ECLI:NL:RBAMS:2026:108

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
13/402139-24 (Promis)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een man voor omvangrijke oplichting en misbruik van identificerende persoonsgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 30-jarige man, die werd beschuldigd van omvangrijke oplichting, poging tot oplichting en misbruik van identificerende persoonsgegevens. De verdachte deed zich voor als een tekenbevoegd persoon van een groot bedrijf en bestelde goederen bij verschillende bedrijven, waaronder VodafoneZiggo, door gebruik te maken van vervalste identificatie. In totaal heeft hij 41 mobiele telefoons en abonnementen besteld, wat leidde tot een schade van € 37.799,13 voor VodafoneZiggo. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten en legde een gevangenisstraf van zeven maanden op, wat hoger was dan de eis van de officier van justitie. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 29.861,31 aan VodafoneZiggo, na aftrek van btw. De rechtbank weegt de berekenende aard van de misdrijven en het strafblad van de verdachte mee in de strafmaat. De rechtbank heeft ook een verbeurdverklaring uitgesproken voor de in beslag genomen telefoon, die gebruikt was bij de gepleegde feiten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/402139-24 (
Promis)
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd te: [naam Justitieel Complex] ,
hierna: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
30 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. M.L. Firet, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. D. Nieuwenhuis, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
feit 1
oplichting van VodafoneZiggo in de periode van 8 november 2024 tot en met 29 november 2024 in Amsterdam;
feit 2
het misbruiken van identificerende persoonsgegevens van [naam 1] en/of [naam 2] in de periode van 6 november 2024 tot en met 20 november 2024 in Amsterdam;
feit 4
poging tot oplichting van VodafoneZiggo in de periode van 3 december 2024 tot en met 6 december 2024 in Amsterdam.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten gerekwireerd. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen voor het gedeelte in de tenlastelegging dat ziet op [naam 2] , nu dit geen natuurlijk persoon is en dat voor een bewezenverklaring van feit 2 wel is vereist.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het gedeelte van de tenlastelegging onder feit 2 (het misbruiken van identificerende persoonsgegevens) voor zover dat ziet op [naam 2] , omdat dit een rechtspersoon betreft en artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht enkel ziet op de persoonsgegevens van natuurlijke personen.
Gezien het standpunt van de officier van justitie en het standpunt van de raadsman behoeft het oordeel van de rechtbank geen verdere motivering.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Ten aanzien van feit 1:
in de periode 8 november 2024 tot en met 29 november 2024 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, VodafoneZiggo heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het verlenen van een dienst, te weten de levering van 41 mobiele abonnementen en 41 telefoons (Apple iPhones 16 Pro) door
- zich voor te doen als contactpersoon van het bedrijf [naam 2] en
[naam 3] en
- een emailadres aan te maken waarmee de schijn werd gewekt dat er met [naam 2]
werd gemaild en
- een getekend contract met de naam [naam 1] te verstrekken en
- een dagkantoor te huren om de bestelde goederen in ontvangst te kunnen nemen;
Ten aanzien van feit 2:
in de periode 6 november 2024 tot en met 20 november 2024 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten [naam 1] heeft gebruikt door
- bij bestellingen bij VodafoneZiggo en Coolblue en RentNet en Allrent genoemde namen te gebruiken en
- bij het huren van fatbikes bij Rent & Event genoemde namen te gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
Ten aanzien van feit 4:
in de periode 3 december 2024 tot en met 6 december 2024 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, VodafoneZiggo te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten de levering van 83 telefoons (Apple iPhones 16 Pro) zich heeft voor gedaan als contactpersoon van het bedrijf [naam 2] en [naam 3] tijdens contact met VodafoneZiggo en tijdens het akkoord geven op de bestelling, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft benoemd dat, indien aansluiting wordt gezocht bij het oriëntatiepunt fraude van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS), bij benadelingsbedragen tussen de € 10.000,00 en € 70.000,00, zoals in deze zaak het geval is, een gevangenisstraf tussen de twee en vijf maanden of een onvoorwaardelijke taakstraf het uitgangspunt is. Bij een veroordeling voor alle ten laste gelegde feiten, zou in beginsel de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden redelijk zijn. Nu de voorlopige hechtenis al drie en een halve maand loopt, zal dit in het geval van verdachte neerkomen op het uitzitten van een korte gevangenisstraf. Dat is volgens de raadsman problematisch en niet wenselijk. Korte detenties zijn weinig effectief en kunnen tot detentieschade leiden.
Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat geen sprake is van betekenisvolle recidive, heeft de raadsman de rechtbank verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen die het voorarrest overstijgt, maar in plaats daarvan te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel in combinatie met een taakstraf.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Allereerst heeft hij VodafoneZiggo opgelicht door zich voor te doen als iemand anders en VodafoneZiggo zo te bewegen tot de afgifte van 41 iPhones met abonnementen. Nadat dit was gelukt, heeft verdachte hetzelfde korte tijd later nog een keer geprobeerd, wederom bij VodafoneZiggo en wel voor 83 iPhones. Dat deze 83 telefoons niet zijn geleverd, is niet toe te schrijven aan het handelen van verdachte zelf, maar enkel aan het feit dat het alarm in het monitoringssysteem van VodafoneZiggo afging en een medewerker de situatie niet meer vertrouwde. Verdachte heeft met zijn handelen misbruik gemaakt van het vertrouwen van VodafoneZiggo, dit bedrijf financieel gedupeerd en het vertrouwen in het handelsverkeer geschaad. Om deze feiten te plegen, heeft verdachte zich voorgedaan als een ander en heeft hij de persoonsgegevens van die ander misbruikt. Verdachte is hierbij op geraffineerde wijze te werk gegaan, door bedrijven op te zoeken in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zo achter de gegevens van een tekenbevoegd persoon binnen het bedrijf [naam 2] te komen en een fake kopie-ID van die persoon te maken en gebruiken. Uit het dossier blijkt dat verdachte meer bedrijven heeft benaderd met misbruik van dezelfde persoonsgegevens dan waar hij in deze zaak voor terechtstaat en dat hij hier ook na de mislukte poging tot oplichting van VodafoneZiggo mee door is gegaan. Verdachte heeft dit alles gedaan met het oogmerk om zichzelf te bevoordelen en zich kennelijk niets aangetrokken van de consequenties voor anderen. De rechtbank rekent dat verdachte aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 28 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte zich recentelijk nog heeft schuldig gemaakt aan fraude waarvoor hij in 2024 in Duitsland is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een jaar. De rechtbank weegt dat in strafverzwarende zin mee. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij sinds 2014 tweemaal veroordeeld is voor het plegen van oplichting en soortgelijke feiten. Hoewel deze veroordelingen zodanig oud zijn dat ze niet zijn aan te merken als strafverzwarende recidive volgens de LOVS oriëntatiepunten, hebben de toen opgelegde lange gevangenisstraffen verdachte er kennelijk niet van weerhouden om zich wederom schuldig te maken aan het plegen van onderhavige feiten. De rechtbank vindt dit zorgelijk.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 15 december 2025, waarin geadviseerd is om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering ziet geen mogelijkheden om het recidiverisico met toezicht of interventies te beperken, met name omdat de reclassering twijfels heeft over de oprechte motivatie van verdachte voor gedragsverandering.
De LOVS oriëntatiepunten voor fraudedelicten gaan bij een benadelingsbedrag van
€ 10.000,00 tot € 70.000,00 uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot vijf maanden of een onvoorwaardelijke taakstraf. In dit geval is niet alleen sprake van een voltooide oplichting, maar ook van een poging daartoe en van het misbruiken van identificerende persoonsgegevens. Dat maakt dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf naar het oordeel van de rechtbank in de rede ligt. Gelet op de ernst van deze feiten, het berekenende karakter ervan en het strafblad van verdachte, ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een hogere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank ziet geen reden om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden passend en geboden is.

8.Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:
Telefoon, Apple iPhone (PL1300-2024301223-6710699).
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft verzocht om de telefoon aan verdachte terug te geven, nu het belang van strafvordering zich niet langer tegen teruggave verzet.
