ECLI:NL:RBAMS:2025:9955

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
24/4185, 24/4918, 24/4924, 24/4927 en 25/6553
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetBeleidsregels StadspasBeleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de participatie van minimakinderen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand en overige vergoedingen op grond van Participatiewet en Regeling tegemoetkoming meerkosten

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand, stadspas, laptopvergoeding, reiskostenvergoeding voor scholieren en een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm) af te wijzen.

De rechtbank heeft de beroepen samengevoegd behandeld. De afwijzing van de bijzondere bijstand werd gemotiveerd door het college met het standpunt dat eiser voldoende draagkracht heeft om de kosten zelf te betalen. Eiser voerde aan dat zijn inkomen lager is dan het college aanneemt en dat hij hoge zorgkosten heeft, maar de rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van de gegevens in Suwinet en dat de door eiser overgelegde belastinggegevens nog niet definitief waren vastgesteld.

De aanvragen voor stadspas, laptopvergoeding en reiskostenvergoeding werden afgewezen omdat eisers dochter niet op zijn adres staat ingeschreven en hij geen kinderbijslag voor haar ontvangt, hetgeen eiser ter zitting erkende.

Ten aanzien van de Rtm-aanvraag heeft eiser beroep ingesteld tegen de afwijzing, maar de rechtbank constateerde dat de aanvraag als afgehandeld werd beschouwd omdat eiser had aangegeven de aanvraag voorlopig niet door te zetten. De rechtbank oordeelde dat eiser een nieuwe aanvraag moet indienen voor vergoeding van kosten.

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van eiser af en verklaart de beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 24/4185, 24/4918, 24/4924, 24/4927 en 25/6553

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaken tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor vergoeding van kosten rechtsbijstand (griffierecht) op grond van de Participatiewet (Pw), en zijn aanvragen om een stadspas, laptopvergoeding, reiskostenvergoeding voor scholieren en een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm).
1.1.
De rechtbank heeft het beroep met zaaknummer 24/4185 op 3 maart 2025 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en bij beslissing van 3 maart 2025 beslist dat de beroepen van eiser met zaaknummers 24/4185, 24/4918 (laptop), 24/4924 (stadspas) en 24/4927 (reiskosten) tegelijk op een zitting zullen worden behandeld. Eiser hoeft in deze zaken maar één keer het griffierecht te betalen. Eiser heeft het griffiegeld betaald.
1.2.
De rechtbank heeft de beroepen gevoegd behandeld op 10 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. De gemachtigde namens het college is – met bericht van verhindering – niet verschenen.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank geconstateerd dat eiser ook beroep heeft willen instellen tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een tegemoetkoming op grond van de Rtm. De rechtbank heeft dit beroep meegenomen in de beoordeling en na de zitting een zaaknummer voor aangemaakt (25/6553). Het door eiser betaalde griffierecht geldt ook voor deze zaak.

