achterover naar binnen staan van het kozijn. Afgelopen winter merkte de
bewoners dat er een tochtstroom over de vloer kwam. Deze kan veroorzaakt worden door een niet luchtdichte aansluiting van het nieuwe kozijn met borstwering op de vloer. Ook is niet zonder destructief onderzoek waar te nemen hoe deze aansluiting gemaakt is en of de aangebrachte isolatie op de juiste manier is aangebracht.
Eerste etage, kozijnmerk M
- “
Dit kozijn is uitgevoerd met dubbele ramen waartussen een luchtspouw zit.
- “
De buitenramen sluiten aan tegen een minimaal aanslagprofiel.
- “
De aanslaglat lijkt los gemonteerd te zijn en krimpt los.
- “
Buitenzijde ruiten condenseren bij kouder weer.
- “
De binnenramen hebben geen aanslagprofiel en kieren dus, waardoor geluidsvermindering niet functioneert.
- “
Rechter raam klemt.
- “
Onderdorpel krimpt los bij stijlaansluiting.
- “
Sluitkommen afwerken.
- “
Zoals eerder genoemd is er voor de binnenramen geen aanslag gemaakt.
- “
Het kozijn staat over het onderste raamhoogte 24 mm naar binnen. Dat houdt in dat de
schuinte van de onderdorpel nagenoeg vlak staat en onvoldoende afschot heeft voor het
regenwater. De schuinte van de onderdorpel en het kaf hadden aangepast moeten zijn
i. v. m. het achterover naar binnen staan van het kozijn. De schuinte van de dorpels is nu
bijna waterpas, waardoor het water langzaam wordt afgevoerd. Dit zou kunnen lijden
tot grotere druppelvorming welke weer door de scheefstand ook weer op de onderdorpel
vallen en voor extra geluid kunnen zorgen. Dit geldt ook voor de dorpel en het kaf die
dan ook nog eens door de spouw tussen de ramen als klankkast gaat werken. Hierdoor
ontstaat bij regen een “slagwerkorkest” waarbij niet te slapen valt.
- “
De sluitkommen afwerken. De aanslaglat onderdorpel lijkt los gemonteerd te zijn en
krimpt los.
- “
Voor het onderraamstel geldt hetzelfde als eerdergenoemde zaken.
- “
Stolpramen klemmen en raken zo snel beschadigd.
- “
Stuitkommen afwerken.
Tweede etage, kozijnmerk U
- “
Espagnolet zit ook hier naast de lat van de stolpnaad i.p.v. erop.
- “
Deuren slepen op onderdorpel. Deuren schaven en schilderen.
- “
Naast de scharnieren zijn de stijlen beschadigd.
- “
Door klemmende stolpnaden gaat de verf er erg snel af
- “
Naast de scharnieren zijn de stijlen beschadigd.
Derde etage
- “
Sluitkommen zijn niet netjes afgewerkt en meegenomen in het schilderwerk. Ook de
aanslaglatten hebben links en rechts een afwijkende sparingmaat t.b.v. weldorpel?
- “
Verloop van de sponning en de sluitzijde van het raam komen niet overeen waardoor er
geen goede waterkering is en er dus wind en regenwater via de onderdorpel naar binnen
komt. Op de onderdorpel zit een verschil van 15 links en 25 mm rechts en bij de linker
kozijnstijl is er ook een verschil gemeten van 55 mm onder en 45 mm boven. Dit kozijn
staat behoudens scheef ook nog eens scheluw. Laatste foto geeft de lekkage op de vloer
weer.
- “
Aan de scharnierkast staat het kozijn 8 mm naar binnen en aan de sluitzijde 6 mm t. o. v.
de loodlijn.
- “
Doordat het kozijn is vervorm geworden door scheefstand van de woning is door de
aannemer gekozen om glaszijde de dorpels van het raamhout wel haaks te maken.
Hierdoor ontstaat er onder en bovendorpels van het raamhout wat niet met de
opdrachtgevers is besproken laat staan is goedgekeurd.
- “
Espagnolet zit naast de lat van de tongnaald en hoort hierop gemonteerd te zijn.
- “
Schade aan verf doordat het nog niet droog was tijdens het sluiten.
