Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
21 januari 2026.
mr. B. ter Steege, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
5.Het oordeel van de rechtbank
- het proces-verbaal ter terechtzitting van 21 januari 2026, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte met nummer 2025197106-8, p. 6-12 (inclusief fotobijlagen).
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van het feit
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen
10.De vordering van de benadeelde partij
lichamelijk letsel. De rechtbank houdt bij de bepaling van de schade er rekening mee dat de bewezenverklaring ziet op twee mishandelingen in de tenlastegelegde periode, en ziet hierin reden de schadevergoeding te matigen. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank tot een bedrag van € 1.000,- niet onrechtmatig of ongegrond voor, waarbij de rechtbank ook acht heeft geslagen op welke bedragen in vergelijkbare gevallen worden toegewezen. De vordering zal daarom (in zoverre) worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten op 7 augustus 2025.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
2 (twee) maanden.