Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:1155

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
774014
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:119 BWArt. 6:195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen tekortkoming in exclusiviteitsbeding en geldige opzegging overeenkomst relocatiediensten

uButler en IMC sloten in 2020 een exclusieve overeenkomst voor relocatiediensten. IMC schakelde vanaf oktober 2022 een andere partij in, wat uButler als schending van exclusiviteit betoogde. De rechtbank oordeelt dat IMC niet tekort is geschoten omdat uButler niet tijdig schriftelijk bezwaar maakte en de samenwerking feitelijk heeft geaccepteerd.

De opzegging van de overeenkomst door IMC per 7 april 2023 is rechtsgeldig, schriftelijk en met inachtneming van de opzegtermijn. uButler heeft geen recht op schadevergoeding of incassokosten omdat IMC niet tekort is geschoten.

In reconventie vordert IMC terugbetaling van toeristenbelasting. De rechtbank stelt vast dat uButler een inspanningsverplichting had en deze niet heeft geschonden. Wel is een bedrag van €2.585,37 aan terugontvangen toeristenbelasting niet verrekend en moet uButler dit aan IMC betalen met wettelijke rente.

Proceskosten worden uButler opgelegd in conventie en IMC in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Vorderingen uButler afgewezen, opzegging overeenkomst rechtsgeldig, gedeeltelijke toewijzing terugbetaling toeristenbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/774014 / HA ZA 25-1387
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
UBUTLER NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: uButler,
advocaat: mr. O.M. van Rikxoort,
tegen
IMC TRADING B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: IMC,
advocaat: mr. M.P. Vink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 december 2025,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
uButler biedt een digitale relocatieservice aan die internationale bedrijven ondersteunt bij de verhuizing van internationale werknemers. IMC is een internationaal opererend beurshandelshuis gespecialiseerd in het verhandelen van financiële producten. IMC is de afgelopen jaren sterk gegroeid en heeft daarbij veel nieuwe werknemers uit andere landen aangetrokken.
2.2.
uButler en IMC hebben op 15 oktober 2020 een overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten op grond waarvan uButler bepaalde diensten (‘relocation services’) aan IMC levert. uButler fungeerde als aanspreekpunt voor IMC en haar nieuwe werknemers uit het buitenland en voerde een aantal diensten proactief uit, waaronder het aanvragen van een burgerservicenummer, zorgverzekering, bankrekening en het vinden van woonruimte voor de werknemers.
2.3.
Partijen zijn overeengekomen dat uButler de diensten op exclusieve basis levert (artikel 1.3 van de overeenkomst). In de overeenkomst is bepaald dat de overeenkomst is aangegaan voor een periode van een jaar en telkens automatisch wordt verlengd met een periode van een jaar, tenzij een van partijen uiterlijk drie maanden voor het einde van de termijn schriftelijk zou aangeven de overeenkomst niet te willen verlengen.
2.4.
Vanaf 2020 tot het voorjaar van 2022 heeft uButler een oplopend aantal relocaties uitgevoerd voor IMC met een piek van 48 relocaties in één maand in het voorjaar van 2022.
2.5.
uButler regelde voor nieuwe werknemers van IMC accommodatie. uButler berekende de kosten van de accommodatie door aan IMC. Tot die kosten behoorde de gemeentelijke toeristenbelasting, die wordt geheven op overnachtingen van personen die niet in de gemeente wonen.
2.6.
Op 24 maart 2022 heeft uButler IMC geïnformeerd over de toeristenbelasting (city tax) die verschuldigd is bij het boeken van tijdelijk verblijf voor de nieuwe werknemers. uButler schrijft:
Het klopt inderdaad dat we nog niet van alle new hires de citytax hebben kunnen crediteren. De reden hiervoor is dat in praktijk het proces moeilijker blijkt dan verwacht omdat we afhankelijk zijn van de new hires dat zij hun inschrijfbewijs indienen bij hun temporary accommodation.
2.7.
Op 22 juli 2022 bericht uButler IMC onder meer:
Achter de schermen wordt er gewerkt aan een overzicht en update omtrent CityTax, ook hierover zal [persoon 1] jullie binnenkort informeren.
2.8.
Op 20 oktober 2022 hebben partijen een bespreking gehad over de samenwerking. Voorafgaand aan de bespreking is IMC gestopt met het verstrekken van nieuwe opdrachten voor relocaties aan uButler en heeft IMC enkele opdrachten verstrekt aan een andere partij (Spot Relocations). Na de bespreking van 20 oktober 2022 heeft IMC geen nieuwe opdrachten meer verstrekt aan uButler.