Souterrain
- “
Hekwerk op vloerniveau beter vastzetten d.m.v. een klem onder de leuning. Tevens
kunnen de vingers dan niet meer tussen de leuningen en de muur klem komen te zitten.
Net als elders in de woning had het spiegelstuk t.p.v. de vloer gecontramald moeten
worden rond de trapleuning (...)
3.7.
Daarna heeft [eiser] aan [gedaagde] gevraagd om bovengenoemde gebreken te herstellen en hiervoor een plan van aanpak aan te leveren. [gedaagde] heeft daarop [eiser] laten weten alleen bepaalde door hem erkende gebreken te willen herstellen, volgens een bijgeleverd plan van aanpak met de te verwachten tijdsbesteding. [eiser] heeft [gedaagde] bericht dat dit plan van aanpak voor haar niet volstaat, omdat de tijdsbesteding niet reëel is. Verdere correspondentie tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid.
3.8.
Op 6 maart 2025 heeft [eiser] [gedaagde] gevraagd om te erkennen dat alle in het deskundigenrapport genoemde gebreken aanwezig zijn, het herstel van die gebreken binnen vier weken uit te voeren en hem voor de start een planning van de uit te voeren werkzaamheden te verstrekken. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd.
3.9.
Op 19 juni 2025 heeft [gedaagde] met een verzamelfactuur van € 18.556,12 de nog openstaande posten bij [eiser] in rekening gebracht.
3.10.
[eiser] heeft deze factuur onbetaald gelaten en in totaal € 338.426,60 aan [gedaagde] betaald voor alle werkzaamheden.

4.Het geschil

In conventie:

4.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank [gedaagde] veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van schadevergoeding van € 206.171,90, vermeerderd met rente vanaf dagvaarding, met € 2.178,00 aan vergoeding voor het deskundigenrapport, vermeerderd met rente en € 2.805,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente, en veroordeling in de proceskosten, ook met rente.
4.2.
[gedaagde] wil dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de proceskosten in conventie.
In reconventie:
4.3.
[gedaagde] vordert dat de rechtbank [eiser] veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 24.869,68, vermeerderd met rente vanaf 2 juli 2025, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
4.4.
[eiser] wil dat de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten in reconventie, met rente.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.

5.De beoordeling

In conventie:

5.1.
[gedaagde] voert aan dat zij de gevorderde schade niet hoeft te vergoeden, omdat haar niet op een juiste manier de kans is gegeven om de gebreken te herstellen. Zij verkeerde daarom niet in verzuim, zodat de vordering om die reden moet worden afgewezen. De rechtbank zal hier eerst op ingaan en daarna de door [eiser] gestelde gebreken en de hiermee verband houdende schadeposten beoordelen.
[gedaagde] heeft niet gereageerd op de laatste ingebrekestelling en verkeerde in verzuim
5.2.
[eiser] stelt dat het verzuim van [gedaagde] is ingetreden omdat zij geen gevolg heeft gegeven aan de ingebrekestelling van 6 maart 2025. Volgens [gedaagde] is geen sprake van verzuim, zij voert hiervoor het volgende aan. [eiser] heeft haar geen gelegenheid gegeven de gebreken te herstellen. Ook kan het verzuim niet zijn ingetreden omdat [gedaagde] vanaf 9 april 2024 heeft aangegeven de door haar erkende gebreken te willen herstellen en daarvoor ook een plan van aanpak heeft aangeleverd. [eiser] was het ten onrechte niet eens met dit plan van aanpak, dit plan is immers vormvrij en het is niet aan [eiser] als opdrachtgever om hieraan eisen te mogen stellen. Ook heeft [eiser] in de correspondentie voor 6 maart 2025 aangekondigd zijn nakomingsvordering om te zullen zetten in een schadevergoeding (artikel 6:87 BW Pro). [eiser] kon in die laatste brief daarom geen nakoming meer vorderen en om herstel vragen. Daarnaast voldoet de ingebrekestelling van
6 maart 2025 niet aan de daarvoor geldende eisen en kon [gedaagde] hieraan geen gevolg geven omdat zij het niet eens was met alle gebreken in het deskundigenrapport.
5.3.
