ECLI:NL:RBAMS:2026:1316

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11804705 \ EA VERZ 25-817
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 sub e BWArt. 7:669 lid 3 sub g BWArt. 7:669 lid 3 sub i BWArt. 7:671b lid 8 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst en toewijzing loonvorderingen werknemer

Lloyds Bank verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsrelatie en de combinatiegrond. De kantonrechter oordeelde dat het interne onderzoek naar de werknemer onvoldoende onafhankelijk en zorgvuldig was uitgevoerd, waardoor de inhoud van het rapport niet overtuigend was.

De werknemer heeft voldoende weerlegd dat zij bewust de interne sourcingregels heeft overtreden en dat zij toestemming had voor het gebruik van de digitale handtekening van haar leidinggevende. De kantonrechter concludeerde dat er geen redelijke grond was voor ontbinding en dat herstel van de arbeidsrelatie mogelijk is.

Daarnaast werd geoordeeld dat de werkgever de urenuitbreiding van de werknemer onterecht had teruggedraaid, waardoor de werknemer recht heeft op het salaris en pensioen over de overeengekomen 36-urige werkweek vanaf 1 januari 2023. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige salaris, pensioenbijstorting, een bijdrage in de juridische kosten en proceskosten.

De ontbindingsverzoeken van Lloyds Bank werden afgewezen, terwijl de loonvorderingen en kostenveroordelingen ten gunste van de werknemer werden toegewezen. De kantonrechter benadrukte het lange dienstverband en de bereidheid van de werknemer tot herstel van de arbeidsrelatie.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de loonvorderingen van de werknemer worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11804705 \ EA VERZ 25-817
Beschikking van27januari 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LLOYDS BANK GMBH,
gevestigd te Amsterdam,
verzoeker, hierna te noemen: Lloyds Bank,
gemachtigde: mr. B.A.J. van Leent,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster] ,
gemachtigden: mr. M. Hurks en [gemachtigde] .
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding. De nevenverzoeken van werknemer wijst de kantonrechter (deels) toe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van 22 juli 2025, waarbij door Lloyds Bank ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wordt verzocht;
- het verweerschrift van 28 oktober 2025, met producties;
- de aanvullende stukken van beide partijen van 3 en 4 november 2025;
- de mondelinge behandeling van 6 november 2025, waarbij beide partijen een toelichting hebben gegeven, mede aan de hand van een pleitnota. De bij de pleitnota aan de zijde van Lloyds Bank gevoegde bijlage 1 is geweigerd.
Aanwezig waren [verweerster] en haar gemachtigden en namens Lloyds Bank [naam 1] (verder [naam 1] ), [naam 2] en [naam 3] (verder: [naam 3] ), met mr S.A. Kampijon voor de gemachtigde. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
1.2.
De beschikking is nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Lloyds Bank is onderdeel van Lloyds Banking Group en is sinds 2019 samengevoegd met de Duitse tak van Lloyds Bank. [naam 1] is de [naam functie 1] van Lloyds Bank in Nederland, waar 220 van de 600 medewerkers van Lloyds Bank werkzaam zijn. Er is een Raad van Commissarissen (RvC).
2.2.
[verweerster] , geboren [geboortedatum] 1966, is sinds 1 maart 2008 in dienst bij (de rechts-voorgangster van) Lloyds Bank. Aan loon ontvangt [verweerster] thans € 6.601,34 bruto per maand exclusief emolumenten, voor een 32-urige werkweek. [verweerster] is in dienst getreden als [naam functie 2] en is sinds 2019 [naam functie 3] ; zij maakt deel uit van het MT in Nederland en werkt nauw samen met [naam 1] .
2.3.
In 2015 heeft [verweerster] de digitale handtekening van [naam 1] verkregen om te gebruiken voor [afdeling 1] -gerelateerde stukken, waar men [naam 1] niet mee hoefde lastig te vallen, zoals de individuele bonus-brieven voor het personeel of voor een goedgekeurde overeenkomst waar de wederpartij de handtekening van een bij de KvK ingeschreven bestuurder wenste.
