ECLI:NL:RBAMS:2026:1380

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11596238 \ CV EXPL 25-4396
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing over proceskostenbeding in consumentenhuurzaak in afwachting Hoge Raad

In deze civiele procedure tussen DE NEDERLANDSE KLUIS B.V. en een gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats, heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of bepaalde bedingen in de algemene voorwaarden van eisende partij oneerlijk zijn. Het betrof bedingen over huurprijswijziging, buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke kosten.

De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis dat het beding over gerechtelijke kosten oneerlijk is omdat het de mogelijkheid biedt om alle gerechtelijke kosten bij de consument in rekening te brengen. Eisende partij kon zich niet verenigen met dit oordeel en verwees naar een lopende zaak bij de Hoge Raad.

De kantonrechter besloot de beslissing over de proceskosten aan te houden voor zes maanden, in afwachting van een prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding. De overige vorderingen worden niet in een deelvonnis behandeld; de beslissing volgt integraal na het arrest van de Hoge Raad.

De zaak is verwezen naar een rolzitting op 28 januari 2027, waar eisende partij een nadere aanhouding kan verzoeken of een vervroegde behandeling kan vragen als het arrest eerder wordt gewezen. Alle beslissingen blijven aangehouden totdat het arrest is gewezen.

Uitkomst: Beslissing over proceskostenbeding wordt aangehouden in afwachting van arrest Hoge Raad.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11596238 \ CV EXPL 25-4396
Vonnis van 22 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE NEDERLANDSE KLUIS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Agin Timmermans,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 november 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter tot ambtshalve vernietiging van bedingen in de algemene voorwaarden van eisende partij over de huurprijswijziging, buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke kosten.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd zich met betrekking tot het beding over buitengerechtelijke incassokosten en huurprijswijziging te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Met betrekking tot het beding over gerechtelijke kosten kan eisende partij zich niet verenigen met het oordeel van de kantonrechter dat dit beding oneerlijk is. Het beding bepaalt volgens eisende partij niet dat
allegerechtelijke kosten in rekening kunnen worden gebracht, zoals in de zaak die bij de Hoge Raad voorlag, waarnaar de kantonrechter verwees.
2.3.
De kantonrechter blijft bij het oordeel als verwoord in het tussenvonnis. Dat het woordje ‘alle’ niet in het beding staat, betekent niet dat het in rekening brengen van alle gerechtelijke kosten niet mogelijk is. De ruime formulering van het beding maakt het mogelijk dat eisende partij alle door haar gemaakte gerechtelijke (incasso)kosten op grond van het beding bij de consument in rekening kan brengen, althans het beding sluit dit niet uit. Het beding is dan ook oneerlijk.
2.4.
Eisende partij heeft voor die situatie verzocht om aanhouding van de beslissing over de proceskosten, vooralsnog voor een periode van zes maanden, in afwachting van een antwoord van het Hof van Justitie op de gestelde prejudiciële vragen. Met betrekking tot de vorderingen waarover wel beslist kan worden, verzoekt eisende partij om hier middels een deelvonnis wel al een beslissing over te nemen.
2.5.
Tegen de verzochte aanhouding ziet de kantonrechter geen bezwaren, zodat de zaak zal worden aangehouden. Naar vast beleid wordt echter géén deelvonnis gewezen, in die zin dat op een deel van de vordering wordt beslist, maar slechts de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden. De beslissing op de gehele vordering zal volgen nadat de Hoge Raad arrest heeft gewezen over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding.
2.6.
Uit praktische overwegingen verwijst de kantonrechter de zaak naar de na te melden rolzitting voor het nemen van een akte door eisende partij. Op deze roldatum kan eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen. Als de Hoge Raad eerder arrest wijst, kan eisende partij een verzoek doen de zaak op een vervroegde roldatum te plaatsen.
2.7.
Als eisende partij eerder een beslissing wenst, dan kan zij dat laten weten. Wel wordt, zoals hiervoor al vermeld, uitsluitend op de gehele vordering beslist.
2.8.
Iedere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
donderdag 28 januari 2027 om 10.00 uurvoor akte uitlating door eisende partij,
3.2.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
991