ECLI:NL:RBAMS:2026:1012

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11330416
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:101 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 6:96 BWArt. 843a lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deeltoewijzing schadevergoeding en gegevensverstrekking na creditcardfraude via Booking.com

Eiser stelt dat een oplichter met zijn creditcardgegevens voor €4.790,66 aan vliegreizen heeft geboekt via Booking.com en vordert schadevergoeding en gegevensverstrekking over de boeker en reisgenoten.

De rechtbank oordeelt dat Booking.com na de fraudemelding op 14 februari 2024 onrechtmatig heeft gehandeld door het geld door te betalen aan de vliegmaatschappij terwijl zij nog over het geld beschikte. De vordering tot schadevergoeding wordt deels toegewezen, waarbij 50% van de schade voor rekening van eiser blijft wegens eigen schuld.

Daarnaast wordt Booking.com veroordeeld tot het verstrekken van gegevens over de boeker op grond van artikel 843a lid 1 (oud) Rv, omdat eiser een rechtmatig belang heeft bij deze gegevens voor een mogelijke rechtszaak. De vordering tot verstrekking van gegevens over reisgenoten en de luchtvaartmaatschappij wordt afgewezen.

De rechtbank legt een dwangsom op voor het niet tijdig verstrekken van de gegevens en veroordeelt Booking.com tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Booking.com wordt veroordeeld tot betaling van 50% van de schadevergoeding en verstrekking van gegevens over de boeker.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11330416 \ CV EXPL 24-12526
Vonnis van 9 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] , Duitsland,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. F.E. de Neef,
tegen
BOOKING.COM B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Booking.com,
gemachtigde: mr. B.E.M. van Kessel.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 september 2025,
- de akte van [eiser] van 17 oktober 2025,
- de akte van Booking.com van 17 oktober 2025, met producties 14-19,
- de antwoordakte van Booking.com van 14 november 2025,
- de antwoordakte van [eiser] van 14 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Samenvatting van het tussenvonnis
2.1.
[eiser] stelt dat een oplichter met zijn creditcardgegevens voor € 4.790,66 aan vliegreizen heeft geboekt via Booking.com. [eiser] vindt dat Booking.com dit bedrag aan hem moet vergoeden. Ook moet Booking.com volgens [eiser] gegevens verstrekken over degene die de vliegtickets heeft geboekt en diens reisgenoten, de identiteit van de luchtvaartmaatschappij en vlucht- en reserveringsgegevens.
2.2.
In het tussenvonnis is vastgesteld dat [eiser] Booking.com op 14 februari 2024 per e-mail heeft bericht dat met zijn creditcard is gefraudeerd en dat hij niets bij Booking.com heeft geboekt (hierna: de melding). Er is geoordeeld dat Booking.com na ontvangst van deze melding niet zonder nader onderzoek het geld van [eiser] aan de vliegmaatschappij had mogen doorbetalen. Indien vast komt te staan dat Booking.com ten tijde van de melding van [eiser] het geld nog onder zich had, is Booking.com in beginsel aansprakelijk voor de schade. Daarnaast is overwogen dat [eiser] ook een aandeel heeft gehad in de door hem geleden schade, aangezien aangenomen kan worden dat hij onachtzaam met zijn creditcardgegevens is omgegaan. De kantonrechter heeft daarom bepaald dat 50% van de schade voor rekening van [eiser] moet blijven.
2.3.
Booking.com is vervolgens in de gelegenheid gesteld haar verweer dat het geld van [eiser] ten tijde van de melding al aan de vliegmaatschappij is doorbetaald, bij akte nader te onderbouwen. Daarnaast is [eiser] opgedragen om bij akte nader te onderbouwen op basis waarvan hij vindt dat Booking.com verplicht is hem gegevens over de boeker en de vliegmaatschappij te verstrekken.
Booking.com moet € 2.395,33 aan [eiser] betalen
2.4.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] tot betaling van schadevergoeding deels toe en legt dat hieronder uit.
