ECLI:NL:RBAMS:2025:9936

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/13/778296 / KG ZA 25-905
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakomingsovereenkomst oplevering vakantiechalets op recreatiepark De Schotsman

RCN en T-MM sloten een overeenkomst voor het ontwerpen en opleveren van negen chalets op vakantiepark De Schotsman. Door stormschade en andere factoren liep de oplevering vertraging op. RCN startte een kort geding tegen T-MM voor nakoming, terwijl T-MM een vrijwaringsprocedure tegen De Wit begon, de bouwer.

De rechtbank constateert dat T-MM de (gewijzigde) afspraken niet is nagekomen en veroordeelt T-MM tot oplevering van de chalets in drie delen: de eerste serie (chalets 7-9) uiterlijk 15 januari 2026, de tweede serie (chalets 4-6) uiterlijk 12 februari 2026, en de laatste serie (chalets 1-3) zonder termijn vanwege onmogelijkheid tot nakoming.

De Wit wordt veroordeeld tot vrijwaring van T-MM en tot nakoming van dezelfde opleveringsverplichtingen, met een dwangsom van €10.000 per dag bij niet-nakoming tot een maximum van €500.000. De rechtbank wijst de ontbinding en opschorting van De Wit af omdat de facturen niet opeisbaar zijn. Proceskosten worden toegewezen aan RCN en T-MM respectievelijk.

De voorzieningenrechter benadrukt dat partijen, inclusief Finish Frame (onderaannemer), overleg moeten voeren om het project efficiënt af te ronden. De dwangsommen worden alleen aan De Wit opgelegd, niet aan T-MM, vanwege de complexe situatie rondom de toegang tot de chalets.

Uitkomst: T-MM wordt veroordeeld tot oplevering van negen chalets in drie termijnen en De Wit tot vrijwaring met dwangsommen bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding in hoofdzaak en vrijwaring van 12 december 2025
in de zaak met zaaknummer / rolnummer : C/13/778296 / KG ZA 25-905 (de hoofdzaak) van
RECREATIECENTRA NEDERLAND B.V.,
te Leusden,
eisende partij bij dagvaarding van 18 november 2025,
hierna te noemen: RCN,
advocaat: mr. L.E. de Leeuw,
tegen

1.T-MM III B.V.,

te Amsterdam,
hierna te noemen: T-MM III,
2.
T-MM HOLDING B.V.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: T-MM Holding,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: T-MM,
advocaat: mr. J. Wind en mr. S.L. Boersen,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/778759 / KG ZA 25-934 (de vrijwaringszaak) van

1.T-MM III B.V.,

te Amsterdam,
hierna te noemen: T-MM III,
2.
T-MM HOLDING B.V.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: T-MM Holding,
eisende partij bij dagvaarding in vrijwaring van 18 november 2025,
hierna samen te noemen: T-MM,
advocaat: mr. J. Wind en S.L. Boersen,
tegen
DE WIT RECRATIEWONINGEN B.V.,
te Zaandam,
hierna te noemen: De Wit,
gedaagde partij,
advocaat: mr. S.N.J. Putter en mr. F.W.J. Beunke.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling op 26 november 2025 heeft RCN in de hoofdzaak de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. T-MM heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend en T-MM ook een pleitnota.
1.2.
In de vrijwaringszaak heeft T-MM de vordering zoals omschreven in de dagvaarding (in vrijwaring) toegelicht en heeft De Wit verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend (voor T-MM dezelfde pleitnota als in de hoofdzaak).
1.3.
Ter zitting waren aanwezig:
  • aan de kant van RCN: [naam 1] , directeur van RCN De Schotsman, met mr. De Leeuw,
  • aan de kant van T-MM: [naam 2] , directeur van T-MM, en [naam 3] , architect bij T-MM, met mr. Boersen en mr. Wind,
  • aan de kant van De Wit: [naam 4] , directeur van de Wit, [naam 5] en mr. Schennink (allen via video-verbinding), en mr. Putter en mr. Beunke.
1.4.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak

