3.3.Het oordeel van de rechtbank
Wettelijk kader witwassen geldbedragen uit onbekend misdrijf
Voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder a en b van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen volgt dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Het is hiervoor voldoende dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een misdrijf, wel worden bewezen, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.
Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag. Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn.
Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van de verdachte blijkende alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit dit onderzoek zal voor een bewezenverklaring moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is.
Tegen de achtergrond van dit wettelijk kader wordt het volgende overwogen.
Het onderzoek Tunbridge is gestart naar aanleiding van een TCI-melding bij de FIOD in 2019, inhoudende dat verdachte geld zou witwassen voor criminelen door contante geldbedragen aan te nemen, deze te storten op zijn rekening en de bedragen middels leenovereenkomsten weer terug te storten. Hiervoor zou verdachte een vergoeding ontvangen. Daarnaast bleek uit onderzoek in de politiesystemen dat door banken en geldtransactiekantoren zeven contante geldstortingen door verdachte als ongebruikelijke transacties zijn gemeld en die later door de
Financial Intelligence Unitals verdacht zijn aangemerkt.
Naar aanleiding hiervan zijn de transactiegegevens van zowel de privébankrekening van verdachte als de bankrekeningen van de besloten vennootschappen waarvan verdachte (enig) aandeelhouder was over de periode van 1 december 2015 tot en met 13 december 2019 opgevraagd. Uit de gevorderde gegevens volgt dat er in deze periode een geldbedrag van in totaal € 1.310.365 aan contante gelden is gestort op de bankrekeningen die aan verdachte of aan hem gelieerde vennootschappen toebehoren.
Volgens de FIOD is sprake van meerdere witwastypologieën.Bij de contante stortingen gaat het immers om aanzienlijke bedragen, waarbij ook coupures van € 500 zijn gebruikt. Omdat het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich meebrengt en het gegeven dat coupures van € 500 in het normale betalingsverkeer zeldzaam zijn, is het hoogst ongebruikelijk dat een privépersoon dergelijke contante bedragen voorhanden heeft. Daarnaast volgt uit de aangiften inkomsten- en vennootschapsbelasting van verdachte over de jaren 2015 tot 2018 dat verdachte nauwelijks inkomsten heeft gehad die deze contante stortingen kunnen verklaren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden zonder meer een witwasvermoeden rechtvaardigen. Dit betekent dat van verdachte wordt verlangd dat hij een verklaring geeft dat deze bedragen niet uit misdrijf afkomstig zijn.
Verdachte heeft een aantal mogelijke verklaringen gegeven voor de herkomst van de geldbedragen. Voor zover relevant worden die verklaringen hieronder besproken.
-
Verkoop auto’s via Timed Cars B.V.
Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 18 januari 2020 verklaard dat hij via zijn onderneming Timed Cars B.V. samen met zijn zakenpartner [naam zakenpartner] tussen de 40 en 50 auto’s zou hebben verhandeld. Het grootste gedeelte van de betalingen zou contant hebben plaatsgevonden en door verdachte op de bankrekening van Timed Cars zijn gestort.
Naar aanleiding van de verklaring van verdachte heeft nader onderzoek plaatsgevonden.
Zo is een deel van de administratie van Timed Cars bij de accountant gevorderd, waaruit is gebleken dat er geen administratie is die ziet op de verkoop van auto’s.Ook in het pand waarin Timed Cars was gevestigd is door de verhuurder geen administratie aangetroffen.Verder verklaart de verhuurder dat er geen activiteiten plaatsvonden in het pand. De verhuurder verklaart wel eens een paar auto’s en een autotrailer te hebben gezien, maar hij kreeg niet de indruk dat de autovoorraad veel wisselde.
De rechtbank acht het gelet op deze omstandigheden niet aannemelijk dat de verkoop van de auto’s via Timed Cars de contante stortingen van ongeveer € 800.000 op de bankrekening van Timed Cars rechtvaardigt. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat verdachte op de zitting wisselend heeft verklaard ten aanzien van de verkoop van de auto’s via Timed Cars, namelijk dat hij juist geen auto’s heeft verhandeld met Timed Cars. Dit komt de geloofwaardigheid van zijn verklaringen niet ten goede.
-
Verkoop klassieke auto’s
Verder heeft verdachte verklaard in zijn verhoor bij de politie dat hij zijn privécollectie klassieke auto’s heeft verkocht tegen contante betaling. Ter onderbouwing van het standpunt van verdachte heeft de raadsman van verdachte voorafgaand aan de zitting een overzicht aan de rechtbank gestuurd met een opsomming van vijftien klassieke auto’s die verdachte tegen contant geld zou hebben verkocht.