2.5.
Booking.com heeft bij akte het betalingsproces nader toegelicht. Zij heeft verduidelijkt dat wanneer een klant betaalt, het bedrag eerst aan een tussenpersoon wordt overgedragen, die het vervolgens doorstort naar de vliegmaatschappij. Ter onderbouwing van haar standpunt dat het geld van [eiser] op 14 februari 2024 al was doorbetaald aan de vliegmaatschappij heeft Booking.com verschillende schermafbeeldingen in het geding gebracht. Allereerst verwijst Booking.com naar een schermafbeelding van de order op haar platform waarop de creditcardgegevens van [eiser] zijn vermeld. Daarna refereert Booking.com naar schermafbeeldingen van de vliegtickets die zouden zijn geboekt. Tot slot verwijst Booking.com naar schermafbeeldingen waaruit zou volgen dat de tussenpersoon het geld voor de vliegtickets heeft doorbetaald aan de luchtvaartmaatschappij. Booking.com verklaart dat het verschil in bedragen te wijten is aan een korting die de boeker heeft ontvangen.
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat de in het geding gebrachte documenten het verweer van Booking.com onvoldoende staven. Zoals [eiser] terecht heeft aangevoerd bij antwoordakte, staat er op de vliegtickets in de kolom ‘
Form of payment’ een creditcardnummer dat afwijkt van zijn creditcardnummer. Het had op de weg van Booking.com gelegen dit verschil toe te lichten. Booking.com heeft dat niet gedaan. Dat betekent dat op basis van de stukken niet zonder meer te concluderen is dat de bedragen die blijkens de stukken die Booking.com in het geding heeft gebracht op 12 respectievelijk 13 februari 2024 door Booking.com aan de tussenpersoon zijn betaald, verband houden met de bedragen die met de creditcard van [eiser] zijn betaald. Hieruit kan dus niet worden afgeleid dat – zoals Booking.com ten verweer heeft aangevoerd –het geld van [eiser] voorafgaand aan de melding al aan de vliegmaatschappij was doorbetaald. Bij deze stand van zaken gaat de kantonrechter ervan uit dat Booking.com ten tijde van de melding op 14 februari 2024 nog over het geld van [eiser] kon beschikken.
2.7.
Zoals in het tussenvonnis is vastgesteld heeft Booking.com in strijd met de op haar rustende zorgvuldigheidsnorm gehandeld door na de melding het geld door te betalen aan de vliegmaatschappij. Op dat moment was immers sprake van een concrete aanwijzing voor fraude. Dat betekent dat Booking.com onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [eiser] en in beginsel aansprakelijk is voor de schade die hij daardoor heeft geleden.
2.8.
De kantonrechter zal echter niet de volledige schade toewijzen. Dit komt omdat de kantonrechter Booking.com in het tussenvonnis heeft gevolgd in haar standpunt dat [eiser] ook zelf een aandeel heeft gehad aan het ontstaan van de schade. De fraudeur heeft immers niet alleen de creditcardgegevens van [eiser] kunnen bemachtigen maar ook al hetgeen nodig is om de 3D-Secure verificatieprocedure te doorlopen. Deze omstandigheid heeft bijgedragen aan de schade en is aan [eiser] toe te rekenen. Bij deze omstandigheden bepaalt artikel 6:101 BW Pro dat de vergoedingsplicht van Booking.com kan worden verminderd. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis al een eigen schuld van 50% aangenomen. Dit betekent dat een bedrag van € 2.395,33 zal worden toegewezen.
Wettelijke rente
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom zal als onbetwist worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.10.
[eiser] vordert € 730,92 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. Het toegewezen bedrag van
€ 2.395,33 levert volgens het Besluit een vergoeding op van € 359,30, zodat dit lagere bedrag zal worden toegewezen.
Booking.com moet de beschikbare gegevens over de boeker verstrekken
2.11.
