ECLI:NL:RBAMS:2026:1402
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-aanvraag wegens onvoldoende verzekeringsduur
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen, welke door de Sociale Verzekeringsbank is afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Amsterdam is het beroep ontvankelijk verklaard ondanks dat het na de beroepstermijn was ingediend, omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De rechtbank heeft beoordeeld dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij minimaal een jaar verzekerd is geweest voor de AOW. Verweerder heeft onderzoek gedaan bij pensioenfondsen en de gemeente, waaruit bleek dat eiser slechts van 6 oktober 1981 tot en met 13 mei 1982 verzekerd was, wat minder dan een jaar is.
Eiser heeft geen aanvullende stukken overgelegd die een langere verzekeringsperiode aantonen. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de aanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Eggink en griffier S.A. Adriaanse op 12 februari 2026. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de AOW-aanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende verzekeringsduur.