ECLI:NL:RBAMS:2026:1468

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
775616 HA RK 25-315
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 3:303 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken voorlopige bewijsverrichtingen in geschil over nakoming vaststellingsovereenkomst

Egeria c.s. verzoekt de rechtbank om voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen, waaronder een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenonderzoek en inzage in gegevens, om bewijs te verzamelen dat Nyver c.s. het Kerstakkoord heeft geschonden. Dit betreft onder meer het niet tijdig uitschrijven van commissarissen, het niet terugleveren van belangen in Egeria-entiteiten, het starten van een kort gedingprocedure en het schenden van een tijdelijk concurrentiebeding.

De rechtbank oordeelt dat de feiten omtrent uitschrijving, teruglevering en kort geding niet betwist worden en daarom geen bewijslevering behoeven, waardoor het belang bij bewijsverrichtingen ontbreekt. Het vermoeden van schending van het concurrentiebeding is onvoldoende onderbouwd en kwalificeert als een verboden 'fishing expedition'.

Ten aanzien van de verplichting tot teruggeven of vernietigen van gegevens en stukken van Egeria c.s. verschillen partijen van mening over de uitleg van het Kerstakkoord. De rechtbank stelt vast dat deze interpretatiegeschillen niet in deze voorlopige bewijsprocedure kunnen worden opgelost en dat Egeria c.s. onvoldoende belang heeft bij de gevraagde bewijsverrichtingen.

De verzoeken worden daarom afgewezen. Egeria c.s. wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van Nyver c.s. ter hoogte van €2.209,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige bewijsverrichtingen worden afgewezen en Egeria c.s. wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/775616 / HA RK 25-315
Beschikking van 12 februari 2026
in de zaak van

1.EGERIA CAPITAL MANAGEMENT B.V.,2. EGERIA PRIVATE EQUITY FUND IV COÖPERATIEF U.A.,3. STAK EGERIA PRIVATE EQUITY FUND IV,4. EGERIA PRIVATE EQUITY FUND V COÖPERATIEF U.A.,5. STAK EGERIA PRIVATE EQUITY FUND V,

allen te Amsterdam,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: Egeria c.s. (eiseres onder 1 afzonderlijk: Egeria BV, eiseres onder 5 afzonderlijk: STAK V,)
advocaat: mr. T.R.B. De Greve,
tegen