2.1.
RCN is eigenaar van het vakantiepark De Schotsman te Kamperland (Zeeland).
2.2.
T-MM Holding is een holdingvennootschap die alle aandelen houdt in T-MM III.
T-MM III drijft een onderneming gericht op het ontwerpen van modulaire en circulaire recreatiewoningen. T-MM ontwerpt de woningen en besteedt de fabricage uit aan derden.
2.3.
De Wit drijft een onderneming die zich bezighoudt met de bouw van recreatiewoningen.
2.4.
RCN en T-MM hebben op 19 juni 2023 een overeenkomst gesloten voor het ontwerpen, realiseren en opleveren van negen chalets voor vakantiepark De Schotsman. De aanvankelijke afspraak was dat de chalets begin april 2024 zouden worden opgeleverd en worden geplaatst op vakantiepark De Schotsman. T-MM Holding heeft zich bij wijze van zelfstandige verplichting garant gesteld voor de nakoming door T-MM III.
2.5.
Voor het produceren, realiseren en leveren van de chalets heeft T-MM III op 21 juli 2023 een overeenkomst gesloten met De Wit. In deze overeenkomst is ook opgenomen dat de chalets begin april 2024 moeten worden opgeleverd. Verder is in deze overeenkomst, voor zover van belang, het volgende betaalschema opgenomen:
“(…) Artikel 25 Betaalschema Pro
In verband met de betalingen die verkoper moet doen ten behoeve van onder meer productie gelden de volgende strikte betaalmomenten, die aangemerkt worden als fatale termijnen en uitgedrukt zijn in een percentage van de in Artikel 4 genoemde Pro met BTW te vermeerderen totaalsom:
10% op 14 juli 2023 (na tekenen contract)
Start productieproces; productieslot, productietekeningen, terugkoppeling technische informatie
20% op 01 oktober 2023
Inkoop materialen
20% op 01 januari 2024
Start Productie
20% op 15 februari 2024
Voor transport naar locatie
20% op 1 maart 2024
Start assemblage op locatie
10% op 1 mei 2024
Na oplevering van units (…)”
2.6.
De oplevering van de chalets heeft vertraging opgelopen door meerdere factoren. Eén van die factoren was een storm in mei 2024 waardoor de fabriekshal van De Wit, waar de chalets worden opgebouwd, zwaar beschadigd was geraakt.
2.7.
In september 2024 is RCN een kort geding gestart tegen T-MM, waarin RCN vorderde dat T-MM de overeenkomst moest nakomen, en dus dat de chalets op korte termijn door T-MM zouden worden opgeleverd op straffe van een dwangsom. T-MM is, omdat zij meende dat de vertraging volledig aan De Wit was te wijten, een vrijwaringsprocedure gestart tegen De Wit. Deze zaken zijn gelijktijdig behandeld. Bij vonnis van 22 oktober 2024 is T-MM veroordeeld om de negen chalets uiterlijk 31 januari 2025 op te leveren op straffe van een dwangsom en in de vrijwaringsprocedure is De Wit tot hetzelfde als T-MM veroordeeld.
2.8.
De chalets zijn eind januari 2025 niet opgeleverd. De drie partijen, RCN, T-MM en De Wit zijn meerdere keren met elkaar in gesprek gegaan om een nieuwe planning te maken. Ook is de mogelijkheid besproken om de negen chalets in drie delen van drie chalets (nrs. 7-9, 4-6 en 1-3) op te leveren.
2.9.
In april 2025 hebben de advocaten van T-MM en De Wit gecorrespondeerd over de oplevering en planning van de chalets in drie delen, de door De Wit verstuurde facturen en nadere betalingsafspraken. De advocaat van T-MM heeft de advocaat van De Wit op 21 april bericht, voor zover relevant:
“(…)
Facturen
