Op 10 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de buitenbehandelingstelling van een aanvraag om een laissez-passer voor de zoon van verzoekers. Verzoekers, die de Nederlandse nationaliteit bezitten, hebben een aanvraag ingediend voor een laissez-passer voor hun zoon, geboren uit een draagmoeder in Ghana. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deze aanvraag op 18 november 2025 niet in behandeling genomen, waarop verzoekers bezwaar maakten en de voorzieningenrechter vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld, waarbij de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van verweerder via een digitale beeldverbinding deelnamen. Na de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en het verzoek toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, aangezien verzoekers met hun zoon in Ghana verblijven en niet naar Nederland kunnen reizen zonder reisdocument. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de minister binnen 48 uur na de uitspraak een Nederlands paspoort, laissez-passer of noodpaspoort voor de zoon moet afgeven, zodat verzoekers met hem naar Nederland kunnen reizen. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.