Verbeurdverklaring
Het voorwerp behoort aan verdachte toe. Nu met behulp van dit voorwerp het bewezen geachte is begaan, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

9.De vordering van de benadeelde partij

De vordering
De benadeelde partij VodafoneZiggo vordert € 37.799,13 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in het geheel kan worden toegewezen. Volgens de officier van justitie is het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel niet op zijn plaats omdat de benadeelde partij een professionele partij is.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de vordering af te wijzen, nu er geen factuur is overgelegd en niet is gebleken dat het bedrag op het bij de vordering gevoegde kostenoverzicht daadwerkelijk is betaald. Indien de vordering wel wordt toegewezen, heeft de raadsman verzocht om daarbij niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en – als deze wel wordt opgelegd - de duur van de gijzeling te bepalen op één dag. In dat geval kan verdachte zo spoedig mogelijk aan het werk om de schadevergoeding af te betalen. Bij gijzeling is verdachte niet in staat om geld te verdienen en daar is niemand bij gebaat en zeker de benadeelde partij niet.
Oordeel van de rechtbank
Vaststaat dat aan de benadeelde partij door de onder 1 bewezenverklaarde oplichting rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Bij de vordering tot schadevergoeding bevindt zich een overzicht. Daarop staan 41 iPhones 16 PRO BLACK met bijbehorende IMEI-nummers vermeld. De rechtbank acht dit overzicht een voldoende onderbouwing van de geleden schade. De inkoopkosten bedragen volgens dit overzicht € 921,93 per telefoon. Het totaalbedrag komt daarmee op € 37.799,13. Uit de vordering blijkt niet of het bedrag van
€ 921,93 inclusief of exclusief btw is. Ook de gevolmachtigde van de benadeelde partij heeft daar tijdens de zitting geen duidelijkheid over kunnen geven. Gelet op de huidige consumentenprijzen van een iPhone 16PRO, die op internet staan genoemd, gaat de rechtbank ervan uit dat het bedrag van € 921,93 inclusief btw is. Nu de benadeelde partij een onderneming is, bestaat voor haar in beginsel de mogelijkheid om de btw te verrekenen met de omzetbelasting. Dat betekent dat de benadeelde partij ten aanzien van dat deel van de vordering geen schade lijdt. Dat maakt dat 21% (btw-percentage) op het gevorderde bedrag in mindering zal worden gebracht en dus dat de vordering tot een bedrag van € 29.861,31 zal worden toegewezen. Verdachte moet over het toegewezen bedrag de wettelijke rente betalen vanaf het moment dat de benadeelde partij schade heeft geleden. De rechtbank bepaalt dat dit op 28 november 2024 het geval was, nu de benadeelde partij de telefoons op die dag aan verdachte heeft geleverd.
De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie en de raadsman, in de omstandigheid dat de benadeelde partij een rechtspersoon betreft geen reden om af te zien van het opleggen van schadevergoedingsmaatregel. In het belang van VodafoneZiggo wordt daarom, als extra waarborg voor betaling aan haar, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. De rechtbank bepaalt de duur van de eventueel op grond van artikel 36f lid 5 toe te passen gijzeling op 157 dagen. De rechtbank ziet in hetgeen verdachte heeft aangevoerd geen reden de duur te bepalen op één dag. De gijzeling dient als pressiemiddel. Indien verdachte gaat werken en voldoet aan zijn betalingsverplichting dan zal gijzeling niet worden toegepast.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 57, 231b en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1
oplichting
ten aanzien van feit 2
opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan
ten aanzien van feit 4
poging tot oplichting
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
7 (zeven) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Verklaart verbeurd:
Telefoon, Apple iPhone (PL1300-2024301223-6710699).
Wijst de vordering van de benadeelde partij VodafoneZiggo toe tot een bedrag van
€ 29.861,31 (negenentwintigduizend achthonderdéénenzestig euro en éénendertig eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 november 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan VodafoneZiggo voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van VodafoneZiggo aan de Staat € 29.861,31 (negenentwintigduizend achthonderdéénenzestig euro en éénendertig eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 november 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 157 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B. Vogel, voorzitter,
mrs. A.H.E. van der Pol en B. Kuppens, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.R. Hofstee, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 januari 2026.