ECLI:NL:RBAMS:2026:1320

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
12044646 \ CV FORM 26-154
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 3 EPGV-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om toepassing Europese procedure voor geringe vorderingen afgewezen wegens niet-EU woonplaats eiser

In deze zaak heeft de eiser, woonachtig in Canada, een vordering ingesteld tegen Easyjet op grond van de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar dat de EPGV-Verordening alleen van toepassing is op grensoverschrijdende zaken waarbij ten minste één partij in een EU-lidstaat woont.

Omdat de eiser in Canada woont, een niet-EU land, valt de zaak buiten het toepassingsgebied van de EPGV-Verordening. De kantonrechter wijst erop dat de verordening bedoeld is ter bevordering van de interne markt binnen de EU en dat een beroep hierop niet mogelijk is als een partij buiten de EU woont.

De eiser wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op deze constatering en te kiezen tussen het intrekken van de vordering of het voortzetten van de procedure via een Nederlandse dagvaardingsprocedure. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan totdat de eiser heeft gereageerd.

Uitkomst: De procedure op grond van de EPGV-Verordening wordt niet toegewezen omdat de eiser buiten de EU woont; de eiser krijgt gelegenheid tot reactie en de beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12044646 \ CV FORM 26-154
Beschikking van 6 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [adres] (Canada),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
EASYJET,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Easyjet.

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] door middel van het Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV Pro-Verordening een vordering ingesteld, ontvangen op 7 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.2.
De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar
gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.
2.3.
[verzoeker] heeft zijn woonplaats in Canada. Dat land is geen lid van de Europese Unie. De EPGV-Verordening is bedoeld om de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te bevorderen. Als een partij niet woont of gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie kan geen beroep worden gedaan op de EPGV-Verordening.
2.4.
Omdat [verzoeker] niet woont in een lidstaat van de Europese Unie, wordt vooralsnog geoordeeld dat geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening.
2.5.
Artikel 4 lid 3 van Pro de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.
2.6.
Gelet op het voorgaande wordt [verzoeker] in de gelegenheid gesteld te reageren:
2.6.1.
op de omstandigheid dat hij woonplaats heeft in Canada, terwijl een vordering op grond van de EPGV-Verordening alleen mogelijk is als beide partijen hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie,
2.6.2.
of hij hierin aanleiding ziet de vordering in te trekken dan wel dat hij wenst dat de procedure wordt omgezet in een zogenoemde Nederlandse dagvaardingsprocedure. [verzoeker] zal dan contact moeten opnemen met een Nederlandse gerechtsdeurwaarder om de dagvaarding (de oproep) aan Easyjet te laten betekenen.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.6. is overwogen,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
33806