Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maandenmet bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht.
6 (zes) maanden, van
deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later iets anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
bijzondere voorwaarden:
€ 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (19 juli 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag.
verplichtingop om ten behoeve van [benadeelde partij]
aan de Staat € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (19 juli 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
72 (tweeënzeventig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.