2.4.
Om een vaste leverancier bij Lloyds Bank te worden, geldt een zogenoemde ‘sourcing-procedure’. Daarbij worden potentiële leveranciers door de afdeling [afdeling 2] gecontroleerd en bij goed bevinding worden de leveranciers opgenomen in het door de afdeling Sourcing beheerde registers van externe leveranciers.
2.5.
Per 1 juli 2021 is [verweerster] op verzoek van Lloyds Bank verantwoordelijk geworden voor het project [naam project] ( [naam project] ). Daarbij was het de bedoeling dat een nieuwe manier van werken (thuiswerken) werd geïntroduceerd en de omvang van het kantoor van Lloyds Bank in Nederland zou worden afgeschaald. [verweerster] kreeg een budget voor dit project van € 500.000,- en ze mocht een externe projectontwikkelaar inschakelen. Haar zelfstandige tekenbevoegdheid werd voor dit project uitgebreid tot GBP 2 miljoen. [naam 3] nam een deel van de taken over van [verweerster] en werd de persoonlijke assistent van [naam 1] .
2.6.
De arbeidsuren van [verweerster] gingen in verband met het [naam project] per 1 juli 2021 tot 1 januari 2023 tijdelijk van 32 uur naar 36 uur per week, met een evenredige verhoging van haar salaris. Afgesproken werd dat dit zou worden geëvalueerd in Q3 van 2022. Bij het evaluatiegesprek is besproken dat de urenuitbreiding van [verweerster] naar 36 uur permanent zou worden. Per whatsapp-bericht van 10 september 2022 heeft [naam 1] aan [verweerster] laten weten:
[…]Wij zijn één van de beste banking teams in Nederland door jouw inzet sinds vele jaren. Het spijt me dat ik mijn waardering niet heb laten blijken. Ik kan niet wachten totdat het nieuwe kantoor er is. Het wordt echt fantastisch; door jou. Als jij 36 of 40 uur wil werken, mag dat natuurlijk.[…]
2.7.
In het kader van het [naam project] is tussen [naam 1] en [verweerster] veelvuldig overleg gevoerd, over leveringen van diverse goederen, diensten en het inhuren van mensen. Daarbij zijn ook een levering telefooncellen en ‘hushunits’ (verder: de units) aan de orde gekomen, waarvan [naam 1] vreesde dat ze niet gebruikt zouden worden. Van deze “bila’s” werd doorgaans geen verslag gemaakt.
2.8.
In januari 2023 heeft [verweerster] het [naam project] afgerond; binnen de tijd en binnen het budget. Na de feestelijke opening op 12 januari 2023 heeft [verweerster] zorgverlof opgenomen; haar man kampte met een (dubbele) hernia.
2.9.
Tijdens het verlof van [verweerster] heeft [naam 1] op 2 februari 2023 vier op zijn naam gestelde facturen ontvangen van een voor hem onbekende leverancier. Uit navraag van [naam 1] bleek dat aan deze facturen levering en abonnementen van de units voor het nieuwe kantoor ten grondslag lag; het betrof goederen en diensten die in verband met de verbouwing werden geleased/aangeschaft. Dat geschiedde op basis van een overeenkomst, die digitaal met de handtekening van [naam 1] was ondertekend. [naam 1] kende de overeenkomst niet.
2.10.
[naam 1] heeft de facturen doorgestuurd naar de afdeling [afdeling 2] met de mededeling dat hij externe fraude vermoedde. [naam 1] heeft de facturen niet eerst met de toen afwezige [verweerster] besproken. De leverancier van de units bleek niet te zijn opgenomen in het register van de (goedgekeurde) externe leveranciers van Lloyds Bank.
2.11.
Na terugkomst op kantoor heeft [verweerster] op 7 februari 2023 [naam 1] bericht:
Ik begreep […] dat er, ivm afwezigheid vorige week, rekeningen bij jou terecht zijn gekomen vanuit De Lage Landen. Dat zijn de eerste rekeningen van de 2 hush units en 2 phone booths die geplaatst zijn in het kantoor. Ipv aanschaf hebben we ivm flexibiliteit gekozen voor lease, zodat we ze ook weer terug kunnen sturen, mochten ze niet gebruikt worden. […] We zullen vragen of ze de contactpersoon aanpassen naar ons, anders komt het elke maand bij jou terecht. Excuses hiervoor!