2.9.
Op 6 december 2022 heeft uButler IMC voorgesteld een ‘A tot Z uButler presentatie’ te geven voor het (inmiddels) nieuwe HR-team van IMC. Daarnaast stelde uButler voor om op korte termijn met IMC de samenwerking voor het volgende jaar te bespreken. IMC liet hierop weten dit in februari 2023 te willen doen.
2.10.
Op 29 december 2022 heeft uButler IMC geïnformeerd over de toeristenbelasting. uButler bericht IMC:
Onze finance afdeling is momenteel bezig om deze stadsbelasting met terugwerkende kracht terug te vragen bij de gemeente. Zoals jullie misschien weten, kan dit best wel een hoog bedrag zijn en we willen graag dat dit geld weer bij jullie terecht komt.
2.11.
IMC heeft hierop op 30 december 2022 geantwoord:
Fijn dat jullie nog achter de city tax aan gaan.
Het is inderdaad een groot bedrag dat nog open staat daarvoor. Wanneer verwachten jullie meer duidelijkheid te hebben over het bedrag dat we terug krijgen en de tijdslijn hiervan?
2.12.
Op 19 januari 2023 en 9 februari 2023 heeft uButler het [functienaam] van IMC, [persoon 2] , uitgenodigd voor een gesprek. Op 21 februari 2023 heeft uButler [persoon 2] gevraagd naar de status van de opdrachten voor relocatie van de nieuwe stagiaires (interns).
2.13.
Op 16 maart 2023 hebben uButler en IMC een bespreking met elkaar gehad. uButler heeft IMC op 21 maart 2023 een samenvatting daarvan gemaild, die, voor zover relevant, luidt:
As promised, a recap of some of the points we discussed:
• Preparations have been done operationally for uButler to receive the interns in March
• IMC is currently working with Spot
• [persoon 3] [ [persoon 3] van IMC] will confirm with [persoon 4] , [persoon 5] & [persoon 6] (if available) about what was previously discussed in the meeting in Q4 2022, when [persoon 6] and [persoon 7] were at the uButler office
• [persoon 3] will schedule a call with [persoon 8] [uButler] to go over how uButler and IMC are going to proceed
(…)
• City Tax Reimbursement:We currently have outstanding clarities regarding the city tax and are looking into this.
Once we have more clarity on the situation, we will inform you accordingly.
2.14.
Op 4 april 2023 heeft uButler bij [persoon 3] van IMC geïnformeerd naar de status van de interns. De e-mail aan IMC luidt, voor zover relevant:
We would like to know the general status as well as the plan for the interns, since we have taken on all preparations, as previously discussed. (…)
We are looking forward to hearing more about the continuation of our collaboration!
2.15.
IMC heeft op 6 april 2023 bij uButler gevraagd of er inmiddels meer informatie over de toeristenbelasting was.
2.16.
uButler heeft op 7 april 2023 ook bij [persoon 2] van IMC geïnformeerd naar de stand van zaken:
We hebben alle voorbereidingen en maatregelen omtrent de interns sowieso al getroffen en
zouden graag willen weten waar we nu staan. (…). Bij wie zou ik kunnen zijn om meer helderheid te krijgen? Wij zijn erg enthousiast en klaar om te beginnen en hopen dat we het snel weer kunnen oppakken en jullie van de beste service kunnen voorzien!
2.17.
[persoon 2] heeft hierop dezelfde dag als volgt en voor zover relevant geantwoord:
Ik vind het heel vervelend om aan te geven, maar het team wil niet verder met U-butler. Het vertrouwen is door de gebrekkige service in jullie moment van expansie gebroken.
Er is toen veel mis gegaan. U-butler heeft hierdoor ook binnen de IMC onder medewerkers een slechte naam gekregen. Dit is de reden dat het team na lang aandringen op een betere service en het uitblijven van een goede oplossing hierop, hebben besloten het roer om te gooien en voor de meer ervaren medewerkers met een andere partij in zee te gaan. Deze samenwerking is zo goed bevallen, dat dit inmiddels is uitgebreid naar nu de summer interns.
Ik weet niet hoe goed of niet goed dit met jullie gecommuniceerd is. (…) Het kan dus goed zijn dat hier iets tussen wal en schip gevallen is. Ik vind dat heel vervelend.