1.NYVER CAPITAL MANAGEMENT B.V.,

te Amsterdam,
2.
[verweerder 2],
te [woonplaats 2] ,
3.
[verweerder 3],
te [woonplaats 3] ,
4.
[verweerder 4],
te [woonplaats 4] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: Nyver c.s. (verweerders onder 2 tot en met 4 gezamenlijk: [verweerders 2, 3 en 4] ),
advocaat: mr. J.H. Lemstra.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt, en de daarin genoemde processtukken,
- het eenstemmig rolbericht van 5 februari 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Egeria c.s. is onderdeel van een groep ondernemingen die zich bezighoudt met
private equity-investeringen.
2.2.
Ieder van [verweerders 2, 3 en 4] was in dienst bij Egeria BV. Het dienstverband is geëindigd per 1 april 2024 ( [verweerder 2] ) en 1 januari 2025 ( [verweerder 3] en [verweerder 4] ) op basis van (steeds) een eerder overeengekomen beëindigingsovereenkomst.
2.3.
Ieder van [verweerders 2, 3 en 4] behield na zijn vertrek bij Egeria BV belangen in andere Egeria-entiteiten, in de vorm van aandelen en certificaten.
2.4.
Nyver is een door [verweerders 2, 3 en 4] op 14 juni 2024 opgerichte
private equity-investeringsmaatschappij.
2.5.
Nyver c.s. heeft het tussenkantoor Asante Capital Group (hierna: Asante) ingezet voor de fondsenwerving van Nyver. Nyver c.s. heeft daarbij met Asante
track recordsvan Egeria c.s. gedeeld. Asante heeft pitchboeken aan geïnteresseerde beleggers verstrekt.
2.6.
Begin oktober 2024 is Egeria c.s. erachter gekomen dat [verweerder 2] Nyver heeft opgericht en dat [verweerder 4] en [verweerder 3] bij Nyver betrokken werden.
2.7.
Op 9 december 2024 heeft Egeria c.s. ten laste van Nyver c.s. conservatoir bewijsbeslag gelegd (hierna: het bewijsbeslag), omdat Egeria c.s. het vermoeden had dat Nyver c.s. bedrijfsinformatie van Egeria c.s. had gebruikt. Hierbij heeft IT-specialist DigiJuris kopieën gemaakt van onder andere (privé)gegevensdragers – zoals computers, laptops, telefoons – van Nyver c.s. De hierbij betrokken gerechtsdeurwaarders hebben processen-verbaal gemaakt van welke digitale gegevensdragers en berichtenapplicaties kopieën zijn gemaakt en wat aan fysieke stukken in beslag is genomen bij en is geretourneerd aan [verweerders 2, 3 en 4] DigiJuris heeft de inbeslaggenomen kopieën nog in bewaring.
2.8.
Eind december 2024 heeft Egeria c.s. een voorstel gemaild aan Nyver c.s. over de afwikkeling van de relatie, dat Nyver c.s. op 24 december 2024 heeft geaccepteerd (hierna: het Kerstakkoord). Deze afspraken zijn aan te merken als een vaststellingsovereenkomst. In het Kerstakkoord staat:
“(…) In het kader van de kerstgedachte is Egeria bereid het volgende eindvoorstel te doen, welk voorstel door de drie heren en Nyver gezamenlijk (…) geaccepteerd kan worden (…). Gelet op alles wat is gewisseld, moet duidelijk zijn dat dit het is.
1.
Bedrag: uitkoop van alle belangen van de drie heren tezamen voor een all-in bedrag van
EUR 16,5 miljoen. (…).
Partijen akkoord(…).
2.
Betaling: 75% bij ondertekening/levering (januari 2025), 25% op 1 juli 2026. De betalingen worden gedaan onder de voorwaarde dat de afspraken stipt en geheel worden nagekomen.
Partijen akkoord.
3.
Nyver: Nyver mag bij een deal verder met haar fundraise, maar niet eerder dan per 21 juni 2025 en onder de voorwaarde dat bij het eerste fonds geen bedrijven worden aangezocht met een genormaliseerde EBITDA van > EUR 12 miljoen zoals genoemd in het jaar van de aanbieding in het investmentsmemorandum, zoals gepresenteerd in de auction (bedrijven die
in een one-on-one omgeving na 21 juni 2025 worden gesourced vallen buiten deze definitie).
Partijen akkoord.
4. (…)
5.
Trackrecord: Egeria gaat in het kader van een totaaldeal akkoord met hetgeen is gepresenteerd (de door jou gisteren toegestuurde pdf bijlage) en niet meer dan dat. Hierbij moet duidelijk zijn dat dit niet conform afspraken en overeenkomsten is, maar dat een akkoord uitsluitend kan worden gegeven in het kader van volledige overeenstemming. In aanvulling moet bij alle case studies duidelijk worden vermeld dat dit deals onder de vlag van Egeria zijn geweest.
Partijen akkoord.
6. (…)
7. (…)
8. (…)
9.
Overig:
Beëindiging van de commissarissenposities van [verweerder 2] [
, de rb], [verweerder 3] [
, de rb] en [verweerder 4] [
, de rb] wordt zo snel mogelijk en uiterlijk op 28/12 aan Egeria en de betrokken entiteiten bevestigd en verder geformaliseerd.