2.12.
Bij e-mail van 13 februari 2023 heeft [naam 1] hierop gereageerd en [verweerster] (met cc naar [naam 3] ) als volgt bericht:
Hi [verweerster] ,Kunnen we dit even bespreken want het lijkt erop dat er wat regels niet gevolgd zijn?[naam 3][ [naam 3] , Ktr]
, kun jij call van 15 min inplannen voor ergens einde week.
2.13.
Op 21 februari 2023 heeft een (telefonisch) gesprek van 15 minuten tussen [naam 1] en [verweerster] plaatsgevonden. Volgens [naam 1] had de afdeling [afdeling 2] verder onderzoek verricht naar de overeenkomst met de bewuste leverancier (De Lage Landen) en het gebruik van de digitale handtekening van [naam 1] onder de overeenkomst. In het gesprek heeft [naam 1] [verweerster] aangekondigd dat er een formeel intern onderzoek zou gaan plaatsvinden naar de feiten en omstandigheden met betrekking tot signalen dat [verweerster] mogelijk op ongeoorloofde wijze één of meer stukken en overeenkomsten namens Lloyds Bank had ondertekend.
2.14.
Aansluitend aan het gesprek heeft [verweerster] zich ziek gemeld. Op 22 februari 2023 is [verweerster] afgesloten van alle interne systemen bij Lloyds Bank.
2.15.
Op 16 maart 2023 heeft [naam 1] [verweerster] een schriftelijke samenvatting van het telefoongesprek van 21 februari 2023 gegeven, waarop [verweerster] op 28 maart 2023 inhoudelijk heeft gereageerd.
2.16.
Op enig moment in februari of maart 2023 is het formele interne onderzoek naar het handelen van [verweerster] gestart. Het onderzoek omvatte eerst twee vragen en gaandeweg (in juni 2023) is er een derde vraag aan toegevoegd. De eerste vraag betrof de naleving van de interne regels, de tweede het gebruik van de handtekening van [naam 1] en derde vraag was persoonsgericht naar [verweerster] , of zij als leidinggevende druk op de medewerkers had gelegd om de regels niet te volgen. Bij het tot stand komen van deze onderzoeksvragen is [verweerster] niet betrokken geweest; zij is daarover niet gehoord. Ook de signalen, aanleiding voor het persoonsgerichte onderzoek, zijn niet met [verweerster] gedeeld.
2.17.
Bij e-mail van 21 juli 2023 heeft [naam 1] [verweerster] onder meer bericht dat de RvC op basis van het (interne formele) onderzoek van mening was dat de verantwoordelijke medewerker niet langer binnen Lloyds Bank werkzaam mocht zijn. [verweerster] was toen nog niet door de onderzoekers gehoord en niet van de resultaten op de hoogte gesteld. Voorts stelt [naam 1] dat er een onderzoek door de Bundesbank is geweest, waarbij de indruk werd gewekt dat dit onderzoek was geïnitieerd door de handelwijze van [verweerster] . [verweerster] was van het onderzoek niet op de hoogte en is er niet bij betrokken.
De mail stelt verder:
“De belangrijkste bevindingen van het onderzoek staan hierboven samengevat. Wij zullen het onderzoek, wat persoonlijke en vertrouwelijke uitspraken van andere collega’s bevat niet met jouw delen.”
2.18.
Op 22 juli 2023 heeft Lloyds Bank [verweerster] bericht dat de urenuitbreiding van [verweerster] werd teruggedraaid per 1 januari 2023 en dat het teveel betaalde bedrag werd verrekend. [verweerster] heeft daartegen geprotesteerd.
2.19.
In juli 2023 is tussen partijen mediation opgestart. In verband met de fysieke conditie van [verweerster] is de mediation vervolgens onbepaalde tijd aangehouden. In april 2024 is de mediation voortgezet. Op 2 mei 2024 heeft [verweerster] een afschrift van het onderzoeksrapport (zonder bijlagen) mogen inzien.