T-MM heeft de toegestuurde facturen bekeken en heeft geconstateerd dat het overgrote deel van de facturen op basis van de tussen partijen geldende betalingsafspraken nog niet opeisbaar is. Partijen hebben als gevolg van de ontstane vertraging immers de volgende betalingsafspraken met elkaar gemaakt:
Betalingsafspraken hoofdopdracht
1. Partijen zijn eind 2024 met elkaar overeengekomen dat de laatste drie betaaltermijnen per woning zouden worden voldaan. Deze afspraak werd gemaakt om een ontstane impasse te doorbreken en om ervoor te zorgen dat De Wit nog aan het vonnis van de voorzieningenrechter zou gaan voldoen;
2. Toen bleek dat De Wit niet aan het vonnis van de voorzieningenrechter zou gaan voldoen, heeft er wederom een overleg plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit overleg is er een nieuwe planning opgesteld (de zogenoemde “planning maart 2025”) en zijn de volgende additionele afspraken gemaakt:
a. de woningen worden telkens in batches van drie opgeleverd;
b. de bouw van de eerste batch woningen (woningen met nummers 7 t/m 9) worden met voorrang afgerond en op locatie opgeleverd;
c. tot aan het moment dat de eerste batch woningen zijn opgeleverd, worden er geen betalingen meer verricht. (…)”
2.10.
Het instorten van het dak van één van de fabriekshallen van De Wit, had ook effect op de constructie van de andere hallen, waardoor de tussenmuur en de dakconstructie van hal 2 ook is ingestort. Daarom heeft De Wit in het voorjaar van 2025 haar onderaannemer, Finish Frame B.V. (hierna: Finish Frame) gevraagd om het werk aan de chalets af te maken.
2.11.
Op 26 juli 2025 heeft T-MM RCN bericht over haar overleg met Finish Frame over de voortgang van de chalets en een nieuwe planning. T-MM heeft geschreven dat het doel is een complete oplevering van alle negen chalets eind oktober 2025.
2.12.
De maanden hierna heeft Finish Frame aan de chalets gewerkt. Op 5 september 2025 is het eerste deel van drie chalets (nrs. 7-9) door RCN, T-MM en Finish Frame geïnspecteerd in het kader van de oplevering. Uit de oplevercertificaten van deze chalets, die zijn ondertekend door RCN, T-MM en Finish Frame, blijkt dat er nog een lijst met opleverpunten is.
2.13.
Finish Frame heeft sinds eind september 2025 haar werkzaamheden neergelegd omdat zij vanuit De Wit niet betaald kreeg voor de door haar verrichte werkzaamheden. Finish Frame heeft vervolgens bij T-MM om directe betaling verzocht en medegedeeld dat als T-MM niet overgaat tot betaling, zij de werkzaamheden niet zal hervatten en de sleutels van de eerste drie chalets (nrs. 7-9) niet zal afgeven.
2.14.
Op 9 oktober 2025 heeft Starreveld, namens De Wit, een e-mail gestuurd naar – een ter zitting gebleken – onjuist e-mailadres s.debruijn@T-MN.com) waarin hij de tussen T-MM en De Wit gesloten overeenkomst van 21 juli 2023 ontbindt omdat betaling van de openstaande facturen uitblijft.
2.15.
Op dit moment is de huidige status van de chalets (samengevat) als volgt:
  • de eerste drie chalets (nrs. 7-9) staan op locatie op het vakantiepark De Schotsman, zijn geassembleerd, geïnspecteerd voor oplevering en er staan nog een aantal opleverpunten open;
  • de tweede serie van drie chalets (nrs. 4-6) staan ook op locatie op het vakantiepark De Schotsman, maar partijen verschillen mening of en in hoeverre alle drie deze chalets zijn geassembleerd;
  • de laatste drie chalets (nrs. 1-3) staan nog in de fabriekshal van De Wit in Zaandam.