(…) Ik weet dat jullie inmiddels weer in stabieler vaarwater zitten en hoop dat onze paden zich wederom zullen kruizen in de toekomst. Dat sluit ik zeker niet uit.
We zijn vandaag allemaal vrij, maar van harte bereid om in de loop van volgende week dit ook nog telefonisch toe te lichten.
2.18.
Op 1 augustus 2024 heeft uButler haar voormalig contactpersoon bij IMC ( [persoon 9] ) verzocht om ‘om de tafel te gaan’. In de e-mail staat, voor zover relevant:
We hebben natuurlijk een lange geschiedenis samen met IMC, dat toch wel een beetje ruw is beëindigd in 2022 – zeker gezien alle nevenactiviteiten/werk wat wij ook samen deden met Oekraïne, buitenland en goede doelen. Nu het ondertussen 2 jaar geleden is, lijkt het ons een idee om weer eens om de tafel te gaan!
(… ) Ik weet dat jij ondertussen op een andere afdeling zit - maar zou je ons wellicht kunnen helpen met het plannen van een check-in meeting met het huidige team dat de relocations stuurt?
Dan kunnen we kijken of we ergens de draad weer op kunnen pakken!
2.19.
De voormalig contactpersoon bij IMC heeft daarop dezelfde dag aan uButler geantwoord:
Ik heb even gecheckt bij het HR team, maar ze zijn voorlopig heel blij met wat ze hebben momenteel. Dus voor nu hebben ze helaas geen interesse.
2.20.
Hierop heeft uButler als volgt gereageerd:
Jammer van de snelle afwijzing vanuit HR. Ik check over een tijdje gewoon weer in.
2.21.
Op 5 november 2024 heeft uButler IMC, voor zover relevant, het volgende bericht:
Relatief plotseling is onze samenwerking door IMC Trading beëindigd, nadat er een switch
was in de volledige HR afdeling van IMC Trading, en de kwaliteit volgens IMC Trading
kortstondig onder druk stond door de enorme groei in aantallen destijds. De belofte hierbij was dat dit van tijdelijke aard zou zijn (mail oktober 2022 ‘on-hold’, en dat uButler in ieder geval zou continueren met de internship en trainee groepen van IMC trading (in feb 2023)). In maart 2023 switch ons contact door wisselingen bij HR, en in mei 2023 krijgen we een eerste melding van het niet willen continueren van de samenwerking. Ondanks opvolgingen horen we vervolgens niks.
Sindsdien hebben we nooit meer iets mogen horen van IMC Trading. Bij onze laatste check-in van een ruime maand geleden (…) werd een gesprek over hervatting van een
samenwerking direct afgewezen. Dit alles ondanks een doorlopend contract met exclusiviteit.
Wij zouden graag om tafel gaan om bovenstaande te bespreken en een resolutie te vinden.
2.22.
Op 19 november 2024 hebben uButler en IMC een bespreking met elkaar gehad. uButler heeft in een brief van 10 december 2024 aan IMC laten weten dat IMC de exclusiviteitsclausule heeft geschonden.
2.23.
IMC heeft uButler op 24 januari 2025 bericht dat vanaf oktober 2022 nieuwe afspraken golden over exclusiviteit en dat de overeenkomst als gevolg van opzegging op 7 april 2023 is geëindigd per oktober 2023. IMC heeft uButler daarnaast verzocht om terugbetaling van de toeristenbelasting.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
uButler vordert - samengevat -:
I. voor recht te verklaren dat IMC tegenover uButler toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op IMC rustende verbintenis tot exclusiviteit op grond van de overeenkomst;
II. voor recht te verklaren dat IMC de overeenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd en daarom niet rechtsgeldig is beëindigd en nog voortduurt;
III. voor recht te verklaren dat IMC tegenover uButler toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op IMC rustende verplichting tot correcte opzegging van de overeenkomst;
IV. IMC te veroordelen tot schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met wettelijke rente;
V. IMC te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten over de toe te wijzen hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente;
VI. IMC te bevelen een digitale kopie van alle in randnummer 3.22 van de dagvaarding opgevraagde informatie aan uButler te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom; en
VII. IMC te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
3.2.
uButler legt aan haar vorderingen ten grondslag dat IMC toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, meer in het bijzonder in de nakoming van de verplichting tot exclusiviteit en de verplichting tot correcte opzegging. Het was IMC niet toegestaan een andere dienstverlener dan uButler in te schakelen voor de begeleiding van internationale nieuwkomers en IMC heeft de overeenkomst niet rechtsgeldig opgezegd.