2.20.
Het formele interne onderzoek is uitgevoerd door mw. [naam 4] , medewerker van de afdeling [afdeling 2] en ondergeschikte van het hoofd van die afdeling, dhr. [naam 5] , die zelf ook onderwerp van onderzoek was. Op 12 juni 2024 heeft [verweerster] een eerste gesprek met deze onderzoeker gehad; [verweerster] was toen nog steeds afgesloten van haar account en moest uit haar hoofd de vragen beantwoorden. Een volgend gesprek (na raadpleging van [verweerster] van haar e-mails) is toegezegd, maar heeft niet plaatsgevonden.
2.21.
Op verschillende momenten (voor juli 2024) heeft [verweerster] gevraagd om toegang te krijgen tot haar account, daarop is niet gereageerd. Op 19 juli 2024 heeft [verweerster] zich voor 50% beter gemeld, waarna zij door Lloyds Bank op non-actief is geplaatst. Zij had toen nog steeds geen toegang tot haar bestanden.
2.22.
Het rapport van het onderzoek (verder: het rapport) is op 1 juli 2024 aan Lloyds Bank gepresenteerd. Het vermeldt dat het een onderzoek betreft naar de handelwijze van [naam functie 3] (i.e. [verweerster] ).
2.23.
Per 30 augustus 2024 is [verweerster] 100% arbeidsgeschikt gemeld. Zij heeft het werk niet hervat. Wel is de mediation hervat. Op 9 september 2024 heeft Lloyds Bank een vaststellingsovereenkomst naar [verweerster] gestuurd.
2.24.
Op 12 november 2024 heeft [verweerster] toegang tot haar e-mails en bestanden gekregen, en op 4 december 2024 heeft zij een samenvatting van het rapport met één bijlage (de lijst met leveranciers) gekregen. Op 14 februari 2025 is [verweerster] het hele rapport ter hand gesteld, zonder de bijlagen.
2.25.
Lloyds Bank en [verweerster] hebben nog verder onderhandeld over het beëindigen van de arbeidsrelatie, maar dat heeft niet tot een overeenkomst geleid. Op 21 juli 2025 heeft Lloyds Bank het verzoekschrift ingediend. Het rapport met bijlagen is in de procedure gebracht.

3.Het verzoek en het verweer, met tegenverzoeken

3.1.
Lloyds Bank verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub Pro e, g of i BW. Primair vraagt Lloyds Bank ontbinding vanwege verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsrelatie of de combinatiegrond en zonder daarbij de resterende opzegtermijn in acht te nemen en daarbij te verklaren dat Lloyds Bank geen transitievergoeding aan [verweerster] verschuldigd is. Subsidiair verzoekt Lloyds Bank ontbinding met meewegen van de resterende opzegtermijn en met toekenning van de transitievergoeding; meer subsidiair op de i-grond, zonder de extra vergoeding van artikel 7:671b lid 8 BW.
3.2.
Lloyds Bank heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door meermaals en bewust de binnen de bank geldende ‘Sourcing regels’ niet na te leven, terwijl zij (ook) meermaals de handtekening van [naam 1] heeft geplaatst zonder zijn toestemming en zonder zijn wetenschap. Dit is wat Lloyds Bank betreft niet alleen verwijtbaar maar ook érnstig verwijtbaar, zeker omdat [verweerster] als [naam functie 3] een voorbeeldfunctie had.
3.3.
Volgens Lloyds Bank heeft [verweerster] de ‘Sourcing regels’ overtreden, heeft zij op tenminste 5 leveranciers de digitale handtekening van [naam 1] gebruikt, zonder dat zij daartoe bevoegd was of [naam 1] daarvoor toestemming had gegeven (e-grond). Daarnaast is er volgens Lloyds Bank sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie; er is een vertrouwensbreuk tussen [naam 1] en [verweerster] en de relatie tussen [verweerster] en het hele [afdeling 1] -team is eveneens verstoord (g-grond). Zelfreflectie en berouw ontbreken bij [verweerster] , dus herstel is niet mogelijk. En herplaatsing evenmin. Als deze gronden niet tot ontbinding kunnen leiden, verzoekt Lloyds Bank dat de combinatie van de verwijten wel tot ontbinding zouden moeten leiden (i-grond).