Alle informatie en stukken van Egeria worden per ommegaand teruggegeven en – indien teruggave onmogelijk is – deugdelijk vernietigd en daarvan bewijs aan Egeria verstrekt.
Dit voorstel is één en ondeelbaar. Bij overeenstemming en vervolgens ook nakoming is geen inzage in de stukken nodig. Alle procedures e.d. worden gestopt. Finale kwijting over en weer. Iedere partij draagt eigen kosten, Egeria zal bij overeenstemming dus geen kosten gaan verhalen.
Partijen akkoord.
Ter zake de gevraagde verduidelijking geldt dat interne voorbereidingen voor 21 juni 2025 zijn toegestaan, maar dit dient wel echt uitsluitend intern te zijn (i.e., er wordt niet op enige wijze naar buiten getreden). Dit laatste betekent ook dat het voeren van gesprekken met bedrijven voor 21 juni 2025 niet acceptabel is.
10. (…)”
2.9.
[verweerders 2, 3 en 4] is in maart 2025 een kort geding-procedure gestart tegen Egeria BV en STAK V, met als doel betaling van tussentijdse uitkering van zijn certificaten verkrijgen en opheffing van het bewijsbeslag in DigiJuris. De kort geding-rechter heeft de gevraagde voorzieningen afgewezen.
2.10.
Nyver c.s. heeft IT-specialist Probatius opdracht gegeven om op diverse gegevensdragers van [verweerders 2, 3 en 4] te onderzoeken of [verweerders 2, 3 en 4] in het bezit is van Egeria-data. Probatius heeft in een rapport van 20 oktober 2025 geconcludeerd dat negentien unieke digitale bestanden zijn gevonden en dat deze zijn vernietigd.
2.11.
Nyver c.s. heeft bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig gemaakt, waarin hij, samengevat, nakoming van het Kerstakkoord van Egeria c.s. vordert. Die zaak is aangehouden totdat is beslist op de verzoeken in deze zaak.
2.12.
Ieder van [verweerders 2, 3 en 4] heeft ten overstaan van een notaris onder ede verklaard dat hij de (van de deurwaarder terugontvangen) stukken van Egeria c.s. heeft vernietigd en verder niet meer over digitale of fysieke stukken van Egeria c.s. beschikt.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Egeria c.s. verzoekt de rechtbank, samengevat om – op straffe van dwangsommen –drie bewijsverrichtingen te bevelen: een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenonderzoek en (primair) afschrift van of (subsidiair) inzage in bepaalde gegevens.
3.2.
Egeria c.s. wil met haar verzoeken bewijs verzamelen dat Nyver c.s. het Kerstakkoord op meerdere punten heeft geschonden, omdat Egeria c.s. overweegt om tegen Nyver c.s. (reconventionele) vorderingen in te stellen tot nakoming van het Kerstakkoord. Daarnaast wil Egeria c.s. zich kunnen verweren tegen de (inmiddels ingestelde) vorderingen van Nyver c.s. tot nakoming van het Kerstakkoord, onder meer door een beroep te doen op schuldeisersverzuim of opschorting. Egeria c.s. verzoekt een voorlopig getuigenverhoor om tien getuigen te horen over de uitvoering van Nyver c.s. van het Kerstakkoord, en wie wat wanneer heeft gedaan met informatie en fysieke stukken van Egeria c.s. Egeria c.s. wil daartoe horen: een bestuurslid van Asante, mr. Lemstra en mr. Wassenaar (de advocaten van Nyver c.s.), de twee gerechtsdeurwaarders die het bewijsbeslag bij [verweerder 3] en [verweerder 4] hebben gelegd, twee medewerkers van Probatius en [verweerders 2, 3 en 4] Daarnaast verzoekt Egeria c.s. om benoeming van een deskundige om onderzoek te doen in de gegevens die DigiJuris in bewaring heeft genomen, in alle gegevensdragers waarover Nyver c.s. beschikt en in de Probatius-systemen waar gegevens van Nyver c.s. naartoe zijn gekopieerd. Egeria c.s. wil op die manier inzichtelijk maken wat er met de gegevens van Egeria c.s. is gebeurd, en of Nyver c.s. heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van het Kerstakkoord om per ommegaande alle informatie en stukken van Egeria c.s. terug te geven of, indien niet mogelijk, deugdelijk te vernietigen. Tot slot verzoekt Egeria c.s. verstrekking van of (subsidiair) inzage in alle fysieke en digitale gegevens waarover Nyver c.s. direct of indirect beschikt en die van Egeria c.s. zijn of op enige wijze met Egeria c.s. te maken hebben.
3.3.
Nyver c.s. voert gemotiveerd verweer tegen de verzoeken. Volgens Nyver c.s. is voldaan aan alle wettelijke afwijzingsgronden. Nyver c.s. wil dat Egeria c.s. in de proceskosten wordt veroordeeld.