De rechtbank oordeelt dat het verzuim van [gedaagde] is ingetreden na verloop van de door [eiser] op 6 maart 2025 gestelde termijn. [eiser] heeft op 6 maart 2025 [gedaagde] de gelegenheid gegeven de gebreken binnen vier weken te herstellen en gevraagd hem een week voor de start van de herstelwerkzaamheden een planning te verstrekken (zie 3.8.). Op deze ingebrekestelling heeft [gedaagde] niet gereageerd. [gedaagde] heeft in haar conclusie van antwoord aangegeven dat zij na ontvangst van het bericht van 6 maart 2025 ervoor heeft gekozen de dagvaarding af te wachten. Met die keuze is het standpunt van [gedaagde] dat zij geen gelegenheid heeft gekregen voor herstel niet verenigbaar. De rechtbank volgt [gedaagde] niet in haar stelling dat de ingebrekestelling van 6 maart 2025 geen werking zou hebben, omdat partijen het daarvoor niet eens werden over de gebreken en het plan van aanpak, en [eiser] had aangekondigd dat hij mogelijk zijn nakomingsvordering zou omzetten. [eiser] vroeg [gedaagde] op 6 maart 2025 om herstel van de gebreken binnen vier weken, zonder dat daarbij gevraagd werd om een plan van aanpak. Van een mededeling die [gedaagde] als omzettingsverklaring mocht begrijpen, is verder niet gebleken. Dat [eiser] het recht daartoe voorbehield in eerdere brieven, is niet hetzelfde als een mededeling dat hij zijn vordering omzet. De ingebrekestelling van 6 maart 2025 voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de daarvoor geldende eisen. Omdat [gedaagde] hier niet op heeft gereageerd, is op grond van artikel 6:82 BW Pro het verzuim ingetreden. Dat [eiser] in de ingebrekestelling vroeg om erkenning van de gebreken terwijl [gedaagde] het niet met alle door [eiser] genoemde gebreken eens was, maakt dit niet anders. In deze vraag om erkenning ligt namelijk de wens van [eiser] voor herstel van de gebreken in het werk besloten. Of hij hier terecht om vroeg, is een vraag die hierna ter beoordeling voorligt bij de vaststelling van de gebreken.
5.4.
Dit betekent dat [gedaagde] door het ongebruikt laten van de door [eiser] in de ingebrekestelling van 6 maart 2025 gestelde termijn van vier weken in verzuim is geraakt en gehouden is tot schadevergoeding in het geval sprake is van gebreken in het werk.
Gebreken komen met deskundigenrapport voldoende vast te staan, behalve espagnoletten openslaande deuren
5.5.
[eiser] stelt dat sprake is van diverse gebreken in het werk. Deze heeft [eiser] toegelicht in de dagvaarding en onderbouwd met het deskundigenrapport (zie 3.6.). [gedaagde] betwist deze gebreken. [gedaagde] voert aan dat zij niet betrokken is geweest bij de inspectie door de deskundige. Daarom is het deskundigenrapport volgens haar niet onafhankelijk en daarmee onbruikbaar. [gedaagde] vindt dat de deskundige geen rekening heeft gehouden met de afspraak tussen partijen, dat alles zoveel mogelijk in de monumentale stijl van de woning met bouwjaar 1910 zou worden gemaakt. Daarmee zijn volgens haar bepaalde moderne normen zoals de KVT uit het Bouwbesluit niet van toepassing en levert een hiervan afwijkende uitvoering geen gebrek op. Ook zijn kozijnen op verzoek van [eiser] of in overleg met hem op een bepaalde manier geplaatst en kan hij niet achteraf hierover klagen. Concreet heeft [gedaagde] hiervoor verwezen naar de espagnoletten op de openslaande deuren van de tweede verdieping die, in overleg met [eiser] , niet precies in het midden zijn geplaatst voor een minder zwakke bevestiging.
5.6.