3.4.
[verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerster] voert aan – samengevat – dat zij de ‘Sourcing regels’ niet bewust heeft overtreden, dat zij waar dat is geschied van [naam 1] toestemming had om zijn digitale handtekening te gebruiken, dat er geen zorgvuldig onafhankelijk onderzoek naar haar handelwijze heeft plaatsgevonden en dat van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie (met [naam 1] of met de afdeling [afdeling 1] ) geen sprake is. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] om toekenning van een billijke vergoeding van ruim € 750.000,- bruto.
3.5.
Harerzijds verzoekt [verweerster] een verklaring voor recht dat zij recht heeft op een aanstelling van 90% van de arbeidstijd met het bijbehorende salaris per 1 januari 2023, nabetaling van het ten onrechte ingehouden salaris met wettelijke verhoging en rente, Lloyds Bank te veroordelen haar pensioen bij te storten, en dit alles met veroordeling van Lloyds Bank in de (werkelijke) kosten van de rechtsbijstand ad € 5.078,- en proceskosten.
3.6.
De wederzijdse stellingen en standpunten van partijen zullen, voor zover noodzakelijk, in het hierna volgende aan de orde komen.
4. De beoordeling (in beide verzoeken)
Verzoek: ontbinding van de arbeidsovereenkomst
4.1.
Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat er in onderhavig geval geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht. Daarbij geldt dat de kantonrechter het rapport heeft bestudeerd, evenals de bijlagen, maar het haar niet zinvol lijkt om dat uitgebreid te citeren.
Onzorgvuldig onderzoek
4.4.
Allereerst wordt geoordeeld dat het interne (persoonsgerichte) onderzoek als onvoldoende onafhankelijk en zorgvuldig wordt beoordeeld. Het is niet gedaan door een onafhankelijke onderzoeker, maar door een ondergeschikte van [naam 1] , terwijl de leidinggevende van de onderzoeker zelf ook in het onderzoek was betrokken. Daarnaast is de vraagstelling suggestief, namelijk of [verweerster] haar werk wel heeft verricht in overeenstemming met de regels. De leidinggevende van de onderzoeker zou dat moeten kunnen verklaren, maar die was zelf onderwerp van onderzoek. Ook is niet duidelijk of de conclusies van het rapport worden gedragen door de ‘bewijzen’, is [verweerster] onvoldoende bij de totstandkoming betrokken, haar weerwoord is niet kenbaar in het onderzoek betrokken, welk weerwoord door [verweerster] uit haar hoofd heeft moeten doen, en [verweerster] heeft niet op een concept van het rapport kunnen reageren. [verweerster] heeft de vragen en antwoorden niet mogen inzien en de uitleg van de gebeurtenissen door [verweerster] zijn onvoldoende onderzocht. Eerst na lang wachten en veelvuldig vragen heeft [verweerster] toegang tot haar inbox verkregen, waarna zij zich pas enigszins kon verweren tegen alle aantijgingen. Het rapport was toen al geruime tijd klaar.
4.5.
De wijze van totstandkoming en de onzorgvuldigheid daarin doen afbreuk aan de inhoud van het rapport.
Overtreding van de interne regels
4.6.
Voorts wordt geoordeeld dat [verweerster] voldoende heeft weten te weerleggen dat zij (bewust) de interne ‘Sourcing regels’ heeft overtreden. Niet is komen vast te staan dat door toedoen van [verweerster] interne regels of protocollen frauduleus cq. bewust zijn overtreden. Zo is niet gebleken dat [verweerster] de interne Sourcing regels niet volgde, voor zover tenminste het volgen van die regels vereist was, nu een groot aantal van de betreffende bedrijven niet door [verweerster] zelf waren geselecteerd maar al door haar voorgangers of anderen binnen het bedrijf. En [verweerster] meende daarnaast oprecht – en kon dat ook menen – de toestemming van [naam 1] te hebben voor haar handelwijze rond de digitale handtekening, nu de bedragen binnen haar toestemmingsbevoegdheid lagen en de inhoud met [naam 1] was besproken en door hem was geaccordeerd.
