ECLI:NL:RBAMS:2026:1381

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
10723745 \ CV EXPL 23-13016
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:466 BWECLI:EU:C:2017:60
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens oneerlijk prijsbeding bij acute spoedopname medische behandeling

De zaak betreft een vordering van Stichting Sint Franciscus Groep tegen een gedaagde die op 6 augustus 2022 met een spoedverwijzing op de spoedeisende hulp is opgenomen. De eisende partij stelde dat de acute spoedopname het onmogelijk maakte om vooraf informatie te geven over de prijs van de medische behandeling, en dat de zorgplicht prevaleert.

De kantonrechter oordeelde dat hoewel de acute spoedopname het vooraf informeren over de prijs bemoeilijkte, dit niet betekent dat het prijsbeding per definitie eerlijk is. Zodra de medische toestand van de patiënt het toeliet, had de eisende partij alsnog informatie moeten verstrekken over de te verwachten kosten, ook al was dit slechts een benadering.

Omdat niet was gesteld of gebleken dat de eisende partij tijdig prijsinformatie had verstrekt na de spoedbehandeling, bleef het prijsbeding onder de gegeven omstandigheden oneerlijk en moest het buiten toepassing blijven. Het verzoek om de gevolgen van vernietiging van het beding te matigen op grond van redelijkheid en billijkheid werd afgewezen. De vordering werd afgewezen en de eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens een oneerlijk prijsbeding dat buiten toepassing blijft.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10723745 \ CV EXPL 23-13016
Vonnis van 9 januari 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING SINT FRANCISCUS [locatie] GROEP,
gevestigd te [plaats],
eisende partij,
gemachtigde: Houwelingen & Partners ([plaats]),
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 november 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de oneerlijkheid van het prijsbeding en het beding in de algemene voorwaarden over proceskosten en de gevolgen van het buiten toepassing laten van die bedingen.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd, kort gezegd, dat gedaagde partij op 6 augustus 2022 met een spoedverwijzing op de spoedeisende hulp is binnengekomen. Het betrof dus een acute spoedopname. Gedaagde partij bevond zich in een staat waar direct medische hulp vereist was. Die hulpvraag staat dan voorop. De zorgplicht van eisende partij prevaleert, zie artikel 7:466 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Het was feitelijk onmogelijk om gedaagde partij op het acute moment te informeren over de prijs. Bovendien is de onmogelijkheid om de prijs vooraf exact te bepalen inherent aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Volledige afwijzing van de hoofdvordering is niet proportioneel en verstoort het evenwicht. Eisende partij verzoekt daarom de gevolgen van vernietiging van het prijsbeding te matigen op grond van de redelijkheid en billijkheid.
2.3.
De nadere toelichting van eisende partij geeft geen aanleiding af te wijken van het tussenvonnis. Weliswaar wegen de omstandigheden waaronder de medische behandeling is aangevangen – die tot de laatste akte door eisende partij niet waren gesteld – mee bij de beoordeling, maar eisende partij heeft onvoldoende gemotiveerd toegelicht dat en wanneer zij de informatie over de prijs aan gedaagde partij heeft verstrekt, anders dan pas weken na de eerste opname bij het versturen van de factuur. Dat informatieverstrekking over de prijs niet mogelijk was vanwege een acute spoedopname, wil de kantonrechter aannemen en betekent op zichzelf ook niet dat een prijsbeding om die reden oneerlijk is, maar van belang is dat zodra de medische toestand van gedaagde partij dat toeliet, alsnog moet worden geïnformeerd over de kosten van de medische behandeling. Dat hoeft geen exact totaalbedrag te zijn, maar alle informatie over de te verwachten prijs waarover eisende partij beschikt moet worden verstrekt. Een inschatting bij benadering kan in bepaalde gevallen dus voldoende zijn. Nu niet is gesteld en ook niet is gebleken dat eisende partij, zodra de medische toestand van gedaagde partij dat toeliet, direct na de spoedbehandeling informatie heeft verstrekt over de (bij benadering te verwachten) prijs, zeker gelet op de omstandigheid dat gedaagde partij onverzekerd was, blijft de kantonrechter bij het oordeel dat het prijsbeding onder de gegeven omstandigheden oneerlijk is en om die reden buiten toepassing moet blijven.
2.4.
Aan het verzoek van eisende partij om de gevolgen daarvan te matigen op grond van de redelijkheid en billijkheid kan niet worden voldaan, omdat dit niet toegestane herziening van het beding tot gevolg heeft. Als een beding oneerlijk is, moet het in zijn geheel buiten toepassing blijven. Verwezen wordt naar zaak ECLI:EU:C:2017:60,
Banco Primus,punt 71, en de aldaar aangehaalde jurisprudentie. Met verwijzing naar overwegingen 2.7 t/m 2.10 van het tussenvonnis van 7 november 2025, leidt het voorgaande tot afwijzing van de vordering.
2.5.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.
991