3.3.
IMC voert verweer. IMC concludeert tot afwijzing van de vorderingen van uButler, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van uButler in de kosten van deze procedure.
in reconventie
3.4.
IMC vordert uButler te veroordelen tot betaling aan IMC van een bedrag van € 97.737,19, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente.
3.5.
IMC legt aan haar vordering ten grondslag dat uButler zich tegenover haar heeft verplicht de door IMC te veel betaalde toeristenbelasting terug te vorderen bij de gemeente Amsterdam
en aan IMC terug te betalen. IMC sluit niet uit dat uButler niet alle toeristenbelasting heeft kunnen terugvorderen, maar of dat het geval is en om welk bedrag het gaat is, is IMC niet bekend.
3.6.
uButler voert verweer. uButler concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van IMC in haar vordering, althans tot afwijzing van die vorderingen
in conventie en in reconventie
3.7.
Op de stellingen van partijen in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Geen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat IMC niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met uButler en daarom niet schadeplichtig is tegenover uButler. De rechtbank licht haar beslissing hierna toe.
-
Exclusiviteit
4.2.
IMC heeft erkend dat zij een andere partij heeft ingeschakeld om de relocaties van haar nieuwe werknemers te begeleiden, maar heeft aangevoerd dat zij tijdens de bespreking van 20 oktober 2022 met uButler nieuwe afspraken heeft gemaakt op grond waarvan het exclusiviteitsbeding uit de overeenkomst niet meer gold.
4.3.
Partijen verschillen van mening over wat er op 20 oktober 2022 is afgesproken. Volgens uButler is afgesproken dat zij voor een tijdelijke periode van maximaal een paar maanden de relocatie van een beperkte specifieke groep (zeer seniore internationale) medewerkers van IMC niet zou uitvoeren. uButler zou wel de relocatie van een grote groep stagiaires (interns) verzorgen. Ter zitting heeft uButler gesteld dat er niet is afgesproken dat IMC mocht samenwerken met een concurrent van uButler, maar dat IMC zelf de relocaties zou uitvoeren. Vanaf de start van 2023 zouden partijen de samenwerking weer opschalen en zou uButler de relocatie van alle groepen internationale medewerkers weer oppakken. Volgens IMC heeft zij uButler tijdens de bespreking laten weten dat zij als gevolg van gebrekkige dienstverlening door uButler in ieder geval voorlopig geen nieuwe opdrachten aan uButler zou verstrekken en dat IMC voor de relocaties gebruik maakte van een andere partij (Spot Relocations). Er is nooit sprake van geweest dat IMC zelf de relocaties zou verzorgen.
4.4.
Welke nadere afspraken partijen precies hebben gemaakt en wat de reden daarvoor was, kan naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven. uButler had, indien zij meende dat IMC in strijd met die nadere afspraken handelde, dit tijdig schriftelijk en uitdrukkelijk aan IMC moeten laten weten en daartegen bezwaar moeten maken. Dit heeft uButler niet gedaan. Gelet hierop komt de rechtbank niet meer toe aan de vraag of uButler IMC in gebreke had moeten stellen of op andere wijze haar beklag had moeten doen.
4.5.
Vaststaat dat uButler in ieder geval vanaf de bespreking met IMC op 16 maart 2023 wist dat IMC gebruik maakte van de diensten van Spot Relocations. Als IMC alleen zelf de relocaties mocht uitvoeren of slechts voor een paar maanden een ander bedrijf dan uButler mocht inschakelen, had het op de weg van uButler gelegen in ieder geval op dat moment of kort daarna uitdrukkelijk te protesteren tegen de gang van zaken. In de verslaglegging van de bespreking van de hand van uButler zelf, is daarover niets terug te lezen. In haar e-mail van 21 maart 2023 aan IMC vermeldt uButler alleen dat
“IMC is currently working with Spot”, maar zij protesteert daar niet tegen. De e-mail van 22 maart 2023 waaruit uButler ter zitting heeft geciteerd (zie de pleitnota van uButler, nr. 2.12) valt, aannemende dat deze over de exclusiviteit gaat, ook niet te lezen als een uitdrukkelijk protest tegen het schenden van de afspraken over exclusiviteit. In de maanden daarna heeft uButler niet schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij zich verzette tegen het feit dat IMC een andere partij had ingeschakeld.