Aangezien niet de volledige primaire vordering van [eiser] wordt toegewezen, houdt [eiser] belang bij zijn subsidiaire vordering tot gegevensverstrekking. De kantonrechter zal Booking.com veroordelen tot het verstrekken van de beschikbare gegevens over de persoon die met gebruikmaking van de creditcardgegevens van [eiser] de boekingen heeft verricht. Dit wordt hieronder gemotiveerd.
2.12.
De kantonrechter stelt voorop dat deze procedure vóór 1 januari 2025 aanhangig is gemaakt. Dat betekent dat het vóór die datum geldende bewijsrecht – waaronder artikel 843a (oud) Rv – van toepassing is.
2.13.
Op grond van artikel 843a lid 1 (oud) Rv kan een partij die daarbij (i) rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van (ii) bepaalde bescheiden aangaande (iii) een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van de partij die deze bescheiden (iv) ter beschikking of onder zijn berusting heeft.
2.14.
[eiser] heeft een rechtmatig belang om de gegevens over de boeker verstrekt te krijgen. Hij heeft immers aangevoerd dat hij van plan is deze persoon in rechte te betrekken. De kantonrechter is van oordeel dat dit belang zwaarder weegt dan het belang van Booking.com om de privacy van de fraudeur te beschermen. In het kader daarvan is van belang dat [eiser] voldoende feiten en omstandigheden gesteld die voldoende aannemelijk maken dat een onrechtmatige daad zich heeft voorgedaan. Hierbij is van belang dat [eiser] hierover met zowel zijn bank als Booking.com heeft gecorrespondeerd én aangifte heeft gedaan bij de politie. Daarmee is ook voldoende aannemelijk dat sprake is van een rechtsbetrekking op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro). Verder zijn de tot afgifte gevorderde gegevens beperkt tot de naam, het telefoonnummer, het adres en woonplaats van de boeker, zodat het gaat om bepaalde bescheiden en er van een
phishing expeditiongeen sprake is. Tussen partijen staat vast dat Booking.com over deze gegevens beschikt, althans de gegevens die de boeker heeft ingevuld tijdens het boekingsproces. Daarmee is voldaan aan de vereisten van artikel 843a Rv.
2.15.
[eiser] heeft niet onderbouwd waarom hij belang heeft bij verstrekking van gegevens over de reisgenoten van de boeker. Daarom zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Aangezien Booking.com wordt veroordeeld in het verstrekken van de gegevens over de boeker, heeft [eiser] ook geen belang meer bij het verkrijgen van gegevens over de vliegmaatschappij. Ook dit onderdeel van de vordering zal dus worden afgewezen.
2.16.
De kantonrechter ziet aanleiding om aan nakoming van de veroordeling een dwangsom te verbinden. Die aanleiding is erin gelegen dat eerdere communicatie vanuit [eiser] met Booking.com moeizaam is verlopen. De dwangsom wordt beperkt en gemaximeerd als in de beslissing vermeld.
Proceskosten
2.17.
Booking.com is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
248,00
- salaris gemachtigde
952,00
(4 punten × € 238,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.403,47

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt Booking.com tot betaling van € 2.395,33 aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 september 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2
veroordeelt Booking.com uiterlijk binnen drie weken na heden aan [eiser] afschrift te verstrekken van de bij Booking.com beschikbare gegevens omtrent de naam, het telefoonnummer en de woonplaats van degene die met gebruikmaking van de creditcardgegevens van [eiser] op of omstreeks 12 februari 2024 de boekingen bij Booking.com heeft gedaan,
3.3.
veroordeelt Booking.com aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 3.2 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
3.5
veroordeelt Booking.com tot betaling aan [eiser] van € 359,30 aan buitengerechtelijke kosten,
3.4.
veroordeelt Booking.com in de proceskosten van € 1.403,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Booking.com niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis tot hier uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. N.T. Weessies, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.