4.De beoordeling

conclusie: verzoeken worden afgewezen
4.1.
Een verzoek om één of meer voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen wijst de rechter op grond van artikel 196 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) in beginsel toe, mits het verzoek voldoende concreet is en betrekking heeft op feiten die relevant zijn voor de beoordeling van de zaak en met het onderzoek kunnen worden bewezen. Het verzoek kan dan alleen nog worden afgewezen als de verzoeker geen belang heeft bij het verzoek als bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Pro Wetboek (BW), als het verzoek in strijd is met de goede procesorde, als misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om dit middel te gebruiken of als andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen toewijzing van het verzoek.
4.2.
De rechtbank wijst de verzoeken af, omdat sprake is van meerdere wettelijke afwijzingsgronden. De rechtbank legt uit waarom aan de hand van de door Egeria c.s. gestelde verwijten richting Nyver c.s.
verwijten m.b.t. punt 1, 2 en 9 van het Kerstakkoord: uitschrijving commissaris, leveringsverplichting, starten procedure
4.3.
Egeria c.s. stelt dat Nyver c.s. in strijd met punt 1 en 2 van het Kerstakkoord heeft gehandeld, omdat [verweerder 2] zich pas ruim een maand na kerst als commissaris heeft uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel, terwijl de afspraak was om dat zo snel mogelijk te doen. Daarnaast heeft [verweerders 2, 3 en 4] zijn belangen in een Egeria-entiteit niet teruggeleverd. Ook stelt Egeria c.s. dat Nyver c.s. het Kerstakkoord heeft geschonden door een kort geding-procedure te starten, terwijl partijen hebben afgesproken alle procedures te stoppen.
4.4.
Terecht heeft Nyver c.s. aangevoerd dat de feiten die ten grondslag liggen aan deze verwijten, niet tussen partijen in geschil zijn. Het tijdstip van uitschrijving, het niet leveren van de belangen in een Egeria-entiteit en het voeren van een kort geding wordt door [verweerders 2, 3 en 4] niet betwist en behoeft dus ook geen bewijslevering. Daarmee ontbreekt het belang van Egeria c.s. bij haar verzoeken om voorlopige bewijsverrichtingen op deze punten.
verwijt m.b.t. punt 3 van het Kerstakkoord: concurrentiebeding
4.5.
Egeria c.s. stelt dat zij sterke vermoedens heeft dat Nyver c.s. zich niet aan het tijdelijke concurrentiebeding heeft gehouden bij het benaderen van klanten voor de fondsenwerving van Nyver (punt 3 van het Kerstakkoord).
4.6.
Egeria c.s. heeft haar vermoeden van schending van het concurrentiebeding niet (voldoende) onderbouwd. Daaruit volgt dat Egeria c.s. met haar verzochte bewijsverrichtingen erachter wil komen óf Nyver c.s. in strijd met het overeengekomen concurrentiebeding bedrijven heeft benaderd, terwijl enige concrete aanwijzing daartoe op dit moment kennelijk ontbreekt. Dat kwalificeert als een
fishing expeditionen daarvoor zijn de voorlopige bewijsverrichtingen van artikel 196 Rv Pro niet bedoeld.
verwijten m.b.t. punt 9 van het Kerstakkoord: teruggegeven/vernietigen gegevens Egeria c.s. tegen deugdelijk bewijs
4.7.
Volgens Egeria c.s. heeft Nyver c.s. punt 9 van het Kerstakkoord geschonden, omdat Nyver c.s. geen fysieke stukken aan Egeria heeft teruggeven, stukken van Egeria aan zijn advocaat en Asante heeft gegeven en niet duidelijk is wat hiermee vervolgens gebeurd is en geen deugdelijk bewijs verstrekt is van welke stukken van Egeria c.s. hij op enig moment middellijk of onmiddellijk in bezit had, wat daarmee is gebeurd en hoe deze zijn vernietigd.
4.8.
De rechtbank constateert dat partijen van mening verschillen over wat in het Kerstakkoord met de bepaling “
Alle informatie en stukken van Egeria worden per ommegaand teruggegeven en – indien teruggave onmogelijk is – deugdelijk vernietigd en daarvan bewijs aan Egeria verstrekt” is overeengekomen.
4.9.
Egeria c.s. legt deze bepaling zo uit dat Nyver c.s. (i) verplicht is alle informatie en stukken van Egeria c.s. die hij onder zich heeft terug te geven (althans te vernietigen) en (ii) moet achterhalen wat er met stukken en informatie van Egeria c.s. die Nyver c.s. op enig moment aan derden heeft verstrekt, is gebeurd (een zogenaamde
audit trail) en vervolgens die stukken en informatie – kort gezegd – moet terughalen en teruggeven aan Egeria althans
voor vernietiging moet (laten) zorgdragen. De overeengekomen deugdelijke vernietiging houdt volgens Egeria c.s. in dat Nyver c.s. bewijs moet leveren dat hij alle fysieke stukken van Egeria c.s. die hij middellijk of onmiddellijk in bezit heeft gehad, heeft vernietigd en dat alle digitale bestanden met betrekking tot Egeria c.s. die hij middellijk of onmiddellijk in bezit heeft gehad door overschrijving zijn vernietigd. De door Nyver c.s. bij de notaris afgelegde verklaringen, de processen-verbaal van inbeslagname en teruggave van DigiJuris en het onderzoek van Probatius, volstaan niet om aan die verplichtingen uit het Kerstakkoord te voldoen. Egeria c.s. wil daarom met haar verzoek tot voorlopige bewijsverrichtingen (uitvoerig) onderzoek (laten) doen naar (zoals zij stelt) “