3.Het geschil in de hoofdzaak

3.1.
RCN vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst, waarbij T-MM gehouden wordt om de eerste serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 9, 8 en 7, binnen 5 dagen na dit vonnis aan RCN op te leveren, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij dus geldt dat de chalets onder andere worden gekoppeld op locatie, geschilderd, er een linoleum vloer wordt gelegd, de installatie en elektra worden afgemonteerd en onder afgifte van sleutels, op straffe van een dwangsom;
II. T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst, waarbij T-MM gehouden wordt om de tweede serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 4, 5 en 6, binnen 14 dagen na dit vonnis aan RCN op te leveren, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij dus geldt dat de chalets onder andere worden gekoppeld op locatie, geschilderd, er een linoleum vloer wordt gelegd, de installatie en elektra worden afgemonteerd en onder afgifte van sleutels, op straffe van een dwangsom;
III. T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst, waarbij T-MM gehouden wordt om de laatste serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 1, 2 en 3, binnen één maand na dit vonnis aan RCN op te leveren, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij dus geldt dat de chalets onder andere worden gekoppeld op locatie, geschilderd, er een linoleum vloer wordt gelegd, de installatie en elektra worden afgemonteerd en onder afgifte van sleutels, op straffe van een dwangsom;
IV. T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
RCN legt aan de vordering het volgende ten grondslag. T-MM had op grond van de overeenkomst, althans nader gemaakte afspraken, alle negen chalets eind oktober 2025 moeten opleveren. Dit heeft zij nagelaten. Daarom vordert RCN nakoming van T-MM om op een zo kort mogelijke termijn, en dat betekent dat T-MM in ieder geval binnen één maand na het vonnis, alle negen chalets moet hebben opgeleverd.
3.3.
T-MM voert verweer. T-MM voert aan dat zij simpelweg niet aan de vorderingen kan voldoen omdat zij de werkzaamheden niet zelf kan verrichten, maar afhankelijk is van haar onderaannemer, De Wit. Extra complicerend is dat Finish Frame de feitelijke macht over de chalets uitoefent omdat zij beschikt over de sleutels van de eerste serie van chalets (nrs. 7-9), een hekwerk heeft geplaatst om zowel de eerste (nrs. 7-9) en tweede (nrs. 4-6) serie chalets, en de laatste serie chalets (nrs. 1-3) naar verluidt heeft ondergebracht in haar eigen loods.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.Het geschil in de vrijwaringszaak

4.1.
T-MM vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. De Wit te veroordelen om T-MM te vrijwaren en De Wit te veroordelen tot al datgene waartoe T-MM bij vonnis in de hoofdzaak ten behoeve van RCN mocht worden veroordeeld met veroordeling van De Wit in de kosten van het geding in de hoofdzaak;
II. De Wit te gebieden om alle negen chalets uiterlijk op vrijdag 2 maart 2026 conform de contractuele afspraken op te leveren aan T-MM op straffe van een dwangsom;
III. De Wit te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
T-MM legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De vertraging in het productieproces en de oplevering van de negen chalets is volledig te wijten aan De Wit. De Wit heeft meerdere keren de oplevering eenzijdig uitgesteld en heeft voorrang gegeven aan andere projecten. T-MM heeft al die tijd gedaan wat in haar macht lag.
4.3.
De Wit voert verweer. De Wit voert aan dat T-MM de facturen voor de door De Wit verrichte werkzaamheden niet heeft betaald. Daarom heeft De Wit de overeenkomst met T-MM ontbonden, dan wel het werk opgeschort, althans roept zij haar retentierecht in.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