Verwijtbaar handelen – e-grond
4.7.
Uit het rapport – los van de totstandkoming – kan dan ook gelet op de weerlegging van [verweerster] niet de conclusie worden getrokken dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld. Het verzoek op de e-grond wordt derhalve afgewezen. Anderzijds heeft Lloyds Bank wel ernstig verwijtbaar gehandeld onder andere door het onzorgvuldige en niet onafhankelijke onderzoek naar [verweerster] . Ook de wijze waarop [naam 1] het onderzoek van de Bundesbank tegenover [verweerster] heeft ‘gebruikt’, kan niet door de beugel. Zijn weergave aan [verweerster] van de bevindingen van de Bundesbank strookt niet met de werkelijke bevindingen in dat onderzoek.
Verstoorde arbeidsverhoudingen – g-grond
4.8.
Lloyds Bank heeft voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorts aangevoerd dat sprake is van een vertrouwensbreuk tussen [verweerster] en [naam 1] en tussen [verweerster] en het [afdeling 1] -team. Dat de verhoudingen tussen [naam 1] en [verweerster] ernstig onder druk hebben gestaan en nog staan, is duidelijk, maar dat deze niet meer voor herstel vatbaar zijn, is niet gebleken. [verweerster] zelf denkt – blijkens haar antwoorden op de vragen hierover ter zitting – dat herstel zeker wel tot de mogelijkheden behoort. Zowel met [naam 1] als met het inmiddels personeel gewijzigde [afdeling 1] -team.
4.9.
Hoewel het niet eenvoudig zal zijn voor partijen om de verhoudingen te normaliseren, is de kantonrechter toch van oordeel dat daartoe een poging moet worden gedaan. [verweerster] heeft een lang en glanzend dienstverband bij Lloyds Bank en heeft geen makkelijke leeftijd voor de arbeidsmarkt op haar huidige niveau. Ze had plezier in haar werk, functioneerde uitstekend en is bereid zich in te zetten om met gesprekken de verhoudingen weer te normaliseren. Dat de verhoudingen met de [afdeling 1] -afdeling duurzaam zijn verstoord, is onvoldoende onderbouwd (mede gelet op de personele wijzigingen) en ook anderszins niet gebleken. Bovendien valt niet in te zien waarom niet van Lloyds Bank kan worden verwacht dat zij zich inzet om die verstoorde verhoudingen te herstellen, zodat [verweerster] weer haar oude functie kan gaan vervullen.
4.10.
Daarbij wordt geoordeeld dat het besluit dat het dienstverband met [verweerster] diende te eindigen in een te vroeg stadium is genomen. De RvC van Lloyds Bank heeft al in juni 2023 (zie rov 2.17) besloten dat [verweerster] moest vertrekken, en dat op basis van een onvoldoende diepgaand en zorgvuldig uitgevoerd en afgerond onderzoek, en zonder rekening te houden met het weerwoord van [verweerster] of enig onderzoek naar de juistheid van haar verklaringen van de gebeurtenissen. Het was beter geweest als [naam 1] , alvorens het onderzoek te starten, eerst zelf met [verweerster] inhoudelijk had gesproken, waardoor onduidelijkheden in de gang van zaken rond de facturen opgelost hadden kunnen worden. Het korte telefonische gesprek van [naam 1] met [verweerster] op 21 februari 2023 kan niet als zodanig worden gezien.
Combinatie van redenen - i-grond
4.11.
Lloyds Bank heeft nog een beroep gedaan op de combinatiegrond, maar nu geoordeeld is dat van Lloyds Bank kan worden verwacht dat met [verweerster] gestreefd wordt naar een herstel van vertrouwen en voortzetting van het dienstverband, zal ook ontbinding op die grond worden geweigerd, nog los van het feit dat niet is onderbouwd dat [verweerster] niet herplaatst zou kunnen worden.
