Eiseres had een evenementenvergunning voor een festival met muziek, dans en eten, maar vroeg geen aparte vergunning aan voor het vertonen van de voetbalwedstrijd Nederland-Turkije tijdens EURO2024. Verweerder legde daarom een preventieve last onder dwangsom op omdat het vertonen van de wedstrijd zonder vergunning een overtreding van artikel 2.40 van de APV zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk voetbal kijken (public viewing) een apart evenement betreft waarvoor een aparte vergunning vereist is. Het feit dat het terrein tijdelijk was omheind, doet niet af aan het karakter van openbare ruimte. Eiseres was ondanks het negatieve advies van de politie voornemens de wedstrijd toch te vertonen, wat een klaarblijkelijke dreiging van overtreding opleverde.
De rechtbank vindt de dwangsom niet onevenredig, mede omdat de vergunningaanvraag voor het festival geen public viewing omvatte en verweerder geen vergunning meer kon verlenen tijdens het lopende evenement. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan dat het vertonen van de wedstrijd was toegestaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter Baldinger op 15 december 2025.