Beoordeling door de rechtbank

Bevoegdheid ambtenaren
2. De rechtbank stelt vast dat alle primaire besluiten en beslissingen op bezwaar zijn genomen door ambtenaren namens het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast zijn de beslissingen op bezwaar genomen door andere ambtenaren dan de ambtenaren die de primaire besluiten hebben genomen. Op grond van het Mandaatbesluit is het mandaat en ondermandaat van het college aan ambtenaren geregeld. Ook op het gebied van de Participatiewet. De ambtenaren genoemd in de primaire besluiten en de beslissingen op bezwaar waren bevoegd om de besluiten te nemen. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten in het dossier dat de besluiten onbevoegd zijn genomen namens het college.
Bijzondere bijstand voor rechtsbijstand (24/4185)
3. Op 31 januari 2024 heeft eiser bijzondere bijstand aangevraagd voor een bedrag van in totaal € 349,- aan kosten rechtsbijstand. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand met het primaire besluit van 5 februari 2024, gehandhaafd bij het bestreden besluit van 12 juni 2024, afgewezen. Volgens het college kan eiser de kosten zelf betalen uit zijn inkomen. Eiser heeft een netto inkomen per maand van € 1.735,81. Hij beschikt over een draagkracht van € 538,50 per jaar. De kosten zijn € 349,-. Eiser heeft hierna over de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 nog € 189,50 over.
3.1.
Niet ter discussie staat dat de kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn en uit bijzondere omstandigheden voortvloeien. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser voldoende draagkracht heeft om de kosten uit eigen middelen te betalen. Bij de beoordeling hiervan komt het college beoordelingsvrijheid toe. Dat betekent dat de rechtbank het standpunt van het college hierover terughoudend moet toetsen.
3.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand voor het griffierecht zijn de gegevens in Suwinet leidend voor het college. Daaruit blijkt dat eiser per maand netto € 1.735,81 aan AOW en pensioen ontvangt. Eiser zegt dat zijn inkomen lager is dan waar het college vanuit gaat. Hij legt daartoe brieven van de Belastingdienst over. Eiser vindt dat het college moet uitgaan van het geregistreerd inkomen zoals de Belastingdienst dat heeft vastgesteld over 2020 tot en met 2023. Ook zegt eiser dat het college geen rekening heeft gehouden met de omstandigheden dat hij een verlieslijdend bedrijf heeft en hoge zorgkosten wegens medische problemen heeft. De rechtbank constateert dat de Belastingdienst de inkomens over 2020 tot en met 2023 heeft gebaseerd op eisers belastingaangiftes, echter deze zijn nog niet definitief vastgesteld door de Belastingdienst. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college geen rekening hoefde te houden met de lagere inkomsten genoemd in de brieven van de Belastingdienst. Verder heeft eiser geen andere gegevens overgelegd waaruit een ander inkomen blijkt. Ook zijn geen gegevens overgelegd over de hoge zorgkosten. De rechtbank ziet daarom geen reden om de draagkrachtberekening voor onjuist te houden. Gelet hierop heeft het college de bijzondere bijstand op goede gronden geweigerd.
3.3.
De rechtbank concludeert dat eiser voldoende draagkracht heeft om de gevraagde kosten rechtsbijstand van € 349,- uit eigen middelen te betalen.
Aanvraag stadspas/laptop/reiskostenvergoeding
4. Eiser heeft in één aanvraag een stadspas, een laptopvergoeding en een reiskostenvergoeding voor zijn dochter aangevraagd. Het college heeft de aanvragen bij de besluiten van 13 en 15 mei 2024, gehandhaafd bij de bestreden besluiten van 22 juli 2024 afgewezen, omdat hiervoor is vereist dat eisers dochter op het adres van eiser staat ingeschreven en dat hij de kinderbijslag voor zijn dochter ontvangt. [1] Eiser heeft ter zitting erkend dat zijn dochter niet op zijn adres staat ingeschreven en dat hij voor haar geen kinderbijslag ontvangt. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het college de aanvragen terecht heeft geweigerd.
Aanvraag Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm)
5. Het college heeft de aanvraag om Rtm afgewezen bij het besluit van 19 juli 2024. Dit is een primair besluit waartegen eiser bezwaar kan maken bij het college. Eiser heeft echter in het beroepschrift tevens direct beroep ingesteld tegen de afwijzing van de Rtm. De rechtbank heeft verzuimd om het beroepschrift voor zover gericht tegen de afwijzing van de Rtm, naar het college door te sturen als bezwaarschrift. Eiser heeft ter zitting de rechtbank verzocht om ook het beroep tegen dit besluit te behandelen. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek om rechtstreeks beroep in te willigen. De rechtbank ziet geen grond om aan te nemen dat verweerder daar niet mee akkoord zal gaan.
6. Eiser heeft aangegeven dat de Rtm ten onrechte is geweigerd omdat hij veel medische kosten heeft. Hij heeft apneuklachten en in 2017 een tumor operatie aan zijn hoofd gehad. Eiser gaat ook vaak naar het buitenland toe voor behandelingen. De rechtbank leest in het besluit van 19 juli 2024 het volgende:
“U bent uitgenodigd voor het spreekuur op 1 juli 2024. Op 31 mei 2024 is de GGD door u gebeld. U vertelde ons dat de aanvraag voorlopig niet doorgaat. U gaat te zijner tijd een nieuwe aanvraag doen. Hierbij beschouwen wij de aanvraag als afgehandeld.”
De rechtbank heeft geen reden om hieraan te twijfelen. Als eiser kosten vergoed wil hebben, dan moet hij dus een nieuwe aanvraag indienen. Deze aanvraag heeft het college terecht als afgehandeld beschouwd.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank zal de beroepen ongegrond verklaren. De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.J.R. van Broekhoven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Beleidsregels Stadspas en Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de participatie van minimakinderen