5.1.
Ongeveer 2,5 jaar na het tekenen van de overeenkomst van het produceren, realiseren en opleveren van negen chalets op recreatiepark De Schotsman zijn nog steeds niet alle chalets klaar. Partijen verkeren nu in een impasse omdat de werkzaamheden zijn stilgelegd, omdat De Wit, en ook Finish Frame, eerst betaald willen krijgen.
T-MM moet nakomen
5.2.
In de verhouding RCN en T-MM staat vast dat T-MM de (gewijzigde) afspraken niet is nagekomen. Ook op basis de meeste recente planning zouden alle negen chalets eind oktober van dit jaar moeten zijn opgeleverd (zie 2.11), maar dit is niet gebeurd. Daarom wordt T-MM veroordeeld om deze afspraken alsnog na te komen en de negen chalets op te leveren.
5.3.
Het verweer van T-MM dat zij niet in staat is om na te komen, omdat zij de werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren en/of niet over de middelen beschikt om een andere partij in te schakelen wordt gepasseerd. RCN heeft onweersproken gesteld dat zij een grote betaling heeft gedaan aan T-MM en daarmee zou T-MM De Wit of Finish Frame kunnen betalen of een andere partij kunnen vragen om het af te maken. Dat Finish Frame de sleutels heeft van chalets nrs. 7-9 en chalets nrs. 4-9 met een hek zou hebben omheind, maakt het ook niet anders. Begrijpelijk is dat dit een vervelende en ingewikkelde situatie is, maar contractueel is dit het risico van T-MM en is dit geen reden om de vordering van RCN af te wijzen. Wel brengt deze situatie met zich mee dat jegens T-MM aan de veroordeling tot nakoming geen dwangsom wordt verbonden, omdat onvoldoende vaststaat dat zij zonder medewerking van De Wit kan nakomen. Immers een dwangsom dient ter stimulering van nakoming. Niet aannemelijk is dat T-MM naast haar aansprakelijkheid wegens tekortkoming bij de tijdige nakoming dwangsommen nodig heeft om te doen wat ze kan doen om alsnog na te komen. Daarbij is van belang dat Finish Frame geen partij is in deze procedure. In de verhouding tussen RCN en T-MM is het wel aan T-MM om afspraken te maken met Finish Frame en/of De Wit, of het op een andere manier op te lossen.
5.4.
Voor de oplevering van de eerste serie van chalets (nrs. 7-9) is er op basis van het opleverrapport van 5 september 2025 nog een lijst met een aantal opleverpunten per chalet, die niet al te ingewikkeld zijn. Die opleverpunten moeten worden uitgevoerd. T-MM krijgt hiervoor een termijn van ruim één maand tot 15 januari 2026, vanwege de aankomende feestdagen- en vakantieperiode. Voor oplevering van de tweede serie chalets (nrs. 4-6) zal vanwege diezelfde reden een langere termijn worden gegeven dan gevorderd, van in totaal twee maanden tot 12 februari 2026, waarbij de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals gevorderd en in de beslissing staan vermeld. Aan deze beide veroordelingen wordt jegens T-MM geen dwangsom verbonden.
5.5.
Alleen voor de laatste drie chalets (nrs. 1-3) is sprake van een andere situatie. Uit de toelichting van De Wit op de zitting blijkt dat die drie chalets in de fabriekshal van De Wit in Zaandam staan waar kennelijk op last van de gemeente en/of de sloper niemand bij kan en/of mag komen. T-MM zal wel veroordeeld worden tot nakoming van de oplevering van deze laatste serie van drie chalets, maar omdat het in dit geval wel buiten haar macht ligt om deze veroordeling na te komen, zal er daarom geen termijn en dwangsom aan worden verbonden.
De Wit moet ook nakomen
5.6.
De vervolgvraag is of De Wit (in de vrijwaringszaak) ook kan worden veroordeeld waartoe T-MM is veroordeeld in de hoofdzaak, oftewel of De Wit ook kan worden veroordeeld tot nakoming, en dus oplevering van de negen chalets.
5.7.