De rechtbank oordeelt dat [eiser] , behalve voor het punt van de espagnoletten op de openslaande deuren, met het deskundigenrapport de gebreken in het werk van [gedaagde] voldoende gemotiveerd heeft onderbouwd. In het deskundigenrapport wordt met een technische onderbouwing toegelicht wat gebrekkig is en wat de reden daarvoor is. De gebreken in het werk zijn door de deskundige voldoende inzichtelijk en voldoende deugdelijk gemotiveerd om de conclusies te kunnen overnemen. Dat [gedaagde] niet betrokken is bij de inspectie en niet heeft mogen reageren op de inhoud van het deskundigenrapport, betekent niet dat [eiser] zijn standpunten hiermee niet kan onderbouwen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om de gebreken in het deskundigenrapport gemotiveerd te weerspreken, zelf of zo nodig door een andere deskundige. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. Zij is in haar conclusie van antwoord, behalve waar het gaat om de espagnoletten voor de openslaande deuren, niet concreet ingegaan op de in het deskundigenrapport genoemde gebreken en heeft dit ook tijdens de zitting niet gedaan. [gedaagde] heeft slechts in zijn algemeenheid naar voren gebracht de deskundige onterecht uitgaat van bepaalde vereisten van Bouwbesluit, maar niet is komen vast te staan dat partijen hebben afgesproken daarvan af te wijken. Weliswaar hebben zij afgesproken dat één en ander zoveel mogelijk in oorspronkelijke bouwstijl van de woning zou worden uitgevoerd, maar daarmee kan niet worden gezegd dat het [gedaagde] vervolgens vrijstaat om op alle onderdelen af te wijken van het Bouwbesluit. Bovendien volgt uit het deskundigenrapport niet dat de werkzaamheden alleen of vooral gebrekkig zijn omdat niet aan (de KVT uit) het Bouwbesluit wordt voldaan. De gebreken in het deskundigenrapport zien namelijk grotendeels op scheefplaatsing en een onjuiste afwerking (zie 3.6.). Zoals hiervoor is overwogen, kan de rechtbank echter niet vaststellen dat de espagnoletten bij de openslaande deuren aan de achterzijde onjuist zijn geplaatst. [gedaagde] heeft dit gemotiveerd betwist. Volgens haar is met [eiser] uitdrukkelijk afgesproken dat die espagnoletten iets naast het midden van de holle staande (passieve) deur zouden worden gemonteerd voor een minder zwakke bevestiging door het gebruik van langere schroeven. [eiser] heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Daarmee is er voor dit punt geen sprake van een gebrek in het werk.
5.7.
Dit betekent dat, behalve voor de espagnoletten in de openslaande deuren op de tweede verdieping, voldoende is gebleken van de gebreken in het werk van [gedaagde] die zijn vermeld in het deskundigenrapport.
Toegewezen schade lager dan in het rapport begroot
5.8.
[eiser] heeft voor de hoogte van de gevorderde schade verwezen naar de opstelling in het deskundigenrapport. De deskundige heeft de herstelkosten begroot op € 206.171,90 inclusief btw. [gedaagde] betwist de hoogte van de schade. In zijn algemeenheid heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat de bedragen voor herstel in het deskundigenrapport te hoog zijn omdat [gedaagde] een lager uurtarief hanteert en het werk ook sneller kan uitvoeren. Deze enkele stelling van [gedaagde] is onvoldoende voor gemotiveerde betwisting van de bedragen in het deskundigenrapport. Het had op zijn weg gelegen om inzichtelijk te maken waarom minder uren nodig zijn voor de werkzaamheden en waarom de door de deskundige gehanteerde tarieven niet marktconform zijn. Concreet heeft [gedaagde] nog wel aangevoerd dat in de opstelling:
- de post ‘tijdelijke opslag meubilair’, twee in plaats van één keer is opgenomen,
- de kosten van € 1.750,00 voor aanslaglatten van kozijnen/ramen merk M niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat op verzoek van [eiser] voor dit kozijn geen tochtstrips met aanslaglatten zijn geplaatst voor de ventilatie vanwege de spouw tussen de binnen en buitenramen,
- de kosten van € 78.640,00 niet verschuldigd zijn, omdat ter plaatse kan worden hersteld.
5.9.
