ECLI:NL:RBAMS:2026:1056

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
13/277844-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksueel binnendringen

Op 19 maart 2022 vond een incident plaats waarbij verdachte werd beschuldigd van seksueel binnendringen van het slachtoffer terwijl zij in een staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. De rechtbank heeft het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van het slachtoffer, verdachte, getuigen en WhatsApp-berichten.

De officier van justitie stelde dat het slachtoffer behoorlijk dronken was en dat verdachte hiervan op de hoogte was, wat het ten laste gelegde feit zou bewijzen. De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was dat het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde en dat verdachte dit wist.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het slachtoffer dronken was, zij nog steeds in staat was tot actieve handelingen zoals praten, fietsen en communiceren via WhatsApp. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat zij in een staat verkeerde die haar vrije wilsvorming uitsloot. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.

Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 3 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde en verdachte dit wist.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/277844-22
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [aangeefster] en van hetgeen door mr. A. Koopsen, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [aangeefster] voorgedragen slachtofferverklaring .

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat hij zich op 19 maart 2022 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van [aangeefster] , terwijl hij wist dat zij in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
de bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Vrijspraak

4.1.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen. Hij heeft aangevoerd dat de aangifte betrouwbaar is, omdat aangeefster consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Uit de verklaring van aangeefster zelf, de WhatsApp-berichten die aangeefster vanaf 00:24 uur naar haar vriendin [persoon] heeft gestuurd en de verklaring van haar vriendin [getuige] volgt dat aangeefster behoorlijk dronken was. Hierdoor bevond aangeefster zich in een staat van verminderd bewustzijn. Dat verdachte dit wist, volgt uit de WhatsApp-berichten tussen aangeefster en verdachte van de volgende ochtend. De verklaring van verdachte dat deze berichten anders moeten worden begrepen, vindt de officier niet geloofwaardig. Zijn verklaring dat aangeefster de seks zou hebben geïnitieerd, acht de officier van justitie in strijd met het dossier en niet aannemelijk.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, omdat er onvoldoende aanknopingspunten in het dossier zijn dat aangeefster zoveel had gedronken dat zij in een staat van verminderd bewustzijn dan wel lichamelijke onmacht verkeerde en dat dit voor verdachte kenbaar was. Verdachte heeft verklaard dat hij met aangeefster in zijn appartement een gesprek heeft gevoerd over zijn achtergrond, dat zij het initiatief nam tot de seks en daarna boos is vertrokken. Deze gang van zaken wordt door aangeefster betwist, maar haar verklaringen duiden niet op een staat van verminderd bewustzijn. Aangeefster heeft gedetailleerd verklaard over het verloop van de avond, waaronder de seksuele handelingen. Uit de verklaring van [getuige] blijkt dat aangeefster te veel had gedronken, maar niet dat zij zó dronken was dat zij niet alleen naar huis kon fietsen. Ook zijn de WhatsApp-berichten die aangeefster rond 04:00 uur naar [getuige] stuurde goed te volgen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Beoordelingskader
Vaststaat dat aangeefster en verdachte seks hebben gehad in de vroege ochtend van 19 maart 2022 en dat zij beiden alcohol hadden gedronken. De rechtbank moet beoordelen of bewezen kan worden dat aangeefster, op het moment dat de seksuele handelingen plaatsvonden, in staat van verminderd bewustzijn verkeerde en dat verdachte dit wist.
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 243 (oud) Sr maakt de rechtbank op dat de wetgever met het bestanddeel ‘verminderd bewustzijn’ het oog heeft gehad op situaties tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander.
Verklaringen verdachte en aangeefster
De verklaringen van aangeefster en verdachte over de staat waarin aangeefster zich bevond, lopen uiteen.
