ECLI:NL:RBAMS:2026:1632

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11838467 WM VERZ 25-13108
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen sanctie voor negeren rood verkeerslicht

Betrokkene is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 19 mei 2024 te Amsterdam. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment tegen haar wil werd bestuurd door een ander, maar heeft dit niet onderbouwd met bewijsstukken zoals een aangifte bij de politie.

De rechtbank overweegt dat de feitelijke gedraging niet ter discussie staat en dat de sanctie terecht is opgelegd aan de kentekenhouder, zoals bepaald in artikel 5 Wahv Pro. Het verweer van betrokkene voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 8 Wahv Pro om aansprakelijkheid te ontlopen, omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voertuig tegen haar wil werd gebruikt en zij dit niet met bewijsstukken heeft ondersteund.

Daarom verklaart de kantonrechter het beroep ongegrond. Betrokkene is niet verschenen bij de zitting, maar de procedure is verder correct verlopen. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden indien de sanctie meer dan €110 bedraagt.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de sanctie wegens negeren van een rood verkeerslicht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.F. Kuiken
zaaknummer: 11838467 WM VERZ 25-13108
beslissing van: 29 januari 2026
func.: 462
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 29 januari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 18 juni 2024 en is gericht tegen de beslissing van 20 juni 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren [geboortedatum] 1995.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 31 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 29 januari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op 19 mei 2024 om 22:16 uur op de Stadhouderskade, S100/kruising Ferdinand Bolstraat (richting Mauritskade) te Amsterdam, niet is gestopt voor een rood licht bij een driekleurig verkeerslicht.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Betrokkene voert aan dat iemand anders betreffende voertuig bestuurde ten tijde van de overtreding. Haar auto werd tegen haar wil gebruikt.
4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Nu de boete is opgelegd op kenteken, is betrokkene aansprakelijk. Het verweer van betrokkene is erg kort en geeft geen aanleiding om een sanctie achterwege te laten. Verweerder verzoekt de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. De feitelijke gedraging staat niet ter discussie. Nu betrokkene niet betwist dat de gedraging is verricht kan, mede gelet op de verklaring van de verbalisant, die is opgenomen in het zaakoverzicht en de foto van de gedraging, als vaststaand worden aangenomen dat de gestelde gedraging is verricht. De sanctie is aldus niet onterecht opgelegd.
7. Ingevolge artikel 5 van Pro de Wahv wordt de sanctie opgelegd aan de kentekenhouder indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorvoertuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is. Hiervan is in het onderhavige geval sprake. De kentekenhouder is dan aansprakelijk voor de sanctie ongeacht de vraag wie het voertuig bestuurde of in welke staat het voertuig zich bevond.
8. Dit is op grond van artikel 8 Wahv Pro slechts anders wanneer betrokkene aannemelijk maakt dat tegen zijn of haar wil door een ander gebruikt is gemaakt van de auto en hij of zij dat gebruik redelijkerwijze niet heeft kunnen voorkomen, wanneer betrokkene een voor een termijn van maximaal drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorvoertuig was of wanneer betrokkene een vrijwaringbewijs of een verklaring overlegt waaruit blijkt dat hij of zij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het desbetreffende motorvoertuig. De in artikel 8 Wahv Pro genoemde omstandigheden doen zich hier niet voor, omdat betrokkene de stelling dat haar voertuig tegen haar wil is gebruikt onvoldoende heeft toegelicht en niet heeft onderbouwd met stukken, zoals bijvoorbeeld een aangifte bij de politie, zodat dit verweer onvoldoende aannemelijk is geworden.
9. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.