De Wit stelt (primair) dat zij de overeenkomst met T-MM heeft ontbonden. Zij legt hieraan ten grondslag dat T-MM tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat zij de verstuurde facturen niet heeft betaald. De Wit ontkent dat er aanvullende betaalafspraken zijn gemaakt in april 2025 (zie 2.9) zoals T-MM aanvoert. De Wit houdt vast aan het betaalschema uit de overeenkomst (zie 2.5) en zij stelt dat op grond daarvan al meerdere deelbetalingen opeisbaar zijn en T-MM deze nog niet heeft betaald. De Wit stelt ook dat zij T-MM hiertoe meerdere keren heeft gesommeerd. Uiteindelijk heeft zij op 9 oktober 2025 de overeenkomst ontbonden, althans – als dit bericht T-MM toen niet heeft bereikt omdat het verkeerde e-mailadres is gebruikt (zie 2.14) – in ieder geval per 26 november 2025, omdat T-MM door dit kort geding hiervan op de hoogte raakte, aldus De Wit.
5.8.
T-MM heeft (samengevat) hiertegen aangevoerd dat de door De Wit verstuurde facturen nog niet opeisbaar zijn. Daar gaat de voorzieningenrechter in mee. Als wordt uitgegaan van de stelling van De Wit dat alleen de betaalafspraken uit de overeenkomst tussen T-MM en De Wit (zie 2.5) gelden, hoeft een deelbetaling pas te worden uitbetaald als die ‘milestone’/stap voor álle negen chalets is gerealiseerd, want in die bepaling is geen onderscheid gemaakt voor deelleveringen van chalets, bijvoorbeeld in delen van drie chalets. De Wit meent dat zij recht heeft op de vierde deelbetaling van 20% die door T-MM moet worden voldaan ‘voor transport naar locatie’. Die deelbetaling hoeft echter pas – volgens de stelling van De Wit – te worden voldaan als alle negen chalets gereed zijn om te transporteren naar locatie. Daar is nog niet aan voldaan, want de laatste drie chalets (nrs. 1-3) staan immers nog in de fabriekshal in Zaandam en zijn (vooralsnog) niet gereed om te worden getransporteerd. Daarom heeft De Wit nog geen recht op deze volgende deelbetaling(en). De daarvoor verstuurde facturen zijn dan ook nog niet opeisbaar.
Bovendien is aannemelijk dat er nieuwe betalingsafspraken zijn gemaakt in april 2025 (zie 2.9), zoals T-MM aanvoert. De Wit bevestigt namelijk wel dat voor de productie en planning uit werd gegaan van oplevering in drie delen. Dat is dan echter ook een aanwijzing dat de betalingen volgens het schema van april 2025 zou verlopen. Maar ook in die situatie is niet aannemelijk dat De Wit recht heeft op een volgende deelbetaling omdat zij zich er niet op kan beroepen dat de chalets 7-9 zijn opgeleverd, zolang een onderaannemer van De Wit zich beroept op een retentierecht, waardoor T-MM/RCN geen toegang krijgen tot deze woningen en de opleverpunten niet afgehandeld kunnen worden.
5.9.
De stelling van De Wit dat T-MM tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat zij bepaalde facturen nog niet had betaald, slaagt dus niet. Het gevolg is dat er geen grond is voor ontbinding van de overeenkomst tussen De Wit en T-MM. Ook de (meer) subsidiaire stellingen van De Wit (opschorting, retentierecht) stranden omdat die allemaal zijn gebaseerd op haar stelling dat T-MM is tekortgeschoten en zij recht heeft op betalingen, maar die stelling houdt, zoals hiervoor is overwogen, geen stand.
5.10.
Dat betekent dat De Wit ook wordt veroordeeld tot nakoming van hetgeen waartoe T-MM is veroordeeld. Wat (samengevat) betekent dat voor chalets 7-9 uiterlijk 15 januari 2026 de opleverpunten moeten zijn verholpen en feitelijke oplevering heeft plaatsgevonden, en dat chalets 4-6 uiterlijk 12 februari 2025 moeten worden afgemaakt en opgeleverd conform de afspraken uit de overeenkomst. Voor de laatste serie chalets 1-3 geldt dat ook De Wit zal worden veroordeeld tot nakoming, maar zonder hier een termijn of dwangsom aan te verbinden.
5.11.
T-MM heeft tot slot gesteld dat zij ook een zelfstandige nakomingsvordering jegens De Wit heeft, en dat zij vordert De Wit te veroordelen alle negen chalets uiterlijk op vrijdag 2 maart 2025 op te leveren op straffe van een dwangsom. T-MM heeft dit gevorderd voor het geval dat in de hoofdzaak aan T-MM geen dwangsommen zouden worden opgelegd (omdat zij niet aan de veroordeling kan voldoen). Dit geval doet zich voor. De voorzieningenrechter zal derhalve dwangsommen aan De Wit opleggen voor de zelfstandige nakomingsvordering die T-MM op haar heeft. .
