Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
1.Het verloop van de procedure
- de beschikking van 10 december 2025, die als hier herhaald en ingelast geldt;
- het verzoek van de GI van 15 december 2025 tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing;
- de schriftelijke updates van de GI van 20 en 27 januari 2026 met daarbij de uitkomst van de screening van de pleegmoeder door Levvel Pleegzorg (hierna: het geschiktheidsonderzoek) en het besluit van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 27 januari 2026 tot tijdelijke afgifte van de Verklaring Geen Bezwaar voor opname van [minderjarige] bij de pleegmoeder.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader;
- de pleegmoeder vergezeld door haar persoonlijk begeleider,
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de moeder
5.De beoordeling
- Op welke wijze is het netwerk van de pleegmoeder (zowel de moeder, nicht en zus van de pleegmoeder als professioneel netwerk) in het geschiktheidsonderzoek betrokken?
- Is het netwerk daadwerkelijk duurzaam beschikbaar en welke verantwoordelijkheden kunnen en willen de personen uit het netwerk dragen?
- Kan op korte termijn een sluitend borgingsplan worden opgesteld waarin is vastgesteld wie bij uitval door ziekte van de pleegmoeder direct verantwoordelijkheid draagt voor de zorg van [minderjarige] , waarbij altijd een beschikbare volwassene wordt ingezet?
- Is er zicht op het verkrijgen van een ruimere woning voor de pleegmoeder en zo ja, op welke termijn?
- Wat wordt van de pleegmoeder verwacht in haar samenwerking met de hulpverlening en op welke wijze kan zij de zorgen die hierover bestaan wegnemen?
- Is de nu bestaande acceptatie van de uithuisplaatsing door de biologische ouders en het mogelijk wegvallen daarvan in geval van overplaatsing betrokken bij de afweging over de geschiktheid van de huidige plaatsing?
- Geeft de beantwoording van bovenstaande vragen aanleiding een ander standpunt in te nemen over de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegmoeder en zo nee, waarom niet?
1 mei 2026 om 10:30 uur, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.