4.6.
Ook indien uButler niet over alle informatie beschikte over de aard en omvang van de relocaties door een andere partij stond dit er niet aan in de weg om de bezwaren van uButler daartegen bij IMC kenbaar te maken. Ditzelfde geldt voor de omstandigheid dat er bij IMC personele wisselingen waren, waardoor er volgens uButler geen aanspreekpunt meer was binnen IMC. De laatste relocaties dateerden van augustus 2022. uButler had weliswaar voor ogen dat zij een grote groep interns van IMC vanaf maart 2023 zou begeleiden, maar nieuwe relocaties van IMC bleven ook in 2023 uit. Ook dit heeft er niet toe geleid dat uButler - met een beroep op de volgens haar gemaakte afspraak over de interns - aan het begin van 2023 bij IMC aandrong op nakoming of tegen de gang van zaken protesteerde. Uit de e-mailwisselingen tussen partijen en de eigen stellingen van uButler volgt dat uButler vanaf december 2022 vooral heeft geprobeerd voet aan de grond te houden bij IMC om de samenwerking weer op te schalen vanaf 2023 en bij herhaling heeft geïnformeerd wanneer de relocatie van de interns zou beginnen.
4.7.
uButler heeft zich pas in november 2024, anderhalf jaar nadat zij wist dat IMC een ander relocatiebedrijf gebruikte, op het standpunt gesteld dat IMC het exclusiviteitsbeding uit de overeenkomst schond. Dit standpunt valt bovendien niet te rijmen met de e-mailwisseling tussen uButler en IMC enkele maanden daarvoor, in augustus 2024. Hieruit blijkt dat uButler tevergeefs probeert de samenwerking nieuw leven in te blazen en genoegen neemt met de reactie van IMC per kerende e-mail dat het HR-team tevreden is met de huidige dienstverlener en geen interesse had. De reactie van uButler luidde als volgt: “Jammer van de snelle afwijzing vanuit HR. Ik check over een tijdje gewoon weer in.” De slotsom is dat IMC er door de opstelling en uitlatingen van uButler er vanuit mocht gaan dat uButler er geen bezwaar tegen had dat IMC met een andere partij in zee was gegaan.
4.8.
De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van uButler om getuigen te horen over de inhoud van de gesprekken op 20 oktober 2022 en 16 maart 2023. Wat er destijds precies is besproken zal geen ander licht kunnen laten schijnen op het feit dat uButler niet duidelijk en tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het inschakelen van een ander relocatiebedrijf door IMC.
4.9.
De rechtbank is al met al van oordeel dat IMC niet toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een op IMC rustende verbintenis tot exclusiviteit. De verklaring voor recht (vordering I) zal worden afgewezen.
-
Overeenkomst opgezegd op 7 april 2023
4.10.
De rechtbank oordeelt dat IMC de overeenkomst op 7 april 2023 rechtsgeldig heeft opgezegd. Van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst is ook in dit opzicht geen sprake. De stellingen van uButler dat de e-mail van 7 april 2023 geen rechtsgeldige opzegging is, omdat de opzegging (i) niet schriftelijk is, (ii) niet een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van beëindiging is, (iii) de opzegtermijn niet in acht is genomen en (iv) niet door een daartoe bevoegd persoon is gedaan, gaan niet op.
4.11.
Een e-mail heeft te gelden als een schriftelijke verklaring, zodat aan het formele vereiste van schriftelijkheid is voldaan. De tekst en strekking van de e-mail van 7 april 2023 laten aan duidelijkheid niet te wensen over. IMC schrijft immers dat het team niet verder wil met uButler en licht in het vervolg van de e-mail de reden voor haar besluit toe. Ook biedt IMC aan het besluit telefonisch toe te lichten. uButler had uit de e-mail dan ook moeten begrijpen dat IMC de overeenkomst opzegde. Dat zij de e-mail daadwerkelijk als opzegging heeft opgevat, blijkt uit het feit dat uButler in augustus 2024 opnieuw toenadering heeft gezocht bij IMC en daarbij refereert aan de beëindiging van de samenwerking in 2022.
4.12.