wat er met de informatie en stukken van Egeria c.s. allemaal is gebeurd” en door een onafhankelijke deskundige door middel van een vergelijking met de gegevens onder het bewijsbeslag wordt vastgesteld dat Nyver c.s. aan zijn verplichting heeft voldaan.
4.10.
Op zijn beurt legt Nyver c.s. het Kerstakkoord zo uit dat de afspraak over teruggave of vernietiging alleen ziet op stukken van of informatie over Egeria c.s. die hij op dat moment zelf fysiek of digitaal onder zich had en niet op stukken die hij voorafgaand aan het Kerstakkoord met Asante en/of zijn advocaten heeft gedeeld. Bovendien is er met Asante slechts
track recordinformatie gedeeld, wat zowel onder de beëindigingsovereenkomsten als onder het Kerstakkoord onder punt 5 uitdrukkelijk was toegestaan. De fysieke en digitale stukken van en informatie over Egeria c.s. die Nyver c.s. ten tijde van het Kerstakkoord onder zich had, zijn allemaal vernietigd. Daarbij verwijst hij naar het rapport van Probatius en de afgiftebewijzen van de twee deurwaarders die het bewijsbeslag hebben gelegd, in combinatie met de verklaringen die [verweerders 2, 3 en 4] onder ede heeft afgelegd bij de notaris. Verder voert Nyver c.s. aan dat de eisen die Egeria c.s. nu stelt om aan “deugdelijke vernietiging” te kunnen voldoen, nooit zijn overeengekomen. Vergelijking met het bewijsbeslag is niet aan de orde omdat dat is gelegd twee weken voor het Kerstakkoord en dus niets zegt over wat Nyver c.s. bij het aangaan van de verplichting tot teruggave of vernietiging onder zich had en daarnaast is nooit gesproken over een verplichting tot het overschrijven van data of tot een verplichting tot het aanleveren van een rapportage door een deskundige.
4.11.
De rechtbank stelt vast dat de uitleg die partijen aan punt 9 van het Kerstakkoord geven, op essentiële punten varieert. Nu de door Egeria c.s. voorgestane ruime uitleg op basis van de summiere tekst onder punt 9 van het Kerstakkoord niet voorshands kan worden aangenomen, komt het – kort gezegd – met name neer op de over en weer kenbare bedoelingen van partijen en hoe zij die gelet op alle omstandigheden van het geval redelijkerwijs mochten begrijpen. Dit gaat het bestek van deze procedure tot voorlopige bewijsverrichtingen echter te buiten. Aangezien de door Egeria c.s. gestelde verplichtingen uit het Kerstakkoord over de informatie die aan derden is verstrekt (“middellijk bezit”) en de invulling van deugdelijk bewijs, onvoldoende vaststaan, heeft Egeria c.s. op dit moment ten aanzien van deze punten onvoldoende belang bij haar verzoeken.
4.12.
Dit geldt ook voor de verzoeken die zien op de vraag wat Nyver c.s. nu nog aan stukken of informatie van Egeria c.s. onder zich houdt. Egeria c.s. heeft onvoldoende onderbouwd welk belang zij heeft bij verder onderzoek hiernaar vanwege de conclusie van Probatius dat zij de aangetroffen bestanden heeft verwijderd en verder niets heeft aangetroffen én de beëdigde verklaringen van [verweerders 2, 3 en 4] dat hij de van de gerechtsdeurwaarders terugontvangen stukken heeft vernietigd en verder over niets meer beschikt. Hierbij geldt ook dat op dit moment niet voldoende vaststaat (i) vanaf welk moment Nyver c.s. tot teruggave of vernietiging gehouden was en daarmee evenmin de
relevantie van het bewijsbeslag dat Egeria c.s. in het onderzoek wenst te betrekken, (ii) of overschrijving van Egeria-data een verplichting is van Nyver c.s. en – hiermee samenhangend – waaraan een verslaglegging moet voldoen om als deugdelijk bewijs te kwalificeren. De kritiek die Egeria c.s. op de rapportages van de deurwaarders en Probatius uit, hangt hoofdzakelijk samen met haar uitleg van de overeenkomst die - zoals gezegd - nu nog niet voldoende vaststaat. Op dit moment ontbreekt het vereiste belang bij haar verzochte bewijsverrichtingen dus ook voor de overige verwijten die op punt 9 van het Kerstakkoord zijn gebaseerd.
4.13.
De slotsom is dat de verzoeken van Egeria c.s. worden afgewezen.
proceskosten
4.14.
Egeria c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten inclusief nakosten betalen. De proceskosten van Nyver c.s. worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal
2.209,00
4.15.
De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.16.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Wat de één betaalt hoeft de ander niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzochte af,
5.2.
veroordeelt Egeria c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Egeria c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Egeria c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. R. Hafith en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.