Verdachte heeft betwist dat aangeefster die avond in staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Hij heeft verklaard dat aangeefster die avond aan hem heeft gevraagd om samen een taxi te nemen, aan het praten en aan het lachen was met de taxichauffeur, bij zijn huis uit de taxi is gestapt, de trap van zijn woning is opgelopen, in zijn keuken met hem heeft gepraat en de seks heeft geïnitieerd. Toen hij na de seks de slaapkamer kort had verlaten om te roken, had aangeefster bij terugkomst al haar kleding aangetrokken.
Aangeefster heeft verklaard dat zij die avond zeven glazen witte wijn en shots drank had gedronken en ‘best’ onder invloed was. Ze kan zich veel van de avond niet herinneren en heeft van vrienden gehoord dat zij op het terras heeft geslapen, van de trap is gevallen in een club en heeft overgegeven bij een andere club. Aangeefster is door een vriendin naar huis gestuurd. Buiten is zij verdachte tegengekomen en is zij door hem overgehaald om samen een taxi te nemen. In de taxi heeft aangeefster met verdachte gesproken. Het volgende wat zij zich herinnerde is dat zij op een bed lag, verdachte bovenop haar was gaan liggen en haar heeft gepenetreerd. Aangeefster heeft geprobeerd hem weg te duwen, maar dat lukte niet. Op enig moment is verdachte gestopt. Nadat verdachte de slaapkamer had verlaten, heeft aangeefster snel haar kleding aangetrokken en de woning verlaten. Buiten heeft zij haar vriendin [getuige] gebeld. Zij is terug naar de club gelopen waar haar vrienden waren en is vervolgens alleen naar huis gefietst. De dag of een paar dagen erna heeft zij aan verdachte in een WhatsApp-bericht gezegd wat er in haar perspectief was gebeurd.
Getuige en WhatsApp-berichten
Getuige [getuige] heeft verklaard dat aangeefster best wel wat gedronken had en dat zij had gezegd dat aangeefster naar huis moest gaan, omdat zij dronken was. Zij had overgegeven op een terras, kon haar evenwicht niet houden en bijna niet op haar benen staan. Aangeefster zei na het overgeven tegen de getuige dat ze prima kon fietsen naar huis. Na een uur, anderhalf uur zag zij aangeefster opnieuw buiten bij het café. Nadat aangeefster had verteld wat er was gebeurd, heeft [getuige] haar getroost en aangeefster naar haar fiets gebracht. Aangeefster is toen zelf naar huis gefietst.
Daarnaast blijkt uit het dossier dat aangeefster om 02:18 uur en 02:24 WhatsApp-berichten naar haar vriendin [persoon] heeft gestuurd. Deze berichten bevatten veel spelfouten. In de berichten lijkt te staan dat zij bij een aardige gast was en dat ze daar bleef slapen. Op 21 maart 2022 heeft verdachte een bericht aan aangeefster gestuurd met de tekst:
“Hope u not mad at me?”. Aangeefster heeft (onder meer) als volgt geantwoord: “You had sex with me. I made clear i did not want that i also was in no condition or control
to even want it. So what do you think? You abused the whole situation. I was drunk but i
do remember allot”. Verdachte heeft vervolgens geantwoord: “Yeah I was also drunk not so much but couldn't control it either in the morning I realized Al that happened”.
Beoordeling rechtbank
Uit het voorgaande blijkt dat aangeefster in de nacht van 18 op 19 maart 2022 behoorlijk dronken was. Dat volgt uit haar WhatsApp-bericht aan verdachte en de waarneming van anderen dat zij had overgegeven en onvast ter been was. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt echter ook dat aangeefster, ondanks haar dronkenschap, vóór en na het tenlastegelegde nog actief kon handelen. Zij is op enig moment met verdachte in een taxi gestapt, zij heeft met verdachte gepraat en heeft, toen zij in de woning van verdachte was een vriendin bericht waar zij was. Na de seks heeft aangeefster direct haar kleding aangedaan en heeft ze de woning verlaten. Zij heeft contact opgenomen met haar vrienden, is alleen terug naar de club gelopen en naar huis gefietst. Deze actieve handelingen van aangeefster vergen alle de nodige coördinatie. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank op basis van de inhoud van het dossier niet vaststellen dat aangeefster, ten tijde van de seksuele handelingen met verdachte, zodanig onder invloed was dat zij verkeerde in een staat van verminderd bewustzijn die aan haar vrije wilsvorming en -uiting in de weg stond.
De rechtbank komt tot de slotsom dat, nu dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen kan worden, verdachte moet worden vrijgesproken.

5.De vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

De benadeelde partij zal in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

6.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart [aangeefster] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F. Dekkers, voorzitter,
mrs. H.B.W. Beekman en M.C.H. Broesterhuizen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.D. Hartman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 februari 2026.
[(...)]