Door het bericht 6 maanden voor het einde van het lopende contractjaar (15 oktober 2023) te sturen heeft IMC (ruimschoots) voldaan aan de opzegtermijn van drie maanden. Niet voldoende betwist is ook dat mevrouw [persoon 2] , van wie de e-mail afkomstig was, bevoegd was om namens IMC de overeenkomst op te zeggen.
4.13.
De gevorderde verklaringen voor recht (vorderingen II en III) zullen worden afgewezen.
Schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en vergoeding buitengerechtelijke kosten niet aan de orde
4.14.
Uit het voorgaande volgt dat IMC niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. uButler heeft daarom geen recht op schadevergoeding. Vordering IV zal worden afgewezen. Op dezelfde grond zijn de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (vordering V) niet toewijsbaar.
Verzoek om informatie niet toewijsbaar
4.15.
De verzoeken om informatie op grond van artikel 195 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn erop gericht de omvang van de gestelde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende schade vast te stellen. De rechtbank komt niet toe aan beoordeling van deze verzoeken, omdat IMC niet tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en daardoor ook niet is gehouden tot schadevergoeding aan uButler. De vordering zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.16.
uButler is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van IMC worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.490,00
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.18.
De vordering tot terugbetaling van de toeristenbelasting zal de rechtbank gedeeltelijk toewijzen. De rechtbank licht dat toe.
Inspanningsverplichting van uButler
4.19.
Vanaf het moment dat een werknemer een burgerservicenummer heeft en is ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente waar hij verblijft, wordt de werknemer niet meer aangemerkt als toerist en kan de betaalde toeristenbelasting worden teruggevorderd. Het terugvorderen van de toeristenbelasting maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst tussen partijen, maar uit de e-mail van 29 december 2022 (en de latere correspondentie over dit onderwerp) blijkt dat uButler het op zich heeft genomen de toeristenbelasting terug te vragen voor IMC. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het verweer van uButler dat zij geen afspraak had met IMC over het terugvorderen van de toeristenbelasting. Dat uButler voor die werkzaamheden geen vergoeding in rekening heeft gebracht, doet niet ter zake.
4.20.
Niet in geschil is dat het terugvragen van de toeristenbelasting een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting was. IMC stelt dat uButler onvoldoende en te laat tot actie is overgegaan en daarom niet aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan. De rechtbank volgt IMC hierin niet. uButler heeft uitgebreid toegelicht dat en waarom het in de praktijk ingewikkeld was om achteraf de toeristenbelasting terug te vorderen bij de verschillende accommodaties en dat dit maar in een klein aantal gevallen is gelukt. uButler was daarbij afhankelijk van onder meer de medewerking van de nieuwe werknemers van IMC en de accommodaties. IMC heeft tegenover deze gemotiveerde betwisting onvoldoende feiten gesteld om vast te stellen dat uButler te weinig heeft ondernomen om de toeristenbelasting terugbetaald te krijgen.
4.21.
IMC had bovendien, als zij meende dat uButler in gebreke was met de nakoming van haar inspanningsverplichting, uButler tijdig in gebreke moeten stellen of zich bij uButler moeten beklagen. Dat heeft zij niet gedaan. IMC heeft volstaan met het vragen van updates en opheldering en heeft pas nadat uButler aanspraak maakte op schadevergoeding wegens niet nakoming van de overeenkomst, terugbetaling van de toeristenbelasting verzocht.
Hoogte van de vordering
4.22.
Uit het mutatieoverzicht van uButler blijkt dat uButler de toeristenbelasting die zij in 2021 heeft terugontvangen, heeft verrekend met IMC. IMC heeft de juistheid van dit overzicht niet gemotiveerd betwist. uButler heeft erkend dat er voor het jaar 2022 een bedrag van € 2.585,37 aan terugontvangen toeristenbelasting resteert. uButler heeft niet aangetoond dat dit bedrag al is verrekend met IMC. De rechtbank zal uButler daarom veroordelen tot betaling van dit bedrag aan IMC, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2025, zijnde de datum van de conclusie van eis in reconventie.
Proceskosten
4.23.
IMC is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van uButler worden begroot op:
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.769,00

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van uButler af,
5.2.
veroordeelt uButler in de proceskosten van € 4.490,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als uButler niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt uButler tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
in reconventie
5.5.
veroordeelt uButler tot betaling van een bedrag van € 2.585,37 aan IMC, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag, met ingang van 24 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.6.
veroordeelt IMC in de proceskosten van € 2.796,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als IMC niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, bijgestaan door mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.