[eiser] heeft de dubbeltelling van de tijdelijke opslag van het meubilair niet weersproken, zodat [gedaagde] wordt gevolgd in haar standpunt dat deze kosten éénmaal verschuldigd zijn. Onder ‘diverse’ zijn deze kosten eerst voor € 3.000,00 opgenomen en daarna voor € 5.000,00. Er is verder niet toegelicht of het bedrag van € 3.000,00 of
€ 5.000,00 juist is, zodat laatstgenoemd bedrag niet voor vergoeding in aanmerking komt. Ook heeft [eiser] onvoldoende ingebracht tegen de gemotiveerde stelling van [gedaagde] dat de aanslaglatten voor € 1.750,00 (in de opstelling van de deskundige opgenomen onder achtergevel, M, aanslaglatten kozijnen/ramen aanpassen) niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat [eiser] ervoor heeft gekozen geen tochtstrips en aanslaglatten te plaatsen. Dit betekent dat deze herstelkosten niet toewijsbaar zijn.
5.10.
Voor de kosten van in totaal € 78.640,00 onderaan de opstelling geldt het volgende. De deskundige heeft hierover gerapporteerd: “
Indien de schuinte van de onderdorpel en het kalf van de kozijnmerken M&F niet ter plaatse kunnen worden aangepast zal het gehele kozijn vervangen moeten worden en kunnen we gerust de prijzen aanhouden welke zijn geoffreerd.” Volgens [gedaagde] kunnen de schuinte van de onderdorpel en het kalf van de kozijnmerken M&F ter plaatse worden aangepast en is vervanging van het kozijn niet nodig. [eiser] heeft tijdens de zitting gezegd dat de situatie inmiddels zo slecht is dat het gehele kozijn moet worden vervangen. [eiser] heeft dit niet onderbouwd met stukken en op dit punt geen bewijsaanbod gedaan. Omdat hij verder alleen het deskundigenrapport heeft ingebracht, waaruit volgt dat deze kosten voorwaardelijk zijn, is niet komen vast te staan dat het kozijn moet worden vervangen. De herstelkosten van € 78.640,00 worden dus afgewezen.
5.11.
Hiervoor is in 5.6. geoordeeld dat het gebrek aan de espagnoletten bij de openslaande deuren niet is komen vast te staan. De hiervoor begrote herstelkosten van
€ 1.050,00 (opgenomen in de opstelling onder achtergevel, AC, espagnolet verplaatsen, incl. sluitplaten) zijn daarom ook niet toewijsbaar.
[gedaagde] moet aan [eiser] een schadevergoeding van € 101.579,50 betalen
5.12.
Dit betekent dat voor de berekening van de hoogte van de door [gedaagde] te vergoeden schade op het totaal van de schadebegroting van de deskundige van € 170.390,00 exclusief btw in aftrek komt een totaalbedrag van € 86.440,00 (€ 5.000,00 + €1.750,00 +
€ 78.640,00 = € 1.050,00)). Daarmee is de vordering tot schadevergoeding toewijsbaar voor
€ 101.579,50 (€ 83.950,00 exclusief btw * 1,21). De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf de datum van de dagvaarding (7 mei 2025) wordt ook toegewezen.
De kosten van de deskundige en de buitengerechtelijke incassokosten
5.13.
[eiser] vordert vergoeding van de door hem betaalde kosten van de deskundige van € 2.178,00 op grond van artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW en buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 2.805,86. Omdat hiervoor is geoordeeld dat [gedaagde] een schadevergoeding moet betalen, is ook de vordering tot vergoeding van deskundigenkosten toewijsbaar. [eiser] heeft deze kosten moeten maken voor de vaststelling van zijn schade.
5.14.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar. Voldoende is gebleken dat [eiser] buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt voor de incasso van zijn vordering. Nu de vordering tot betaling van schadevergoeding (de hoofdsom) wordt toegewezen voor € 101.579,50, zijn de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar tot
€ 2.169,04. De gevorderde rente over de kosten van de deskundige en de buitengerechtelijke incassokosten vanaf twee weken na betekening van dit vonnis wordt ook toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten in conventie betalen
5.15.
[gedaagde] is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
2.723,00
- salaris advocaat
4.102,00
(2 punten × € 2.051,00
- tarief V)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
7.162,04
5.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie:
[eiser] is het bedrag van de verzamelfactuur aan [gedaagde] verschuldigd
5.17.
