ECLI:NL:RBAMS:2026:1406
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen paspoortsignalering wegens alimentatieschuld
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) heeft de minister verzocht om gegevens van verzoeker op te nemen in het Register paspoortsignaleringen vanwege een alimentatieschuld. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de signalering op te heffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond. Hoewel verzoeker stelt dat hij naar Suriname wil reizen om zijn zieke vader te ondersteunen, blijkt uit het overgelegde medische stuk niet dat er sprake is van een levensbedreigende situatie of een onomkeerbare situatie die onmiddellijke zorg vereist. Ook is niet onderbouwd waarom andere familieleden of bekenden niet kunnen zorgen.
Daarnaast is het besluit van het LBIO niet evident onrechtmatig. De alimentatievordering is gebaseerd op een gerechtelijke uitspraak uit 2010 en de betalingsachterstand is aanzienlijk. De civielrechtelijke gronden die verzoeker aanvoert zijn niet door de burgerlijke rechter aangevochten. Daarom is het treffen van de paspoortsignalering niet onrechtmatig.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de paspoortsignalering wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.