Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De kern van de zaak en de beslissing
2.De procedure
- het vonnis in incident van 1 mei 2024 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de zaak is verwezen naar deze rechtbank;
- de partiële conclusie van antwoord met producties van X Corp c.s.;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 16 april 2025 en de daarin vermelde stukken;
- de akte toelichting financieringsovereenkomst met producties van SDBN;
- de antwoordakte toelichting financieringsovereenkomst van X Corp c.s.
3.De feiten
- de MoPub Software Development Kit (
- de Gebruikersinterface, een online pagina waarmee de Publisher de werking van de MoPub-dienst kan configureren en kan zien hoeveel advertentieruimte hij verkoopt en welke prijzen hij daarvoor ontvangt;
- de Advertentieserver, een door MoPub aangeboden server, die (mede) op basis van de door de Publisher opgegeven voorkeuren bepaalt welke advertenties worden getoond.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Uit (…) onderzoek (…) blijkt dat invoering van een collectieve schadevergoedingsactie ook een effectieve en efficiënte methode kan zijn om strooischade te verhalen voor een groep gedupeerden (…). Strooischade is massaschade die voor elk van de benadeelden zo gering is, dat een individuele actie met het oog op de kosten daarvan niet loont.”
Ik geloof dat er vandaag nog geen bijdrage geleverd is waarin het woord “claimcultuur” niet terugkwam. En inderdaad, ook de SGP-fractie zegt dat we ervoor moeten waken dat we in een claimcultuur terechtkomen waarin elk klein punt tot een grote zaak wordt waaruit we financieel voordeel proberen te halen.”
Ik verwacht dat zeker niet. Integendeel, dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat organisaties die niet in het belang van gedupeerden handelen, straks geen collectieve actie kunnen instellen, waar dat nu nog wel kan. Elke belangenorganisatie die een collectieve actie wil starten, moet voortaan voldoen aan een aantal ontvankelijkheidseisen die beogen de niet serieuze of op eigen gewin gerichte organisaties buiten de deur te houden. (…)”
third party litigation funding’ [5] :
Op dit moment is “Third Party Litigation Funding” nog niet wijdverbreid in Nederland. Niettemin verwacht de regering dat dit fenomeen zich met name voor zal doen indien er sprake is van massaschade. Om die reden is er in het voorstel een balans gezocht tussen het garanderen van toegang tot de rechter en het voorkomen van een ongewenste claimcultuur. “Third Party Litigation Funding” kan namelijk enerzijds de toegang tot de rechter vergroten (…), anderzijds kan het leiden tot excessief procederen en de mogelijkheid dat gedupeerden zelf nauwelijks profiteren van de resultaten van een collectieve schadevergoedingsactie.
may not be allowed to claim compensation on a data subject’s behalf independently of the data subject’s mandate”. X Corp c.s. betogen dat, om een ongewenste claimcultuur te voorkomen, de Uniewetgever ervoor heeft gekozen belangenorganisaties wel toe te staan vorderingen tot schadevergoeding in te stellen, maar niet zonder daartoe strekkende opdracht van de betrokkene. X Corp c.s. hebben erop gewezen dat juist Nederland tijdens de behandeling in het Europese parlement heeft voorgesteld om in de considerans van de AVG tekst toe te voegen waarmee duidelijk werd gemaakt dat een belangenorganisatie geen recht zou hebben schadevergoeding te vorderen: “
NL had serious concerns with paragraph 1 because it feared that a system with class action like in the US would be introduced (…). NL therefore suggested, supported by BE and BG, to add ‘this body, organisation or association does not have the right to claim damages on his/her behalf, but mentioned that this text could go into a recital.”. [6] SDBN bestrijdt de uitleg die X Corp c.s. aan artikel 80 lid 2 AVG Pro geven. Die uitleg doet volgens haar afbreuk aan de inhoud en doelstellingen van de AVG.
(…) is eveneens van belang in hoeverre [de belangenorganisatie], gelet op haar achterban, als opkomend voor de groep gedupeerden kan worden gezien. Het gaat dan om de mate waarin een belangenorganisatie als representatief voor deze groep gedupeerden kan worden gezien. (…).”
Op voorhand moet duidelijk zijn dat [belangenorganisatie] kwantitatief voor een voldoende groot deel van de groep getroffen gedupeerden opkomt. Wat genoeg is, verschilt per geval en kan alleen bepaald worden in relatie tot het totaal aantal gedupeerden. Dit kan bijvoorbeeld worden getoetst (…) door middel van het aantal gedupeerden dat zich actief voor de vordering heeft aangemeld.”
TE KOOP’ staat onder meer het volgende:
consent solutionter beschikking stelde die de Publishers konden gebruiken om toestemming te vragen voor het gebruik van persoonsgegevens (die volgens X Corp c.s. aan de vereisten van de AVG voldeed), maar de Publishers vaak een zelf ontworpen consent-mechanisme gebruikten. In ieder geval de vier door SDBN in de dagvaarding als voorbeeld genoemde apps gebruikten, zoals X Corp c.s. hebben toegelicht en met screenshots van de toestemmingsschermen hebben geïllustreerd, een zelf ontworpen (en steeds verschillend) toestemmingsscherm. X Corp c.s. hebben dit in hun pleidooi als volgt samengevat: “
Kortom, of een volgens SDBN gestelde verwerking van persoonsgegevens überhaupt heeft plaatsgevonden en zo ja of die rechtmatig was, kan alleen per MoPub-app worden beoordeeld. Per app zal moeten worden beoordeeld hoe de MoPub-SDK was geconfigureerd en welke gegevens er werden verwerkt. Per app moet vervolgens worden beoordeeld hoe en wanneer de gebruiker om toestemming werd gevraagd, en of het privacybeleid van die app of publisher voldoende informatie bevatte”.
Dit is simpelweg niet te doen”) komt de rechtbank aannemelijk voor. Het valt dan ook niet in te zien hoe het met de WAMCA beoogde doel – het bevorderen van een efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling van massaschade – met deze procedure kan worden bereikt.
6.De beslissing
4 maart 2026voor akte uitlating van beide partijen over het voornemen van de rechtbank weergegeven onder 5.35,