Tot slot
5.12.
Op de zitting heeft T-MM gemeld dat zij in overleg zou gaan met Finish Frame om te kijken of zij rechtstreeks afspraken kan maken met Finish Frame om het werk af te maken. De voorzieningenrechter moedigt dit aan en wil benadrukken dat partijen er sowieso verstandig aan doen om met alle vier de partijen, RCN, T-MM, De Wit en Finish Frame om tafel te gaan en afspraken te maken – ook omdat Finish Frame geen partij is in deze procedure – over zowel oplevering, termijnen, betaalafspraken en afgifte van sleutels. Dat is waarschijnlijk de meeste effectieve en efficiënte manier om dit project samen tot een goed eind te brengen.
Proceskosten
5.13.
In de hoofdzaak is T-MM in het ongelijk gesteld en daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van RCN betalen. De proceskosten van RCN worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.118,40
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.14.
In de vrijwaringszaak is De Wit in het ongelijk gesteld en daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van T-MM betalen. De proceskosten van T-MM worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.121,35
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in de hoofdzaak
6.1.
veroordeelt T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, tot nakoming van de overeenkomst met RCN, waarbij T-MM wordt gehouden om de eerste serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 9, 8 en 7, uiterlijk 15 januari 2026 aan RCN op te leveren, onder afgifte van de sleutels, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij T-MM ervoor moet zorgen dat de opleverpunten uit het opleverrapport van 5 september 2025 zijn uitgevoerd,
6.2.
veroordeelt T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, tot nakoming van de overeenkomst met RCN, waarbij T-MM wordt gehouden om de tweede serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 4, 5 en 6, uiterlijk 12 februari 2026 aan RCN op te leveren, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij dus geldt dat de chalets onder andere worden gekoppeld op locatie, geschilderd, er een linoleum vloer wordt gelegd, de installatie en elektra worden afgemonteerd en onder afgifte van sleutels,
6.3.
veroordeelt T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, tot nakoming van de overeenkomst met RCN, waarbij T-MM wordt gehouden om de laatste serie van drie chalets, derhalve chalet nr. 1, 2 en 3, aan RCN op te leveren, op de aangewezen plekken op locatie De Schotsman te Kemperland en conform de overeenkomst, waarbij dus geldt dat de chalets onder andere worden gekoppeld op locatie, geschilderd, er een linoleum vloer wordt gelegd, de installatie en elektra worden afgemonteerd en onder afgifte van sleutels,
6.4.
veroordeelt T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, in de proceskosten van RCN van € 2.118,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als T-MM niet tijdig aan de aanschrijving voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt T-MM tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
6.8.
veroordeelt De Wit om T-MM te vrijwaren en veroordeelt De Wit tot al datgene waartoe T-MM III en T-MM Holding, hoofdelijk, in de hoofdzaak zijn veroordeeld, inclusief de proceskostenveroordeling,
6.9.
veroordeelt De Wit om aan T-MM een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan haar vrijwaringsverplichtingen, ingevolge de veroordeling onder 6.8, ten aanzien van de veroordelingen onder 6.1 en 6.2 voldoet, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt,
6.10.
veroordeelt De Wit in de proceskosten van T-MM van € 2.121,35 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als De Wit niet tijdig aan de aanschrijving voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.11.
veroordeelt De Wit tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.12.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025. [1]

Voetnoten

1.type: EvK