4.12.
Met inachtneming van het vorenstaande is de conclusie dan ook dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden en dus het primaire, subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van Lloyds Bank zal worden afgewezen.
Tegenverzoek: omvang dienstverband4.13. Harerzijds heeft [verweerster] verzocht een verklaring voor recht dat zij recht heeft op een aanstelling van 90% van de arbeidstijd met het bijbehorende salaris per 1 januari 2023, nabetaling van het ten onrechte ingehouden salaris, veroordeling van Lloyds Bank haar pensioen bij te storten, en veroordeling van Lloyds Bank in de (buitengerechtelijke) kosten van de rechtsbijstand ad € 5.078,- en proceskosten.
Omvang uren van [verweerster]
4.14.
Uit het whatsapp-bericht van 10 september 2022 (zie rov 2.6) volgt dat Lloyds Bank [verweerster] ongeclausuleerd heeft toegezegd dat zij als zij dat wilde (en dat wilde [verweerster] ) 36 uur mocht blijven werken. Daar was geen voorwaarde aan verbonden, zoals [naam 1] later heeft betoogd. Lloyds Bank was (ook om enige andere reden) dus niet bevoegd om deze toezegging later eenzijdig terug te draaien, toen zij dat kennelijk nodig vond.
4.15.
Dat brengt mee dat [verweerster] vanaf 1 januari 2023 recht heeft behouden op een salaris verbonden aan een aanstelling van 36 uur per week. De daarop gebaseerde vorderingen van [verweerster] zullen worden toegewezen, waarbij de wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 10%. Het verzoek van [verweerster] is beperkt in tijd tot 1 november 2025, maar ook daarna heeft zij nog recht op salaris over een werkweek van 36 uur. Hetzelfde geldt voor de pensioenstorting.
Kosten rechtsbijstand4.16. Gelet op de wijze waarop Lloyds Bank met [verweerster] is omgegaan en het onderzoek heeft plaats gevonden, is [verweerster] genoodzaakt geweest rechtskundige hulp te zoeken. Deze hulp heeft geen betrekking op de rechtsbijstand in de procedure, waarvoor art. 237 Rv Pro een vergoeding pleegt in te houden. Het door [verweerster] gevraagde bedrag is onderbouwd, komt de kantonrechter redelijk voor en is door Lloyds Bank onvoldoende inhoudelijk betwist. Het bedrag van € 5.078,- zal dan ook worden toegewezen.
Proceskosten
4.17.
De proceskosten komen voor rekening van Lloyds Bank, omdat Lloyds Bank zowel in het verzoek als in het tegenverzoek overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten in het verzoek aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 1.221,- (€ 1.086,- aan salaris gemachtigde en € 135,- aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. In het tegenverzoek worden de kosten bepaald op nihil.

5.BESLISSING

De kantonrechter
Op het verzoek van Lloyds Bank:
5.1.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
5.2.
veroordeelt Lloyds Bank in de proceskosten van € 1.221,- in het verzoek, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Lloyds Bank niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af;
Op het verzoek van [verweerster]:
5.5.
verklaart voor recht dat [verweerster] recht heeft op het salaris dat behoort bij een arbeidsomvang van 90% vanaf 1 januari 2023;
5.6.
veroordeelt Lloyds Bank tot betaling van dit salaris vanaf 1 januari 2023 tot 1 november 2025 ter hoogte van in totaal € 39.093,- bruto (90% van het voltijds salaris), vermeerderd met een wettelijke verhoging van 10% en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum van volledige betaling;
5.7.
veroordeelt Lloyds Bank tot nabetaling van het tekort aan pensioenstorting tussen 1 mei 2023 en 1 november 2025 ter hoogte van € 4.132,-;
5.8.
veroordeelt Lloyds Bank in een bijdrage in de juridische kosten aan de zijde van [verweerster] tot een bedrag van € 5.078,-;
5.9.
bepaalt de proceskosten in het tegenverzoek op nihil en wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op
27januari 2026.
245.MVU