[gedaagde] vordert van [eiser] betaling van haar factuur van 19 juni 2025 van
€ 18.556,12. Voor de onderbouwing van dit bedrag heeft [gedaagde] verwezen naar de kostenopstelling van 2 maart 2024. [eiser] heeft alleen de daarin vermelde post van het glas in lood van € 6.978,00 betwist. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] haar gezegd dat de kosten van het glas-in-lood iets hoger dan € 4.000,00 zouden uitvallen, maar dat is wat anders dan de gevorderde ruim € 10.000,00. De rechtbank volgt hem daarin niet. Voor het glas in lood is een stelpost van € 4.000,00 opgenomen in de aannemingsovereenkomst. Uiteindelijk bedroegen de kosten € 10.978,00 volgens de factuur van [glasleverancier] . [gedaagde] heeft naar voren gebracht dat [eiser] zelf heeft gekozen voor ontspiegeld glas en dat met hem is besproken dat dit duurder is. Daarbij heeft [gedaagde] verwezen naar een schriftelijke verklaring van [glasleverancier] . De rechtbank maakt hieruit op dat de hogere kosten wel met [eiser] zijn besproken. Dit betekent dat [eiser] die kosten verschuldigd is. Omdat de overige posten door [eiser] niet zijn betwist, is de vordering van [gedaagde] tot betaling van de verzamelfactuur van € 18.556,13 toewijsbaar.
De kosten van het traphek zijn niet toewijsbaar
5.18.
[gedaagde] vordert daarnaast betaling van de factuur van € 5.761,00 van 29 januari 2025 voor het traphek. Volgens [gedaagde] zou hiervoor een stelpost van € 1.500,00 in de aannemingsovereenkomst zijn opgenomen. Omdat [eiser] een duurdere maatwerktrap wilde, heeft [gedaagde] de hogere kosten daarvoor met de factuur van 29 januari 2025 in rekening gebracht. [eiser] betwist dat voor het traphek een stelpost in de aannemingsovereenkomst is opgenomen. Hij heeft hiervoor verwezen naar de eerste aanvulling van die overeenkomst waarin het traphek is ondergebracht in een verzamelpost van € 44.460,00. Een standaard traphek was voor [eiser] ook niet logisch, omdat met [gedaagde] was afgesproken dat een hek zou worden gerealiseerd in de originele stijl van de woning, met Amsterdamse krul. De rechtbank oordeelt dat hiermee niet is komen vast te staan dat [gedaagde] voor het traphek een stelpost heeft opgenomen en dat [eiser] als meerwerk heeft gevraagd om een duurdere maatwerk traphek. [eiser] mocht ervan uitgaan dat de kosten voor het traphek waren opgenomen in de verzamelpost en hoefde geen rekening te houden met extra kosten. De andersluidende verklaring van [naam] , een werknemer van [gedaagde] zelf, is afgezet tegen de schriftelijke overeenkomst met verzamelpost onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Dit betekent dat de vordering van [gedaagde] tot betaling van € 5.671,00 door [eiser] wordt afgewezen.
[eiser] is de proceskosten in reconventie aan [gedaagde] verschuldigd
5.19.
[eiser] is in reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00 - tarief III)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.861,00
In conventie en in reconventie:
5.20.
In de conclusie van antwoord in reconventie heeft [eiser] een beroep gedaan op verrekening van de reconventionele vordering met haar schadevordering in conventie. [gedaagde] heeft hier verder geen verweer tegen gevoerd. Nu een deel van de vorderingen in reconventie onder nummer 5.17 is toegewezen, zal deze vordering op de hierna bepaalde wijze in mindering worden gebracht op de onder nummer 5.12 toegewezen schadevordering in conventie.

6.De beslissing

De rechtbank
In conventie en in reconventie:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 101.579,50 aan [eiser] , vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 7 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
6.2.
bepaalt dat [gedaagde] het hiervoor in 6.1. genoemde bedrag mag verminderen met het in reconventie onder nummer 5.17 toegewezen bedrag van € 18.556,13,
6.3.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
In conventie:
6.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 2.178,00 aan kosten van de deskundige, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf twee weken na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 2.169,04 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf twee weken na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
6.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 7.162,04 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
In reconventie:
6.10.
veroordeelt [eiser] tot betaling van € 1.861,00 aan proceskosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.11.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
6.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.