Naar aanleiding van de verklaring van verdachte is nader onderzoek verricht. Hieruit is naar voren gekomen dat op de telefoon van verdachte afbeeldingen van vijftien Engelse kentekenbewijzen op naam van verdachte zijn aangetroffen.Deze kentekenbewijzen zijn echter geen bewijs van eigendom, maar houden in dat de tenaamgestelde verantwoordelijk is voor de verzekering en de belasting van de betreffende auto.Uit de administratie van verdachte volgt dat hij vermoedelijk drie auto’s heeft verkocht.De verkopen in Engelse ponden van deze auto’s (met een verkoopwaarde variërend van £ 2.500 tot £ 13.000) verklaren naar het oordeel van de rechtbank echter niet de contante stortingen in euro’s in Nederland. Bovendien hebben de transacties op basis van de in de facturen genoemde rekeningnummers niet contant, maar giraal plaatsgevonden.
Verder is de rechtbank van oordeel dat het door de raadsman verstuurde overzicht niet voldoende concreet en verifieerbaar is. Het is immers niet bekend aan wie of wanneer de auto’s zijn verkocht, omdat facturen ontbreken. Ook is ten aanzien van een groot gedeelte van de auto’s het kenteken niet bekend. Van het Openbaar Ministerie kan daarom niet worden gevergd dat naar deze verklaring over de herkomst van het geld nader onderzoek wordt verricht. Daarnaast geldt dat het overzicht pas op de dag voorafgaand aan de zitting is toegestuurd, terwijl dit veel eerder had gekund, waardoor nader onderzoek voorafgaand aan de zitting ook niet meer mogelijk zou zijn geweest.
De rechtbank acht het gelet op deze omstandigheden niet aannemelijk dat de verkoop van de collectie klassieke auto’s van verdachte de contante stortingen op zijn bankrekeningen rechtvaardigt.
-
Verkoop kunst en antiek
Tot slot heeft verdachte verklaard uit financiële noodzaak zijn waardevolle kunst- en boekencollectie te hebben verkocht. Uit een door de raadsman voorafgaand aan de zitting toegestuurd overzicht zou volgen dat de kunstcollectie een totale waarde had van € 419.000. Volgens de verklaring van verdachte zou de verkoop van zijn boekencollectie in 2016 en 2017 tussen de € 200.000 en € 300.000 hebben opgebracht. De waardevolle goederen zouden volgens verdachte veelal contant zijn verkocht, waarna het geld door hem op zijn bankrekening is gestort. Dit zou volgens verdachte een groot gedeelte van de contante stortingen op zijn bankrekeningen verklaren.
De rechtbank is van oordeel dat ook dit standpunt van de verdediging onvoldoende is onderbouwd. De verdediging heeft immers geen facturen of administratie overlegd waaruit op enige wijze valt vast te stellen dat delen van de kunst- en boekencollectie van verdachte daadwerkelijk, en voor de genoemde bedragen, zijn verkocht. De door verdachte, daags voor de zitting, overgelegde foto’s van enkele goederen en staatjes waarin de vermeende verkopen staan genoteerd, zijn daarvoor onvoldoende. Ook volgt uit navraag bij de verzekeraar van verdachte dat zijn inboedel in de periode van 2 december 2015 tot en met 2 december 2017 voor een bedrag van slechts € 37.000 verzekerd was, een bedrag dat niet in de buurt komt van de door verdachte genoemde waarde van zijn kunst- en boekencollectie.
De rechtbank acht het gelet op deze omstandigheden niet aannemelijk dat de verkoop van de kunst- en boekencollectie van verdachte de contante stortingen op zijn bankrekeningen rechtvaardigt.
Conclusie
Gelet op de conclusies van de rechtbank dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de door hem gestorte contante geldbedragen, is de rechtbank van oordeel dat deze geldbedragen middelijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte deze geldbedragen heeft witgewassen. Gezien de periode waarover de bewezen verklaarde witwashandelingen hebben plaatsgevonden en de frequentie waarmee dit gebeurde, is het witwassen naar het oordeel van de rechtbank bovendien te kwalificeren als gewoontewitwassen.
De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van het medeplegen daarvan, nu uit het procesdossier niet duidelijk volgt dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft gehandeld. De betrokkenheid bij het witwassen van de (rechts)personen aan wie verdachte geldbedragen heeft overgemaakt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet uit het enkel door hen ontvangen van deze bedragen.