In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de BOVAG-voorwaarden, waaronder bepalingen over te late inlevering van een huurauto, de consument binden. De eiser stelde dat deze voorwaarden in samenspraak met maatschappelijke organisaties tot stand zijn gekomen en daarom niet onredelijk bezwarend zijn.
De kantonrechter oordeelde dat het feit dat de voorwaarden in overleg met maatschappelijke organisaties zijn opgesteld, niet betekent dat de bedingen eerlijk zijn. De consument heeft immers geen invloed gehad op de inhoud en de betrokken organisaties kunnen andere belangen hebben gehad bij hun instemming.
Daarnaast voldeed het beding over buitengerechtelijke kosten niet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen, met name over de termijn van veertien dagen na ontvangst van de aanmaning. Dit beding was te kort en daardoor oneerlijk.
Omdat de bedingen oneerlijk zijn, binden zij de consument niet en kan niet worden teruggevallen op de wet. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde.